Herzberg hekelt opening door koning om link met dictator Videla

Dichteres en toneelschrijfster Judith Herzberg heeft zich in augustus teruggetrokken uit het comité van aanbeveling van het Verzetsmuseum, nadat koning Willem-Alexander de tentoonstelling Geen nummers maar namen had geopend over politieke gevangenen in concentratiekamp Dachau. Dat blijkt uit een brief die Herzberg naar Hans Blom, bestuursvoorzitter van het museum, heeft gestuurd.

Volgens Herzberg had Willem-Alexander de tentoonstelling in april niet mogen openen, omdat diens schoonvader, Jorge Zorreguieta, ervan verdacht wordt politieke tegenstanders te hebben laten verdwijnen tijdens het Videla-regime. „Ik begrijp niet goed hoe hij het lef had deze tentoonstelling in het Verzetsmuseum te openen”, schrijft Herzberg. „Vond hij het ‘een eer’? Besefte hij niet dat dit ook een belediging was, juist in het Verzetsmuseum, voor degenen die hun leven op het spel gezet hebben om de wereld van de criminele krachten te ontdoen en daarbij dan het leven lieten?”

De originele brief

 

De episode in Argentinië

Niet eerder tijdens het nog jonge koningschap werd herinnerd aan de episode in Argentinië, waarover tijdens de verloving van Willem-Alexander en Máxima veel te doen was. „Ziet hij geen parallel met het misdadige regime dat in Argentinië tussen de 10.000 en 30.000 ‘nummers’ heeft laten verdwijnen”, schrijft Herzberg.

In haar brief verzoekt zij Blom haar standpunt met de overige 24 comitéleden te delen. „Drie of vier reageerden”, zegt Blom. „Eén was het met Herzberg eens.” Dat was Theo van Boven, emeritus hoogleraar en ex-directeur mensenrechten bij de VN. „Ik heb de rijen met namen van slachtoffers van het dictatoriaal regime in Argentinië gezien”, zegt hij. „Dat raakte me. Dus haar brief raakte me ook, al begrijp ik dat het Verzetsmuseum de banden met het Koninklijk Huis goed wil houden.” Herzberg wil de brief niet toelichten.

De RVD in een reactie: De Koning heeft in 2014 de uitnodiging van het Verzetsmusem de tentoonstelling te openen graag gehonoreerd. Deze discussie betreft een aangelegenheid tussen het  bestuur van het museum en comité van aanbeveling."