Vertalersplagiaat

Wie nu naar de website van de prestigieuze Britse ‘Stephen Spender Prize’ gaat, ziet dat de winnaar van dit jaar zijn prijs plus prijzengeld heeft teruggeven. Er staat niet bij waarom. De organisatie wil er zo min mogelijk ruchtbaarheid aan geven. Britse media hebben het niet opgepikt.

De Groningse dichter Bart FM Droog legt het op zijn blog wel uit: enkele vertalers van Nederlandse gedichten in het Engels zagen vrij snel dat de winnaar, de 75-jarige dichter Allen Prowle, plagiaat heeft gepleegd. Hij heeft een bestaande vertaling van het gedicht ‘Johnson Brothers Ltd’ van Rutger Kopland bewerkt en ingestuurd. Het origineel staat in de bundel Alles op de fiets (1969).

Prowle heeft bekend.

Het plagiëren van poëzievertalingen kan niet erg moeilijk zijn. Neem het gedicht in kwestie. Het telt maar 26 regels. Breek er een paar iets eerder af, een paar iets later, zoek een paar synoniemen en klaar is Kees. Als je dat ook met gevoel voor de eigen taal doet, kun je er nog een mooie prijs mee winnen ook. Zo bleek. Maar Prowle liep tegen de lamp, onder meer omdat hij een grammaticale fout uit de bestaande vertaling had overgenomen. En verder... oordeel zelf: Bart FM Droog heeft vijf originele Koplands naast de bestaande vertalingen gezet, plus die van Prowle.

Pijnlijk voor de jury is dat de vertaling uit 2001 gewoon op internet staat. Nog pijnlijker, vind ik, is dat de prijs is uitgereikt aan een man die de vertaalde taal helemaal niet machtig is. Ja, u leest het goed: Prowle kan helemaal geen Nederlands.

Misschien moeten jury’s van poëzievertalingen voortaan eerst even met de vertaler bellen. Horen of die de vertaalde taal machtig is. Helaas, als ik Prowle bel, neemt hij niet op.

Toch schijnt mijn verbazing (en hilariteit, ik zeg het maar eerlijk) niet oké te zijn, zo is mij uitgelegd door het legertje vertalers dat Prowle heeft ontmaskerd. „Daar gaat het niet om”, zei eentje. Met woordenboek en kennis van de grammaticale regels moet het goed kunnen, vertalen uit een taal die je niet actief beheerst. Een Ovidiusvertaler telefoneert ook niet in vloeiend Latijn.

Ik begrijp het. Zo’n beetje. Maar als dit mag, dan lijkt me een andere regel verstandig: een vertaler die geen actieve kennis heeft van de taal waaruit hij vertaalt, moet gedichten uitkiezen die nog niet eerder zijn vertaald. Ter eliminatie van de plagiaatverleiding.

Bijkomend voordeel: een vertaler vindt het moeilijk te kiezen. Neem Prowle. Uit de 500 gedichten van Kopland koos hij er vijf uit die alle al eens waren vertaald. Begrijpelijk. De rest begrijpt hij niet. En... die had hij daarom waarschijnlijk ook nooit uitgekozen. Dat is toch winst?