The world is helemaal nietyours

Kunst is altijd schatplichtig. Dana Lixenberg. David Bowie. Max Heymans.

Rotterdam is in zijn sas met de blingbling wereldbol van Arno Coenen en Iris Roskam, middenin de stad. „010 The World Is Yours” beweren de letters op die bol. Citaat van Tony Montana, hoofdpersoon van de gangsterfilm Scarface. Uit die film blijkt juist dat the world helemaal niet yours is: Tony Montana wordt na een leven van dope en zware criminaliteit aan flarden geschoten. Niettemin vertelde Arno Coenen afgelopen zaterdag in NRC hoe deze wereldbol het „grootse denken” van Tony moet „symboliseren”. In hetzelfde artikel beleden Rotterdamse „migrantenjongeren” hun ontzag voor de „cultheld”. Ja man, zoals hij, zo willen ze worden als ze groot zijn. Alleen ‘Toothstick Gerra’ ziet Tony gewoon voor wat hij is: een verliezer.

Laten we het erop houden dat die jongeren niet beter weten. Voor de kunstenaars leg ik de lat hoger. Die moeten niet de straatjeugd behagen door ze in hun zelfbedrog te bevestigen.

Waarom zitten kunstenaars er niet mee om de bourgeoisie te epateren, maar buigen ze diep zodra de zelfkant om de hoek kijkt? Hoeft niet. Ga naar Huis Marseille in Amsterdam en zie wat er mogelijk is, op de tentoonstelling Imperial Courts 1993-2015 van Dana Lixenberg. Ruim 20 jaar fotografeerde ze in een van de gewelddadige achterstandsbuurten van Los Angeles. Ze doorbrak de weerstand. Werd serieus genomen. „Ik ben de picture lady”, zegt ze, als ik haar vraag hoe de buurt nu tegen haar aankijkt. Ze portretteert mensen die per definitie op hun hoede zijn maar die voor haar camera heel even meemaken wat stilte is. In ruil stralen ze voor Lixenberg hun ziel en zucht tot zaligheid uit. Ze vertelt hoe ze 400 fotoboeken is gaan uitdelen. Het gebaar werd op waarde geschat. In een hartverscheurende video zie ik dat de buurt beseft dat deze kunstenaar de warmte van die vermoorde moeder behield, hoe ze de blik bewaarde van die vader vóór hij de bak in ging.

Voor Lixenberg is erkentelijkheid voor haar modellen onderdeel van haar werk. Coenen en Roskam spelen leentjebuur bij een film. De naam van filmer Brian De Palma ontbreekt, alsof Scarface de verdienste is van het personage Tony Montana.

Filmers worden vaker over het hoofd gezien. Zo geeft Ivo van Hoves New Yorkse regie Lazarus alle eer aan David Bowie en ‘zijn’ The Man Who Fell to Earth. Maar het was cineast Nicolas Roeg die Bowie in die rol kneedde. Roeg wordt wel genoemd op de Bowie-expo in Groningen. Die is indrukwekkend. In elke zaal blijkt hoe Bowie trefzeker en eerder dan wie ook de kunstenaars oppikte die het verschil maakten. Hoe hij ze inlijfde, hoe hun werk van hem werd.

Het Joods Historisch Museum eert Max Heymans, Nederlands eerste echte couturier. De eeuwig bezonnebrilde Chanel-adept staart ons op een 60’s glamourfoto aan, te midden van „een groep figuranten”. Naast hem zit Aby de Lange. Figurant? Naamloos? Hij was dé schoenenjuwelier van Nederland. Toen ik hem eens ontmoette, vertelde hij hoe de voorraad van het Joodse bedrijf de oorlog overleefde: zijn ouders verstopten de linkerschoenen hier en de rechterschoenen daar. Ik vraag zijn zoon of dat waar is. Die weet het niet. Maar, zegt hij, zoiets verzin je niet. Aby de Lange moet genoemd worden.