Groene bazen willen soortgenoten inspireren

Vlak na de klimaattop in Parijs willen de grootste bedrijven van Nederland laten zien hoe duurzaam ze zijn.

De bijeenkomst vond natuurlijk niet toevallig afgelopen maandag plaats. Zo pal na de klimaattop in Parijs, die in het weekend tot een climax kwam, was iedereen nog euforisch over het akkoord. Een beter moment om een rapport over de ‘circulaire economie’ te presenteren had de Dutch Sustainable Growth Coalition niet kunnen bedenken.

In de week van ‘Parijs’ popelden de acht grootste Nederlandse bedrijven om te laten zien hoe duurzaam ze zijn. De DSGC, een samenwerkingsverband van de topmannen van Philips, Shell, KLM, Unilever, Heineken, DSM, AkzoNobel en FrieslandCampina, bestaat sinds 2012 en promoot ‘duurzame businessmodellen’. De club wordt aangevoerd door Jan-Peter Balkenende, die zich na het premierschap als partner van accountantsbureau E&Y op duurzaamheid heeft gestort. Ook werkgeversorganisatie VNO-NCW doet mee.

Het rapport over de circulaire economie is de vierde publicatie die de DSGC heeft uitgebracht. Circulaire economie klinkt abstract, maar draait om iets concreets: het hergebruik van producten en materialen. Ondanks de oppervlakkige kreten die sommige topmannen afgelopen maandag bezigden – „het gaat om de mindset”, en „je moet de win-wins vinden”– maken hun bedrijven daar serieus werk van.

Geen glazen wijnflesjes meer

In het rapport van de DSGC staan tal van voorbeelden. FrieslandCampina zet koeienpoep om in biogas en bouwt nu een zuivelfabriek die hier (deels) op draait. Heineken maakt veevoer van ‘bostel’, een bijproduct uit het brouwproces. KLM vervangt de glazen wijnflesjes aan boord van zijn vliegtuigen door een recyclebare plastic variant. De Senseo-apparaten van Philips bestaan voor 13 procent uit gerecycled plastic. Zeep- en voedingsmiddelenproducent Unilever probeert zijn verpakkingsafval drastisch terug te dringen.

Maakt het echt verschil?

Een podium vol hoge heren die elkaar vertellen dat zij de wereld een beetje beter maken, maakt dat nu echt verschil? Directeur Marjan Minnesma van duurzaamheidsorganisatie Urgenda zegt van wel. „Het is nuttig als voorlopers als Paul Polman en Feike Sijbesma (van DSM, red.) tegen andere bedrijven zeggen: er moet een tandje bij. Zij inspireren soortgenoten met hun verhalen.” Al heeft Minnesma ook kritiek op de DSGC. „Het feit dat Shell erin zit, doet nogal af aan het geheel. Shell – daar is niks duurzaams aan.”

Joris Wijnhoven, campagneleider van Greenpeace, deelt die kritiek. „Het is een curieus gezelschap van zelfbenoemde groene voorlopers. Van KLM en Shell kun je toch onmogelijk zeggen dat het groene bedrijven zijn.” Volgens hem doen bedrijven als Philips en Unilever ‘verstandige dingen’, maar kunnen zij buiten het platform van de DSGC veel verder gaan dan ín die club. „Ze worden beperkt door Shell.”