Column

Alcoholverkoop aan de jeugd laat opportunisme van de branche zien

Het papier is geduldig, de handhaving het probleem. Het onderzoek naar de naleving van de wet die alcoholverkoop aan leeftijd bindt, bevestigt een oude waarheid. Wetgeving zonder handhaving maakt bestuurders ongeloofwaardig en burgers cynisch.

Gisteren bleek dat iets minder dan eenderde van alle alcoholverkopers zich interesseert voor de leeftijd van hun klanten. Terwijl dat wettelijk toch verplicht is. Aan klanten onder de 18 mogen cafés, kantines, supermarkten, slijterijen et cetera geen drank verkopen, op straffe van soms hoge boetes. In opdracht van 133 gemeenten trachtten getrainde ‘mystery shoppers’ 5.886 keer alcoholhoudende drank te kopen. Zij noteerden ook hoe druk het was, of de kassier man, vrouw, jong of oud was. Het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP en de Universiteit Twente tekenden ervoor.

De uitslag laat vooral laksheid en desinteresse zien. In het bijzonder in sportkantines en cafetaria’s, met een handhavingsquote van 15 procent. Slijterijen en supermarkten doen het relatief goed met 51,8 en 41,2. De horeca trekt zich echter vrijwel niks van de wet aan, met 22,2 procent. Aangezien de anonieme kopers vooral jongerenhoreca bezochten, is dat extra zorgelijk. Ook interessant is dat jonge kassamedewerkers beter controleren dan oudere. Vrouwen blijken dan weer stipter dan mannen. En: hoe drukker de supermarkt, hoe beter de controle. Ook frappant: vragen naar het ID-bewijs (en dus leeftijd controleren) betekent niet dat de koop ook wordt geweigerd. In eenderde van de gevallen waarin de koper liet zien onder de 18 te zijn, werd er niettemin alcohol verkocht.

Het aardigst wat over deze teleurstellende resultaten kan worden gezegd, is dat er tenminste in delen van de branche wordt gepoogd jongeren uit te sluiten. En dat daar soms al een handhavingsdruk van boven de 50 procent wordt behaald. Tegelijk is zonneklaar dat als de jongerenhoreca en de sportkantines in de praktijk medewerking blijven weigeren, deze regelgeving faalt. Het enige wat dan is bereikt, is een verschuiving van de ene kassa naar de andere. Een gevolg van het kortetermijnopportunisme van kroegbazen en kantinebeheerders, die de kennelijk lucratieve omzet niet willen missen.

Het behoeft nauwelijks betoog dat hier voor gemeenten een stevige handhavingsopdracht ligt. Winkeliers, horeca-exploitanten en sportverenigingen hebben hun eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zij behoren uit zichzelf in te zien dat alcoholconsumptie onder de jeugd uit de hand loopt. Comazuipen, ‘indrinken’ met als doel laveloos te worden, is bewezen schadelijk en zorgt voor schade aan het individu. En aan de samenleving.