Koninklijke aandacht voor de kunsten

Vandaag reikt koningin Máxima de Prix de Rome uit. Anders dan zijn moeder laat Willem-Alexander zich weinig zien in de culturele wereld. Hoe nauw is de relatie tussen de kunsten en het koningshuis?

Koningin Máxima bij haar bezoek aan de tentoonstelling van Malevitsj in het Stedelijk. Foto ANP

De mensheid kan in drie categorieën worden ingedeeld, zegt Sieuwert Verster, zakelijk leider van het Orkest van de Achttiende Eeuw. Je hebt de mensen die een doof oor hebben, die verloren zijn voor de muziek. Je hebt mensen die zich ontwikkelen tot muziekliefhebbers – die gaan naar het Concertgebouw of Paradiso. En je hebt mensen bij wie muziek door de ziel snijdt. „Voor die laatste categorie is muziek het enige wat telt.”

Leden van het Koninklijk Huis passen volgens Verster ook in dit schema. Hij kan het weten; sinds midden jaren tachtig is de musicoloog bij het paleis kind aan huis als muzikaal adviseur. Daar programmeert hij onder meer de Koningsdagconcerten. Verster plaatst Willem-Alexander en zijn moeder, prinses Beatrix, in de middencategorie. „Beatrix deed haar best, kwam langzaam in de ban van de muziek, en gaat nu uit vrije wil naar concerten. Dat geldt ook voor Willem-Alexander. Máxima lijkt op Claus. Zij zingt en neuriet. Voor beiden heeft muziek een oerfunctie.”

De vraag naar de relatie tussen kunst en koningshuis wordt interessanter nu Willem-Alexander steeds meer het imago krijgt van koning-koopman met een voorliefde voor sport. Tijdens staatsbezoeken, zoals afgelopen najaar in China, zet hij zich actief in voor de handelsbelangen van de BV Nederland. Foto’s van de vorst die in het collectief geheugen blijven hangen, houden vaak verband met sportactiviteiten: hossend met hockeymeisjes, juichend voor schaatsers, borrelend met president Poetin tijdens de Olympische Winterspelen.

Kunstvoorstellingen laat Willem-Alexander meestal over aan de twee vrouwen in zijn leven: zijn moeder en echtgenote. Op dezelfde dag (23 september 2015) dat Beatrix de tentoonstelling Munch: Van Gogh opende in Amsterdam, bracht de koning een bezoek aan het nieuwe distributiecentrum van webwinkel Wehkamp in Zwolle. Het Holland Festival, waar Beatrix sinds jaar en dag vaste gast was, sloeg het koningspaar dit jaar over wegens bezoeken aan de Verenigde Staten en Canada. Niet Willem-Alexander, maar Máxima is vandaag aanwezig bij de uitreiking van de Prix de Rome, de jaarlijkse aanmoedigingsprijs voor jonge beeldend kunstenaars.

Sporttribune

Is de koning een cultuurbarbaar? Tijdens een rondgang van NRC door de kunstwereld hoor je dat niemand zeggen. Alleen choreograaf Hans van Manen is uitgesproken kritisch. „Willem-Alexander en Máxima zitten meer op de sporttribune dan in het theater”, zegt hij. „Dat is jammer. De koning hoeft zijn moeder niet te imiteren, maar een beetje meer interesse voor de kunst zou prettig zijn. We weten alles over de jurken van Máxima, maar weinig over haar culturele interesse. Het is wat oppervlakkig.”

Maar er zijn ook andere geluiden. Veel mensen in de kunstwereld vinden de verschillen tussen Willem-Alexander en Beatrix minder groot dan ze lijken. Directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum: „Kunst bindt het land, dat voelen Willem-Alexander en Máxima goed aan. Daar is een grote overeenkomst met Beatrix. Ze zijn zich bewust van de zachte kwaliteiten van de samenleving. Ze weten dat die door kunst en kunstenaar goed vertolkt worden.”

Han Ebbelaar, veteraan van Het Nationale Ballet, adviseert: „Gun hun de tijd. Minstens vijf jaar. Ieder staatshoofd maakt zijn eigen keuzes. Juliana was dol op toneel. Beatrix op moderne kunst en dans. Willem-Alexander op moderne dans. Door zijn drukke agenda is dat gewoon nog niet zo tot uiting gekomen.”

Anderen wijzen op de eigen invulling die Willem-Alexander aan het koningschap geeft, inclusief de rol van de kunst. Erik Bos, galeriehouder van Nouvelles Images in Den Haag: „Koning Willem-Alexander zal niet in de voetsporen van zijn moeder willen treden. Hij heeft een andere focus. Dat is zijn keuze.”

Birgit Donker, directeur van het Mondriaan Fonds, is vandaag gastvrouw bij de Prix de Rome-uitreiking. Zij heeft „geenszins de indruk” dat Willem-Alexander en Máxima geen belangstelling hebben voor kunst. Wel hebben ze een andere soort belangstelling, zegt zij. „Toen er een staatsieportret van Willem-Alexander moest worden gemaakt, gaf hij kunstenaars de vrije hand. Zo van: ik zie wel wat eruit komt. Uit zo’n gebaar spreekt groot vertrouwen in de kunstwereld. Ik vind dat dapper.”

