‘Zelfmoord? Dacht ik niet’

In zijn stijlvolle lesbische liefdesfilm ‘Carol’ koos Todd Haynes voor de blik van het liefdesobject. „In de liefde heeft degene die wordt begeerd alle macht.”

Carol Aird (Cate Blanchett) en Therese Belivet (Rooney Mara) worden intiem in Carol

Valt er nog iets te winnen op het gebied van homorechten? Actrice Rooney Mara lacht droog en knikt naar tegenspeelster Cate Blanchett, die een tafel verderop een kring journalisten te woord staat. „Er is veel vooruitgang, maar als een filmster uit de kast komt staat de wereld op zijn kop. We zijn weer een stap verder als zoiets ter kennisgeving wordt aangenomen.”

Het is mei, op het Mouton Cadet-terras praten we over Carol, het stijlvolle lesbische liefdesdrama van Todd Haynes naar Patricia Highsmiths semiautobiografische roman The Price of Salt uit 1952. De filmpers is verrukt, later deze week zal Rooney Mara de prijs voor beste actrice winnen als Therese Belivet, de introverte verkoopster die valt voor de soevereine, afstandelijke gratie van de oudere Carol Aird (Blanchett). Maar Mara is stekelig, kennelijk omdat collega Blanchett steeds moet uitleggen dat ze echt, heus, niet uit de kast is. Een woordgrapje – de actrice bevestigde dat ze „relaties met vrouwen heeft gehad” – werd door de Britse tabloids in typische gotcha!-stijl geïnterpreteerd als biseksuele bekentenis. Mara: „Een film opnemen is uitputtend, maar een filmset is een veilige omgeving. Een perstournee is uitputtend én deprimerend, want sorry mensen: jullie zijn geen veilige omgeving.”

Poëtisch realisme

Regisseur Todd Haynes zit daar vandaag dus absoluut niet mee: hij borrelt van energie nu zijn film zo in de smaak valt. We complimenteren hem: Carol voelt niet zozeer als een film over New York in de vroege jaren vijftig, hij lijkt wel in die tijd opgenomen. Haynes’ als ‘poëtisch realisme’ omschreven stijl van vale tinten, grauwe wolkenkrabbers en beslagen ramen versterkt meesterlijk een stemming van in melancholie sudderend verlangen.

Meester-stilist Haynes koos voor een radicaal andere esthetiek dan in zijn eerdere film over onmogelijke, want interraciale liefde in de jaren vijftig, Far from Heaven uit 2002. Haynes: „Far from Heaven werd gedefinieerd door de geëmailleerde, frisse kleuren van de late jaren vijftig en door suburbaan, huiselijk melodrama van Douglas Sirk. Iedereen zag eruit alsof hij zo uit een Hollywoodstudio kwam. Carol is New York rond 1950: een doorgezakte stad, een beetje sletterig en vies, in de aardse tinten van de jaren veertig. Mijn inspiratie waren niet films, maar documentaires en fotografie.”

Haynes legt uit dat hij aan het script van Phyllis Nagys, dat al zo’n vijftien jaar ronddwaalde, de structuur van Brief Encounter toevoegde, David Leans meesterwerk over de gedoemde liefde tussen een getrouwde man en vrouw uit 1945. „In Brief Encounter struikel je als het ware het leven van Celia Johnson binnen. Zij drinkt in het begin een kopje thee in een stationsrestauratie met Trevor Howard. Thuis wacht een saaie, lieve echtgenoot, maar dat weet je pas veel later. Eerst cirkel je door haar leven, dan keren je terug naar het begin met het besef hoe essentieel dat kopje thee voor haar is.”

Wat Haynes aan roman en script beviel, was de keuze voor het perspectief van het liefdesobject, de jonge Therese. „In het klassieke Hollywoodmodel is de vrouw object van de ‘male gaze’, de mannelijke blik. Hij neemt het initiatief, beweegt de film voort. Maar in de liefde ligt de macht bij degene die begeerd wordt. De vraag is: beantwoordt het object de liefde, wordt dit tragedie of feelgood? Het subject is de zwakke partij, het object heeft alle macht. In Carol verschuift het perspectief daarom geleidelijk. De ervaren Carol Aird heeft de touwtjes in handen, Therese laat zich meevoeren. Maar in de slotscène is Carol de kwetsbare partij.”

Pantseren

Therese leert zich te pantseren om als lesbienne te overleven in de jaren vijftig, denkt Haynes. „Voor haar is alles verwarrend, er zijn geen woorden, geen syntaxis, voor haar liefde. Ze weet wel van vrouwen met kort haar in mannenkleren, maar dat is zij niet, dat is Carol niet. Ze moet het allemaal zelf uitvinden.”

Een tragisch eind heeft Haynes nooit overwogen. „Wat, zelfmoord, het sanatorium? Zoals dat hoort met homo’s en lesbiennes in Hollywood? Dacht ik niet! Ik wilde een eind dat een nieuw begin is. Zoals The Graduate. Na die flamboyante finale waarin Benjamin zijn geliefde Elaine voor het altaar wegsleurt. Daarna zitten ze in een bus en is het van: en nu?”

Dat gayfilms tegenwoordig vaak in het verleden spelen, vindt Haynes logisch. „Een liefdesdrama heeft obstakels nodig, daarom is het verleden de beste plek geworden voor homoseksueel drama. We hebben grote, noodzakelijke stappen voor tolerantie van de homoseksuele lifestyle gezet, maar onderweg is die hele mysterieuze pre-Stonewall subcultuur van gay mannen en vrouwen verdwenen, de slinkse wijze waarop zij de dominante cultuur naar hun hand zetten. Nu zijn we onderdeel van de dominante cultuur geworden: weg obstakels. Bij alles wat je wint, gaat ook iets verloren.”

    • Coen van Zwol