48 zwaantjes, een dubbele dosis

Derek Deane zet 48 Chinese zwanen op toneel. „Een uitvergroot Zwanenmeer heeft een ‘gasp factor’: het publiek moet naar adem happen.”

De 48 zwanen van het Shanghai Ballet poseerden gisterochtend in de Grote Kerk in Breda. Morgen begint de tournee in het Bredase Chassé Theater. Foto Novum/ ERALD VAN DER AA

‘Quick, quick, quick!” Als een moedergans loopt de Britse choreograaf Derek Deane (62) het parcours van het zwanencorps de ballet, gevolgd door een oneindige slinger sjokkende zwaantjes in witte tutu’s. Met het Shanghai Ballet is hij ‘het grootste Zwanenmeer ter wereld’ op het toneel van het Bredase Chassé Theater aan het passen. Een klus: in zijn versie van de klassieker danst een dubbele dosis zwaantjes, 48 in plaats van 24. Voor hem een bescheiden aantal. Als zijn Zwanenmeer in de Royal Albert Hall speelt, staan 65 zwanen op het toneel.

De Nederlandse podiumafmetingen zijn aanzienlijk kleiner, maar laat het maar aan Deane over om het exact zo te krijgen als hij het wil. In de balletwereld heeft hij de reputatie van een ‘ballet bully’, een titel die de voormalig solist van The Royal Ballet omarmt: „Een beetje gezonde angst is goed.” Bij het Chinese gezelschap heeft hij het relatief makkelijk. Hij roemt het werkethos van de dansers. „Ze luisteren en willen leren. En dan heb ik het geduld van God.”

Bij het repeteren met het enorme corps de ballet wordt hij bijgestaan door Chinese balletmeesters, die hier en daar gericht tikken uitdelen om een hoofd of een hand in de juiste houding te krijgen. Het resultaat: verzorgde (én lange) lijnen, en heldere patronen.

Deane maakte zijn Zwanenmeer in 1997 („Het was de laatste voorstelling die Diana zag”, zucht de vertrouweling van de overleden prinses quasinonchalant). Destijds was hij artistiek leider van het English National Ballet en op zoek naar nieuwe publieksgroepen. Met een uitvergroot Zwanenmeer bijvoorbeeld. „Het heeft een ‘gasp factor’: het publiek moet naar adem happen. Ik blijf dicht bij de negentiende-eeuwse versie, maar voor de extra meisjes kon ik allerlei water- en golfeffecten choreograferen. Met dit volume zwanen krijg je een golf, een tsunami van emotie van al die meisjes rond dat ene tragische wezen.”

Op het toneel legt Deane „voor de duizendste keer” iets over de mime uit aan de Chinese solisten. Beleefd worden zijn instructies opgevolgd. „In Frankrijk of Italië loop ik de hele dag te schreeuwen, dat hoeft bij deze club niet. Al is het soms lastig hen te laten begrijpen wat ze nou eigenlijk vertellen met hun bewegingen. Ze zijn emotioneel geslotener dan Europeanen. Toen ze mijn Romeo en Julia voor het eerst deden, wilden ze aanvankelijk niet eens kussen!”

De afgelopen tien jaar heeft hij regelmatig met het Chinese gezelschap gewerkt en inmiddels zijn de dansers aan hem gewend. „Ik zeg altijd: ik wil dat je voor mij blóédt, waarom blóéd je niet voor mij? Dat begrijpen ze. Ja, ik maak ze gek. Ik moet wel, anders zou ik hetzelfde maken als iedereen.” En wordt al zo veel onzin geproduceerd, vindt Deane, met ballet-heldinnen als junk, of klassiekers die verplaatst zijn naar de 23ste eeuw. „Ik geloof in de klassiekers als klassiekers. Als je die in de puurste vorm doet, zijn ze onverslaanbaar.”