Pech speelt kleine rol bij ontstaan van kanker

De ‘pechfactor’ bij het ontstaan van kanker is niet 65 procent maar hooguit 10 tot 30 procent. Dat schrijven tumorbiologen en statistici onder leiding van Song Wu van de Stony Brook University in de staat New York vandaag in het wetenschappelijke blad Nature. Het levenslange risico op kanker, concluderen zij, wordt voor het overgrote deel bepaald door omgevingsinvloeden, zoals voeding, straling en niet te vergeten roken.

Krap een jaar geleden publiceerde de invloedrijke Amerikaanse kankeronderzoeker Bert Vogelstein (Johns Hopkins University) een veel bediscussieerd artikel in Science over de pechfactor in kanker. Vogelstein schatte toen dat het levenslange risico op tumoren voor ongeveer tweederde is toe te schrijven aan fouten in het DNA die er spontaan insluipen bij de celdeling. Als die niet tijdig hersteld worden, kan kanker ontstaan.

Meteen kwamen er toen woedende reacties van collega-wetenschappers die vonden dat Vogelsteins onderzoek halfbakken was en dat zijn conclusies mensen op het verkeerde been zetten.

De vier Stony Brook-hoogleraren komen nu met exact dezelfde gegevens als Vogelstein tot een tegenovergestelde conclusie: nog geen derde van het levenslange risico op kanker is te wijten aan pech. De Nature-studie haalt een denkfout uit de Vogelstein-studie, namelijk dat omgevingsinvloeden het aantal DNA-fouten dat tijdens de celdeling ontstaat ook kunnen vergroten of verkleinen.

Met deze herberekening blijft alles bij het oude: mensen die een gezond leven leiden beperken het risico dat zij kanker zullen krijgen aanzienlijk.