Volop spijt en deemoed, maar de oppositie is niet overtuigd

Premier Rutte en de bewindslieden Van der Steur en Dijkhoff betuigden volop spijt. Het was onvoldoende om een motie van afkeuring van bijna de hele oppositie te voorkomen. 

Alexander Pechtold (D66) tijdens het Kamerdebat over het rapport van de commissie-Oosting. Foto ANP / Valerie Kuypers

Spijt betuigen kan op vele manieren. Woensdag in de Tweede Kamer waren het er drie en ze overtuigden de oppositie niet. 

Op drie eenlingen na steunden alle oppositiepartijen, van de SP tot D66 tot Wilders’ PVV, een motie van afkeuring tegen het kabinet. Reden: het ministerie van Veiligheid en Justitie (V&J) werd in de woorden van CDA-leider Sybrand van Haersma Buma als „VVD-partijkantoor” geleid. Rutte nam onvoldoende leiding om de juiste informatie naar boven te halen. De rechtsstaat heeft, onder de verantwoordelijkheid van de premier, onder de gang van zaken rond de ‘Teevendeal’ geleden, oordeelde de oppositie.   

Premier Rutte, minister Ard van der Steur en staatssecretaris Klaas Dijkhoff (beiden Veiligheid en Justitie, VVD) verantwoordden zich woensdag over het onderzoeksrapport van de commissie-Oosting, die onderzoek deed naar wat de ‘Teevendeal’ is gaan heten. In 2000 sloot toenmalig officier van justitie Fred Teeven, nu Tweede Kamerlid voor de VVD, een schikking met Cees H. De staat kreeg 750.000 gulden van H., hij kreeg 4,7 miljoen gestort van rekeningen waarop beslag was gelegd.  

Het was het zwaarste debat voor Rutte in zijn politieke loopbaan tot nu toe, zei de premier. En hij had het vorige week alleen nog maar erger gemaakt, gaf hij toe, door op zijn persconferentie de suggestie te wekken dat hij de conclusies van de commissie niet onderschreef. Rutte sprak toen over „eventuele tegenprestaties” voor de deal. Stom, fout, ik zal me niet nog eens laten uitdagen door journalisten, zei Rutte.

Les twee voor de premier: hij had eerder in het proces „op de bal” moeten zitten. Toen het in de media bleef rommelen rond het precieze bedrag van de schikking, had Rutte bij Opstelten moeten checken of die niet toch opnieuw onderzoek naar die deal moest inlassen.

Dan was er nog het beruchte gespreksverslag, tussen Teeven en een hoge ambtenaar van Justitie. Daarin had Rutte „met een boos oog” snel een bedrag van 4,8 miljoen gulden zien staan, in de schorsing van het debat over het aftreden van minister Opstelten en staatssecretaris Teeven. Dat was in maart dit jaar en leverde nóg een reflectiepunt voor de premier op: voortaan de voorzitter om meer schorsingstijd vragen als het niet in een uurtje lukt om de boel te doorgronden.

Of de deal wel of niet deugde

De schikking zelf kwam amper aan bod woensdag. Al nam de VVD er nadrukkelijk meer afstand van dan vóór het debat was gebeurd. Premier Rutte zei dat hij op zijn persconferentie elementen uit Oostings rapport verkeerd had gecombineerd. Fractievoorzitter Halbe Zijlstra van de VVD nam zijn fractiegenoot Teeven nog het meeste in verdediging, door te wijzen op wat toenmalige hoofdofficier Vrakking tegen de onderzoekscommissie zei: ja, er zijn inlichtingen gegeven, maar daarover beroepen betrokkenen zich op hun geheimhoudingsplicht. Dus valt daar geen oordeel over te geven. Dit was, zei Zijlstra, het „enige stukje” waarvan hij bij het onderzoek dacht: „Dat is jammer.”

Het beruchte persbericht

Ard van der Steur en Klaas Dijkhoff gaven toe dat ze zich beter niet op het ministerie hadden kunnen vertonen, toen daar in maart de „verdedigingslinie” tegen de correcte berichtgeving van Nieuwsuur werd opgebouwd. Resultaat was een persbericht dat het nieuws over het bedrag van 4,7 miljoen gulden tegenspreekt.

Vooral staatssecretaris Klaas Dijkhoff, Teevens opvolger, benadrukte dat hij achteraf tot de conclusie kwam: „Ik heb een grens overschreden.” Dijkhoff was toevallig op het ministerie voor de VVD-campagne die hij toen leidde voor de Provinciale Statenverkiezingen, voor een gesprek met Ivo Opstelten. „Toen vroeg de minister: Nu je er toch bent, kijk even mee.”

Na een tijdje kwam een concept van het persbericht op tafel. „Achteraf had ik op dat moment op zijn minst een denkpauze moeten inlassen en moeten constateren dat het bespreken van het conceptpersbericht een stap te ver was.”

Van der Steur was minder overtuigend. Hij zei dat hij er „ontzettend veel spijt” van had. Maar in reactie op kritiek schoot hij – meer dan Rutte en Dijkhoff – in de verdediging. En Van der Steur maakte van de gelegenheid gebruik om te zeggen dat hij het „zelf als minister anders zou doen”. „Mijn beleid was vanaf dag één om sneller informatie te delen met de Kamer dan in het verleden.”

Dit kleeft vooral de VVD aan

Een motie van afkeuring is het op één na zwaarste middel dat het parlement tegen een bewindspersoon of kabinet kan indienen. Alleen het wantrouwen in de regering of een minister uitspreken gaat nog een stap verder. De motie werd verworpen. Coalitiepartijen VVD en PvdA stemden tegen, samen met eenlingen Roland van Vliet (ex-PVV), ex-VVD’er Houwers en Norbert Klein. 

Rutte zei ter verdediging dat „geen moment beleid is gevoerd dat er niet op was gericht om de juiste informatie boven tafel te krijgen”. „Dat zeg ik naar eer en geweten.” Maar de afkeuring is de zwaarste kritiek die hij uit het parlement heeft gekregen sinds hij aantrad als premier. En de nasmaak van woensdag zal, veel méér dan aan dit kabinet, vooral aan zijn VVD blijven hangen. Zijn partij die het aanpakken van de criminaliteit als topprioriteit stelde, maakte er een zootje van.