Column

De museumwereld is nog steeds erg blank

Het was deze week wereldnieuws dat zelfs The New York Times haalde: het Rijksmuseum is bezig zijn collectie te doorzoeken op termen die gevoelig liggen. Woorden als ‘neger’ ,‘indiaan’, ‘eskimo’ en ‘dwerg’ worden veranderd in meer politiek correcte zinsnedes. Een schilderij als Negerinnetje van Jacob Maris gaat voortaan door het leven als Jonge vrouw met waaier.

Dat kunstwerken van honderden jaren oud nog steeds door sommigen als beledigend worden ervaren, bleek een week eerder ook al in het Metropolitan in New York. Dat museum wordt door een bezoeker aangeklaagd wegens het tonen van schilderijen van een blanke en blondharige Jezus. Volgens aanklager Justin Renel Joseph, een Amerikaan van Hebreeuwse en Afrikaanse afkomst, is de „Arische Jezus” die afgebeeld staat op werken van onder meer Tintoretto en Perugino „racistisch en antisemitisch”. Op zijn website takedownaryanjesusart.com legt Joseph uit dat Jezus uit het Midden-Oosten afkomstig was en dus donker haar en een getinte huid zou moeten hebben. De schilderijen veroorzaakten bij hem „persoonlijke stress”, zegt Joseph.

Om nu de Tintoretto’s en Perugino’s uit alle musea te verwijderen, zou idioot zijn. Toen deze kunsthistorische meesterwerken geschilderd werden, in de zestiende eeuw, was er in Europa nauwelijks sprake van culturele diversiteit. De kunstenaars waren blank, hun kerkelijke opdrachtgevers ook, evenals het publiek dat ernaar keek en zich erin herkende. Maar beide zaken leggen wel de vinger op een zere plek. Veel westerse musea geven nog steeds een nogal eenzijdig beeld van de wereld. Ze hangen vol met kunstwerken die door blanke heteroseksuele mannen vervaardigd zijn.

Twee jaar geleden sprak ik met de Afro-Amerikaanse schilder Kerry James Marshall, die al op zijn veertiende besloten had om louter nog zwarte mensen te schilderen, als tegenwicht tegen de dominantie van blanke portretten in musea. „De westerse kunstgeschiedenis is de enige die we hebben”, zei hij toen. „En het feit dat zo weinig zwarte kunstenaars deel uitmaken van die canon, is een leemte die ik iedere keer weer voel als ik naar een museum ga of een kunstboek open.”

De politiek correcte herziening van de Rijksmuseum-collectie verhult zo een fundamenteler probleem: namelijk dat de kunstwereld zelf nog steeds een door blanke mannen gedomineerd terrein is. Meer diversiteit zou gewenst zijn: in de besturen, in de directies, maar dus ook in de museumzalen zelf.