Waar in de helikopter moeten de reddingswerkers iedereen laten?

Volgens de eisen kunnen de Kustwachthelikopters niet genoeg reddingsspullen en personeel meenemen, zeggen deskundigen.

Kustwachthelikopter en reddingsbrigade bij Noordwijk, 2012. Foto JERRY LAMPEN / ANP

Een helikopter van de Nederlandse Kustwacht mag in de lucht niet meer dan 4.300 kilo wegen. Dat staat in het handboek van het toestel en dat is leidend. Leeg weegt de helikopter rond de 2.900 kilo, dus blijft er zo’n 1.400 kilo over voor alles wat bij een redding op de Noordzee komt kijken.

Houd dat even in gedachten.

De twee piloten, de duiker, de kabeloperator en de ambulanceverpleegkundige wegen naar standaarden van de Europese luchtvaartorganisatie EASA 85 kilo per piloot en 75 kilo per bemanningslid – dus samen 395 kilo.

De acht drenkelingen die tegelijkertijd gered moeten kunnen worden, wegen volgens die standaarden ieder 92 kilo plus 3 kilo aan gewicht van het overlevingspak – samen 760 kilo.

Tel daar 150 kilo aan reservebrandstof bij op. Het betekent dat er nog geen 100 kilo overblijft voor de rest: brandstof om naar een veilige plek te vliegen, een reddingsvlot, een zoeklamp, medische apparatuur, een brancard, een infraroodcamera en nog meer.

„Het kan gewoon niet”, zegt Piet-Hein Eldering, bestuurder vliegtechnische zaken van pilotenvakbond VNV. Experts van de bond maakten bovenstaande berekening, die wordt bevestigd door helikopterexpert Jos Stevens van het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum.

De drie kustwachthelikopters kunnen volgens hen onmogelijk voldoen aan de overheidseisen, eisen die volgens het ministerie van Infrastructuur en Milieu „minimaal benodigd zijn” om reddingen op zee „veilig en effectief uit te kunnen voeren”.

Stilhangen in de lucht

Eind september bleek al uit onderzoek van NRC dat de drie helikopters niet aan alle eisen voldoen. Eentje kan niet automatisch stilhangen in de lucht. Twee hebben geen ingebouwde infraroodcamera. Geen van alle mogen vliegen in weer waarin zich ijsafzetting kan voordoen.

Minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur, VVD) hield in de Tweede Kamer vol dat ze wel aan de eisen voldoen, op basis van soms onnavolgbare redeneringen. Het was voldoende als een van de drie aan de eisen voldeed, zei ze, terwijl boven de eisen staat dat ze per helikopter gelden. En de helikopters moesten toch niet in maar onder die weersomstandigheden kunnen vliegen? Als de piloten onderweg „een vrieslaag” ontdekten, konden ze dus gewoon „lager gaan vliegen”, zei ze.

In de Tweede Kamer kwam de minister ermee weg. Maar piloten waren woedend. Hoe kon de minister zo omgaan met luchtvaartveiligheid?

Ze maakten zich zorgen, ook over de piloten die dagelijks voor oliemaatschappijen in grotere, modernere helikopters vliegen. „Het is toch alsof je in de woestijn met een Landrover in de problemen komt en door een Fiat Panda moet worden gered”, zegt Eldering.

De piloten klampten Tweede Kamerleden aan en meldden zich bij hun vakbond. Daar sloegen ze aan het rekenen. En waar de minister op basis van een rapport van Rijkswaterstaat en een van de inspectie stelt dat de helikopters aan alle eisen voldoen, zien deskundigen in diezelfde documenten dat dit bij lange na niet het geval is.

Zo moeten de reddingshelikopters in geval van nood een mobiel brandweerteam kunnen vervoeren. Maar als die acht drenkelingen al voor problemen zorgen, hoe krijg je er dan een brandweerteam van negen personen plus uitrusting van 374 kilo in? Rijkswaterstaat zag dit ook toen ze op 15 juni in Den Helder ging kijken en stelt in het rapport zelf dat het „onwaarschijnlijk” is dat het brandweerteam erin kan.

Leverancier moet het voordoen

Binnen negentig minuten op de plaats van het ongeluk, ook aan de verste randen van de Noordzee? Misschien dat de helikopter die in Den Helder staat dat haalt. Maar de tweede in de Pistoolhaven in Rotterdam heeft daar „zonder wind”, meldt Rijkswaterstaat, „langer dan de 90 minuten-eis” voor nodig, gebaseerd op snelheden die het Belgisch helikopterbedrijf dat de reddingsdiensten levert zelf berekende. De kanttekeningen van de vakbond beslaan 20 pagina’s.

De enige die minister Schultz bleef bevragen, is D66-Kamerlid Wassila Hachchi. Ze werkte bij de marine in de tijd dat die de reddingsvluchten op zee deed. „De veiligheid van alle mensen op zee moet boven twijfel verheven zijn”, aldus Hachchi. „Daarom moet een onafhankelijke partij uitsluitsel geven over de helikopters, zodat een einde komt aan deze onduidelijkheid.”

In een reactie ontkent minister Schultz via haar woordvoerder opnieuw dat niet aan de eisen zou worden voldaan. Vol beladen maar zonder drenkelingen wegen de helikopters volgens haar 3.500 kilo. „Ze zijn op een aantal punten aangepast, zodat ze minder wegen.” Ook hoeft „in de meeste gevallen niet alle apparatuur mee.” En niet alles hoeft in één helikopter, zegt ze: „Er is een tweede en derde helikopter beschikbaar.”