Uitbannen van hormoonontregelende stoffen dichterbij gekomen, EU moet criteria opstellen

Het versneld uitbannen van hormoonontregelende stoffen in de EU is gisteren een stap dichterbij gekomen na een uitspraak van het Hof van Justitie in Luxemburg. De Europese Commissie werd veroordeeld, omdat het geen criteria heeft opgesteld voor het bepalen van de hormoonontregelende eigenschappen van zogenoemde biociden. Deze stoffen komen onder meer voor in verf, schoonmaakmiddelen en pesticiden in de landbouw.

De zaak was aangespannen door Zweden. Dat land stelt dat de Commissie de gezondheid van miljoenen Europeanen in de waagschaal stelt, aangezien burgers dagelijks met de stoffen in aanraking komen. Uiterlijk in 2013 had ‘Brussel’ de criteria voor het bepalen van de schadelijkheid moeten opstellen. Het bedrijfsleven waarschuwde daarop dat de agrarische sector hard zou worden geraakt door een verbod op de stoffen. Het eiste eerst een studie naar de economische gevolgen. Daar wordt momenteel aan gewerkt. Volgens een woordvoerder van het EU-Hof moet de Europese Commissie nu alsnog direct de criteria opstellen.

Het komt weinig voor dat een EU-lidstaat het dagelijks bestuur van de EU voor de rechter daagt. Meestal is het andersom. Nederland, Frankrijk, Denemarken en Finland hadden zich bij de zaak aangesloten, net als het Europees Parlement en de Raad van de EU.

Uit een Nederlandse inventarisatie in 2009 bleek dat er in Nederland achthonderd tot duizend biociden werden gebruikt die mogelijk schadelijk zijn voor mens, dier of milieu. In Denemarken worden zwangere vrouwen door de overheid actief voorgelicht over de vermeende gevaren van producten die biociden bevatten. Vooral ongeboren kinderen en zuigelingen zouden risico’s lopen. Sommige onderzoeken wijzen op een verband tussen biociden en kanker, diabetes en overgewicht.