Een geoliede handbalmachine

Nederland plaatste zich voor de halve finales. Voor het eerst. Eindelijk een mondiale topprestatie van een sluimerend superteam.

De Nederlandse handbalsters zijn door het dolle na plaatsing voor de halve finales van het WK in Denemarken. Foto Jonathan Nackstrand/ AFP

Aan hoge verwachtingen nooit gebrek, wel aan een klinkend resultaat. Meestal was het net niet. Tot woensdagavond in het Deense Kolding. Een gevecht van jaren is beloond met een plaats in de halve finales van het WK. Nederland bij de mondiale topvier, dat is niet eerder vertoond.

Een gloedvol resultaat na de zoveelste gloedvolle overwinning op het WK in Denemarken. De handbalsters lijken alle schroom van zich te hebben afgeworpen, spelen bij vlagen hogeschoolhandbal en beloonden die goede vorm woensdagavond voorlopig met een overwinning (28-25) op het taaie Frankrijk. Voorlopig, omdat de speelsters meer willen. Véél meer. Ze willen wereldkampioen worden.

Wereldkampioen? Nederland? In handbal? Dat leek tot voor kort een droombeeld. Maar op basis van het vertoonde spel in Denemarken is die utopische gedachte een reëel vooruitzicht geworden. Nederland steekt in een dermate goede vorm dat voor niet één land gevreesd hoeft te worden. Er heerst een euforisch gevoel in het team. Zo van: laat maar komen die volgende tegenstander, wie het ook is. Ons maakt het niet uit.

Op weg naar de finale moet vrijdagavond (18.00 uur) Polen verslagen worden. Een oude bekende, omdat Nederland in de groep ook al tegen Polen heeft gespeeld. En hoe. De Poolse vrouwen, die in de kwartfinale Rusland met 21-20 versloegen, werden met 31-20 weggeblazen. Die uitslag geeft Nederland een morele voorsprong. De keerzijde kan zijn dat een getergd Polen geen tweede keer vernederd willen worden.

Hecht collectief

Om Nederland te verslaan zal Polen ver boven zichzelf moeten uitstijgen, want de Nederlandse handbalsters vormen op het WK een dusdanig hecht collectief dat, zoals tegen Frankrijk, mindere momenten ruimschoots gecompenseerd worden met flitsend en dominant spel. Soms haperde de dekking en soms werd te ondoordacht aangevallen, maar nimmer zakte de ploeg door de ondergrens.

Nederland kent geen zwakke plekken. De verdediging is een door Danick Snelder gemetselde muur, de opbouw wordt verzorgd door klasbakken als Loïs Abbingh, Estavana Polman en met name Nycke Groot. Het vuile cirkelwerk wordt met verve opgeknapt door Yvette Broch, het fotomodel van de selectie. Maar de ster van het team is de 22-jarige keepster Tess Wester, een speelster met uitschuifbare benen en superreflexen.

De Franse speelsters Beatrice Edwige (L) en Allison Pineau in duel met de Nederlandse handbalster Yvette Broch (C). Foto Frank Cilius/EPA

Exemplarisch voor haar sleutelrol was een moment drie minuten voor tijd bij de stand 27-25. De Française Gnosniane Niombla, een gelouterde reuzin, stormde bij een break alleen op Wester af. Normaliter leidt zo’n één-tegen-één-situatie tot een doelpunt. Maar zelden dat Wester uit haar doel komt. Met een katachtige beweging stopte de keepster het harde schot. Een formidabele redding op een cruciaal moment. Met drie minuten op de klok is een voorsprong van één doelpunt immers bepaald geen garantie voor de overwinning.

Een monumentale keepster

Wester, het slot op de deur. Een keepster die weliswaar overstroomt van fanatisme, maar nooit haar hoofd verliest. In alle zeven wedstrijden haalde zij een ongekend hoog stoppercentage van rond de vijftig procent. Wester, die tegen Frankrijk tot ‘speelster van de wedstrijd’ werd uitgeroepen, is ondanks haar leeftijd een monumentale keepster.

Architect van deze Nederlandse handbalmachine is Henk Groener, met in zijn bagage een rijke interlandcarrière, veel coachervaring en gezegend met een grote innerlijke rust. Groener blijft onder alle omstandigheden koel en geeft zijn speelsters de ruimte hun creativiteit te etaleren. De coach stuurt effectief, corrigeert waar nodig en stuwt Nederland op dit WK naar grote hoogte.