Vrijwel alle geïnterviewden zijn het erover eens dat kunst een duidelijke plaats en functie heeft in het koningschap. Net als zijn moeder koopt Willem-Alexander met enige regelmaat (moderne) kunst en houdt hij tradities in ere. Zijn landhuis Eikenhorst in Wassenaar huisvest volgens de Rijksvoorlichtingsdienst werken van Ad Dekkers, Jadranka Njegovan, Pascale Ticheler, Uwe Poth en Ton Frenken. Naar verluidt houdt hij, net als zijn moeder, van kunst uit de Zero-beweging.

Toch is het vooral Máxima die de aandacht trekt. Op de klanken van Adiós Nonino stal zij tijdens haar huwelijk met Willem-Alexander, 2 februari 2002, de harten van de Nederlanders. Ze werd beschermvrouwe van het Concertgebouworkest. De foto waarop zij een schilderij van de Russische kunstenaar Malevitsj bestudeert, tijdens de opening van een tentoonstelling in 2013, werd overal gepubliceerd. En ook met haar inzet voor muziekonderwijs voor kinderen oogstte de koningin veel sympathie.

De relatie van Beatrix met (beeldende) kunst is persoonlijk, direct, kwetsbaar bijna. Foto’s, videokunst, installaties, toegepaste en conceptuele kunstwerken vielen meteen bij haar af, schrijft Jutta Chorus in de biografie Beatrix. Dwars door alle weerstand heen (2013). „De scheppende hand is een belangrijk element in mijn waardering voor beeldende kunst”, zei ze daarover. „Ik heb een uitgesproken affiniteit met die kunst waarbij geen mechanisch element zit tussen de kijker en het werk. […] Ik wil liever laten zien wat ik kan begrijpen. Waarvan ik denk: dat ken ik en dat durf ik aan.”

Ralph Keuning, directeur van museum De Fundatie in Zwolle: „Het is geen geheim dat er op paleis Noordeinde een heel mooie collectie hangt en staat. Het gaat om wereldkunst, die niet zou misstaan in een museum.” Volgens Keuning was Beatrix „de koningin van de musea”.

Willem-Alexander is praktischer, hij waardeert technologie in kunst. Kunst mag van hem spektakel bieden dat jongeren meesleept, zoals het gezamenlijke optreden van dj Armin van Buuren en het Concertgebouworkest bij zijn inauguratie in 2013. Of de uitbundige, computergestuurde lichtshow bij een uitvoering van Canto Ostinato in Toronto tijdens het staatsbezoek aan Canada, eind mei.

Willem-Alexander wil weten hoe kunst en kunstinstellingen in elkaar zitten, zei Henk van Os, oud-directeur van het Rijksmuseum en voormalig cultuurmentor van de kroonprins, in een biografie over Willem-Alexander. „Hoe maak je een begroting voor een museum buiten de Randstad: dat vond Willem-Alexander interessant. Voor die managementkant van kunst heeft hij veel belangstelling.”

Rudi Fuchs, oud-directeur van het Stedelijk Museum, herinnert zich hoe Willem-Alexander een paar jaar geleden keek naar een kunstwerk tijdens de uitreiking van de Prijs voor Vrije Schilderkunst. „Hij wist dat hij iets moest zeggen. ‘Hoe heb je het gemaakt?’, wilde hij weten. Heel praktisch en nuchter. Dat vond ik slim. Beatrix vroeg altijd wat een kunstenaar ‘erbij dacht’. Ze had een gevoelige woordkeuze.”

Kunstvoorkeuren

Monarchen willen met hun persoonlijke kunstvoorkeuren soms een statement maken. Van Beatrix is bekend dat ze op staatsbezoeken soms gezelschappen meenam die bij het kabinet op de schraplijst stonden. Het huidige koningspaar maakt ook statements, zij het op andere wijze, valt Wim Pijbes op: „Neem die foto van het staatsbezoek aan China, van Máxima met haar Van Gogh-jurk. De koningin functioneerde daar als uitgangbord van de Nederlandse kunst en mode.”

Kan mode als cultureel contrapunt fungeren tegen het geweld van toplieden en contracten die tijdens staatsbezoeken van Willem-Alexander getekend worden? Galerist Erik Bos van Nouvelles Images heeft zijn twijfels. Hij weet niet of „de zachte krachten van de cultuur”, zoals Pijbes ze noemt, in het huidig koningschap wel krachtig genoeg zijn. „Beeldende kunst is moeilijk te gelde te maken” , stelt Bos. „Dat was al zo onder Beatrix en dat is nog steeds zo.

Verschil is wel dat Willem-Alexander ervoor gekozen heeft om niet meer orkesten mee te nemen met staatsbezoeken, zoals het Concertgebouworkest. Terwijl ik zou zeggen, dat is iets waar wij groot in zijn en wat je mag uitdragen. Maar als de vlag er anders bij hangt en alles in dienst staat van de economie, de handel en de contracten, dan is het uitdragen van de cultuur misschien minder belangrijk.” 

De kunstwereld laat ook kansen liggen, vindt museumdirecteur Ralph Keuning. „De sector moet zelf met suggesties komen voor het koningspaar. Veel grote kunst is opdrachtkunst van ambitieuze machthebbers die hun vleugels willen uitslaan. Als je een koningspaar hebt dat op de economische golven hun vervulling ziet, all over the world, dan ligt er een waanzinnige kans voor de Nederlandse kunst om in die dynamiek mee te gaan. We moeten een strak plan neerleggen.”