Wie hongerig is, beslist anders – over voedsel

Hongerige mensen zijn best bereid om ergens nog meer tijd en energie in te steken. Maar dan moet het wel iets te eten opleveren.

Heb je energie nodig om beslissingen te nemen – letterlijk? Maakt het voor de keuzes die je maakt uit of je bloedsuikerniveau op peil is? Dat is wel wat veel mensen denken, en het is ook wat eerder onderzoek suggereerde. Maar de relatie tussen bloedsuiker en hongerigheid enerzijds en de beslissingen die mensen nemen anderzijds is complexer, blijkt nu. Het hangt er met name sterk vanaf of de beslissingen in kwestie over voedsel gaan. Dat toont een nieuwe meta-analyse, waarin een psycholoog uit Aarhus en een uit Philadelphia de resultaten van 42 onderzoeken opnieuw analyseerden. De resultaten zijn gepubliceerd in Psychological Bulletin (14 december online).

Hun onderzoek ging over vier verschillende soorten beslissingen: steek je ergens geld in, steek je ergens energie (werktijd) in, kies je liever een een grotere beloning later dan een kleinere nu, en beslis je door zorgvuldig na te denken in plaats van intuïtief?

Een vaak gepopulariseerd idee is dat wilskracht uitgeput kan raken (ego depletion), en dat dat dan komt doordat iemand te veel glucose heeft verbruikt. Mensen zijn dan meer bereid en in staat om ergens geld, tijd en energie in te steken naarmate ze daar letterlijk nog energie voor hebben.

Maar dat is niet wat de psychologen in deze meta-analyse vonden. Daar bleek gewoon uit dat mensen met meer honger, een lagere bloedsuikerspiegels en dergelijke (afhankelijk van de opzet van het betreffende experiment) sterker bereid waren om ergens tijd en geld in te steken als het hun voedsel zou opleveren, maar niet als het om iets anders dan eten ging. Verder zijn hongerige mensen geneigd om iets kleins prettigs nu te verkiezen boven iets groters prettigs later, vooral als dat prettige eetbaar is. Er waren maar vijf studies naar intuïtief beslissen versus zorgvuldig nadenken, maar het lijkt erop dat hongerige mensen vooral zorgvuldig beslissen als het over eten gaat.

Volgens de psychologen faalt de ego-depletion-theorie als het gaat om het effect van hongerigheid op beslissen. Nu waren er al eerder twijfels over die theorie, onder meer doordat het ego-depletion-effect niet altijd te repliceren viel, en doordat de hersenen eigenlijk niet heel veel méér glucose verbruiken als je iets ingewikkelds moet besluiten.

De psychologen denken dat we glucose eerder moeten zien als een soort signaalstof waar mensen sterk op gaan letten als ze zich flauw voelen – zoals automobilisten meer op benzinestations letten als ze hun tank zien leeg raken.

Zo is er onderzoek waaruit blijkt dat mensen fysiek en mentaal beter gaan presteren als ze louter suikerhoudende drank gorgelen, zonder het door te slikken. Suiker proeven geeft kennelijk al het signaal dat hun bloedsuiker wordt aangevuld. Maar het effect van honger op bijvoorbeeld geheugen, aandacht, redeneervermogen, zelfcontrole en reactietijden moet nog verder worden onderzocht.