‘Asperger maakt een mens eenzaam’

(43) maakte van rechercheur Saga Norén een fenomeen. Het derde seizoen van politieserie The Bridge hakte erin.

Helin: „Ineens stond ik er alleen voor, ook al heeft het wel tot nieuwe, creatieve oplossingen geleid.” Foto Carolina Romare

Ze scheurt rond in een olijfkleurige Porsche, draagt een versleten leren broek en stevige legerschoenen. In de la van haar bureau heeft ze altijd een schoon T-shirt om zich snel om te kunnen kleden. Voor het oog van haar collega’s staat de rechercheur dan drie seconden in haar bh, het kledingstuk over haar hoofd sjorrend. Dan schudt ze de blonde haren los en gaat weer verder. Business as usual.

Ontmoet actrice Sofia Helin (43), hoofdrolspeelster van de Deens-Zweedse misdaadserie The Bridge. Sinds in 2011 het eerste seizoen van deze ‘nordic noir’ op de Zweedse en Deense publieke omroep werd uitgezonden – voor de serie werkten de Zweedse SVT en het Deense DR voor het eerst samen – is de eigenzinnige rechercheur Saga Norén, gespeeld door de Zweedse Helin, uitgegroeid tot een fenomeen.

Zakelijk, bot, op het harteloze af, doet Saga onderzoek naar lugubere moordzaken zoals het doormidden gehakte lijk dat ze met haar Deense collega Martin Rohde (Kim Bodnia) aantreft op de Sontbrug. Tussendoor schuimt ze ’s avonds het café af, op zoek naar een avontuurtje. Een drankje vooraf is niet nodig. Een man die haar bevalt, spreekt ze aan met de zin: „Wil je seks? Kom mee.”

Ook al wordt het nooit expliciet benadrukt in The Bridge, Helin speelt een rechercheur met het syndroom van Asperger. Dat verklaart haar methodische manier van werken, maar het levert ook humoristische interacties op met collega en gezinsvader Martin (vijf kinderen bij drie vrouwen) die worstelt met haar sociale beperkingen. „Helaas stopte Kim Bodnia voor het derde seizoen”, zegt Helin. „Vanwege een conflict met de scriptschrijver hield hij het voor gezien.”

Door Bodnia’s vertrek werd het filmen van dat derde seizoen extra zwaar voor de actrice. „Ineens stond ik er alleen voor, ook al heeft het wel tot nieuwe, creatieve oplossingen geleid.” Vanwege het eerdere succes van de serie was het derde seizoen al aan 160 landen verkocht. „Dat gaf grote druk. Het kostte me meer moeite om Saga te spelen. In dit nieuwe seizoen wordt ze geconfronteerd met demonen uit haar verleden. Ze gaat helemaal los, dat hakte erin. Ik raakte oververmoeid. Ik bleef niet in die rol als ik na een dag filmen thuis kwam bij mijn man en kinderen, maar haar persoon verliet me niet meer.”

Heeft u voor deze rol ook onderzoek gedaan naar het syndroom van Asperger?

„Ja. Ik heb me verdiept in meerdere vormen van autisme. Mensen met zo’n hersenontwikkelingsstoornis willen meedraaien in de maatschappij. Maar op veel scholen ontbreekt de juiste begeleiding en er zijn maar weinig programma’s om hen aan een baan te helpen. Ze worden al snel afgedaan als dom of niet op de werkvloer geaccepteerd. Saga heeft daar ook last van. Ze is erg eenzaam en ongelukkig.”

Ongelukkig? Ze lijkt eerder nuchter. Heeft Saga niet juist minder last van gevoelens omdat ze deze niet kent?

„Dat is een misverstand. Ze voelt veel, ze weet alleen niet hoe ze de ander kan bereiken. Mensen met Asperger kunnen niet goed communiceren. De dingen die ze zeggen komen bevreemdend over, ze krijgen dus niet de reactie die ze zouden willen. Dat maakt eenzaam. Ik heb gelezen dat kinderen met Asperger het gevoel hebben dat ze achter een glazen wand zitten. Precies dat voelde ik toen ik me voor het eerst verplaatste in Saga. Ze klopt tegen het glas, maar niemand hoort haar.”

Hoe heeft u zich voor die rol voorbereid?

„De Zweedse regisseur Maria Blom leerde mij ooit een methode waarbij je jezelf leeg kunt maken voordat je je verdiept in een personage. Voor Saga heb ik die methode gebruikt en ben vervolgens de straat opgegaan, zo ontdekte ik hoe mensen op mij reageerden, ik begon mijn personage vanuit hun ogen te zien.”

Wat deed u zoal op straat?

„Ik ging winkelen en naar het zwembad. In het zwembad kocht ik bijvoorbeeld een kaartje. De man achter de kassa was charmant, hij wilde een praatje maken, maar ik ging er niet op in, ik was heel doelgericht en wilde alleen dat kaartje. Toen betrok zijn gezicht. Hij dacht dat ik bot was.”

Waarom wordt het gedrag van Saga als bot ervaren?

„In de sociale omgang zijn we constant bezig met de ander. Ik wil dat jij je goed voelt, en andersom. Als je met elkaar een gesprek voert, bevestig je elkaar. Gebeurt dat niet, dan wordt de ander onzeker en sluit zich af. En ik begrijp het ook. Als ik Saga in het echte leven zou ontmoeten, zou ik ook niet met haar bevriend willen zijn.”

Heeft u naast The Bridge nog tijd voor andere projecten?

„Ik ben nu bezig met de opnames van een driedelige tv-serie over Berlijn met regisseur Oliver Hirschbiegel (Der Untergang, red.). Daarnaast heb ik plannen voor een toneelproject in een Zweedse buitenwijk. Het stuk gaat over een vrouw die iets goeds wil doen voor vluchtelingen, maar met haar houding reduceert ze deze buitenlanders tot exotische wezens. Ogenschijnlijk is ze liberaal, maar ondertussen sluit ze personen buiten. Dat staat voor het nieuwe Zweden. Ons land heeft veel linkse, goed opgeleide mensen die uiterst politiek correct zijn. Maar het probleem is dat ze hun angst voor de nieuwe situatie, met de instroom van buitenlanders, niet uiten. Het is zo’n taboe om een racist te zijn dan niemand zich durft uit te spreken. Dat is gevaarlijk. Als ik tegen een vluchteling zeg: ‘kom in mijn huis’, dan ontstaan er ook problemen. Dat is niet erg, maar je moet er wel over praten, je moet dingen bespreekbaar maken.”

Heeft u iets van Saga geleerd?

„Je moet mensen niet te snel beoordelen. Sommigen kunnen niet meer dan ze doen.”