Medici juichen steeds harder over hun eigen werk

Veelbelovend! Spectaculair! Grensverleggend! Inspirerend! Fenomenaal! Uniek!

Die woorden en nog 19 andere juichende termen duiken de laatste 40 jaar steeds vaker op in medisch-wetenschappelijke artikelen. Het kan natuurlijk komen doordat de moderne onderzoeker zelf veel enthousiaster is dan die van veertig jaar geleden. Of dat de wetenschap echt beter werd.

Maar drie Utrechtse onderzoekers, onder wie een psychiater, denken dat het anders zit. Aandikken en overdrijven is nodig om een plaats te veroveren in de goede tijdschriften, veronderstellen zij. Dat overspannen woordgebruik heeft alles te maken met de toenemende druk op wetenschappers om in hoogaangeschreven tijdschriften te publiceren. In gewone boeken ontbreekt de toename van overspannen positieve kwalificaties.

De ontdekking van de Utrechters staat in het kerstnummer van The BMJ. Traditioneel verschijnen daarin artikelen waarin serieus onderzoek met Engelse humor is gecombineerd. De onderzoekers gebruiken in hun eigen artikel overigens géén grote woorden, ze houden zich zelfs volstrekt op de vlakte. Ze citeren wel ander onderzoek dat vaststelde dat ook in nieuwsberichten over wetenschap steeds vaker superlatieven staan.

De Utrechters onderzochten hoe vaak 25 positieve woorden tussen 1974 en 2014 in medisch-wetenschappelijke publicaties verschenen. Het begon in de jaren zeventig met ‘prominent’. Woorden die vooral het afgelopen decennium opkwamen zijn: ‘veelbelovend’, ‘ongekend’, ‘innovatief’ en ‘robuust’.

Ze vergeleken de frequentie van de 25 positieve woorden met 25 voor medici neutrale woorden (dier, bloed, bot, ziekte, nier, spier, man, mens, knaagdier) en 25 negatieve woorden (onbelangrijk, teleurstellend, hopeloos, onacceptabel, onbevredigend). De frequentie van die neutrale en negatieve woorden veranderde nauwelijks, hoewel ook de negatieve termen de neiging tot stijgen hadden. Wellicht wordt het afkraken van een ander ook een wetenschappelijke gewoonte.