Een rentestap voor de wereld

Beleggers over de hele wereld hielden hun hart vast, maar vooralsnog blijkt de operatie zonder veel schokken te verlopen: woensdag verhoogde het stelsel van Amerikaanse centrale banken, de Federal Reserve, zijn rentetarieven met een kwart procentpunt, van tussen 0 procent en 0,25 procent naar tussen 0,25 procent en 0,5 procent. Daarmee is de officiële rentevoet, voor het eerst sinds kort na de aanvang van de financiële crisis, boven het nulpunt gebracht.

Dat de ‘Fed’ de omstandigheden in de Amerikaanse economie goed genoeg acht om zijn tarief te laten stijgen, is een goed teken. De economische groei bedraagt iets boven de 2 procent en de werkloosheid is gedaald tot 5 procent. Dat het bestuur van de centrale bank zijn besluit unaniem nam, is eveneens een goed teken. het houdt in dat de, overigens gezonde, verschillen van mening even zijn bijgelegd om financiële markten en het bedrijfsleven zo veel mogelijk zekerheid te bieden.

Maar het betekent niet automatisch dat het monetaire beleid nu normaliseert. Dat geldt allereerst voor de Fed zelf. Het bestuur heeft gezegd dat verdere stappen omhoog afhangen van de ontwikkeling van de Amerikaanse inflatie, die eerst tekenen moet vertonen dat zij oploopt naar het gewenste niveau van tegen de 2 procent.

Bovendien rust voor nog duizenden miljarden dollars aan staatsobligaties en andere leningen, het resultaat van grootscheepse opkoopoperaties, op de balans van de Fed. Die worden niet afgebouwd, maar zelfs met tussentijdse aankopen op peil gehouden.

Het is dus nog lang niet ‘terug naar normaal’. En dat onderstreept dat het huidige economische herstel nog steeds plaatsvindt met monetair kunst- en vliegwerk.

Dat geldt ook voor Europa en Japan, waar nulrentes, negatieve rentes en opkoopprogramma’s nog steeds van kracht zijn, en zelfs worden geïntensiveerd. Het tekent een wereldeconomie waarin de gevaren zeker nog niet geweken zijn. Het vertrouwen neemt toe, zowel bij bedrijven als bij consumenten aan weerskanten van de Atlantische Oceaan. Maar in veel opkomende markten, waar veel in dollars is geleend, is de situatie precair – zie de afwaardering, woensdag nog, van Brazilië naar een ‘junk’-status.

Dat geeft westerse centrale banken, en dan vooral de Fed, een extra verantwoordelijkheid. Willen de Verenigde Staten blijven genieten van de privileges van een wereldmunt, de dollar, dan moeten zij accepteren dat dan ook de verantwoordelijkheden van de nationale centrale bank zich tot ver over de grenzen uitstrekken.