Die 53.275 martelfoto's uit Syrië? Die zijn dus echt

Tienduizenden foto’s van doodgemartelde gevangenen in Syrië zijn echt. „Het regime documenteert alles, zodat het niets vergeet.”

„Je kunt aankomen met foto’s van jan en alleman en zeggen dat het marteling is. Er is geen bevestiging van al dit ‘bewijs’, dus het zijn slechts beschuldigingen die niet hard worden gemaakt.”

Dit zei de Syrische president Bashar al-Assad in januari in een interview met het Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs. De interviewer vroeg hem naar de tienduizenden foto’s van dode Syrische gevangenen die begin vorig jaar naar buiten werden gebracht. Ze zijn gemaakt door een forensisch fotograaf van de Syrische militaire politie die is overgelopen naar de oppositie en zijn foto’s het land uit heeft gesmokkeld.

Het bestaan van de foto’s werd in januari 2014 bekendgemaakt door drie prominente mensenrechtenadvocaten, die de fotograaf uitgebreid hadden ondervraagd om de geloofwaardigheid van zijn verhaal te staven. Ook waren de foto’s onderzocht op eventuele manipulatie door forensische deskundigen. Desondanks kon de authenticiteit van de foto’s niet onomstotelijk worden vastgesteld.

Daar brengt Human Rights Watch verandering in. De mensenrechtenorganisatie publiceerde woensdag een 90 pagina’s tellend rapport, getiteld Als de doden konden praten. Daarin worden de verhalen achter de dode gedetineerden verteld. Human Rights Watch interviewde 33 familieleden en vrienden van 27 slachtoffers; 37 oud-gevangenen die mensen zagen sterven in detentie; en 4 deserteurs die werkten in detentiecentra of de militaire ziekenhuizen waar de meeste foto’s zijn genomen.

De mensenrechtenorganisatie concludeert dat er op de tienduizenden foto’s 6.786 dode gevangenen te zien zijn. Zij zijn in veel gevallen mishandeld, gemarteld, en/of geëxecuteerd. Van de meeste lijken zijn meerdere foto’s. De lijken zijn voorzien van identificatienummers, ofwel op het lichaam geschreven of op een papiertje.

De fotograaf, in het rapport aangeduid onder zijn schuilnaam Caesar, heeft zich vaak afgevraagd waar die foto’s toe dienden. In een eerder interview zei hij dat „het regime alles documenteert, zodat het niets vergeet. Daarom documenteert het deze doden. Als de rechters op een dag zaken moeten heropenen, hebben ze [deze foto’s] nodig.”

De foto’s kunnen worden gebruikt in een proces tegen leden van het regime wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Volgens experts is er al veel meer bewijsmateriaal verzameld voor misdaden tijdens de Syrische burgeroorlog, dan er was voor processen bij het Cambodja-tribunaal of het Joegoslavië-tribunaal. Maar Rusland en China blokkeren iedere poging om Syrië door te verwijzen naar het Internationaal Strafhof. Om die reden werd het rapport gepubliceerd in Moskou.

„De foto’s tonen slechts een fractie van de mensen die zijn gedood tijdens detentie door het regime”, zei Nadim Houry, Midden-Oosten-directeur van Human Rights Watch. „Duizenden anderen treft hetzelfde lot.”