Verwachting: aantal armen daalt vanaf dit jaar

Het CBS heeft een rapport gepresenteerd over de ontwikkeling van armoede in Nederland.

Een gepensioneerde automonteur telt het geld in zijn portemonnee.

Het aantal huishoudens dat moet rondkomen van een laag inkomen daalt naar verwachting in 2015 en 2016 licht. Dat blijkt uit het rapport Armoede en sociale uitsluiting van het CBS, dat woensdag is verschenen. Wel is het aantal mensen dat langdurig, meer dan vier jaar, van een laag inkomen moet rondkomen “flink toegenomen”.

De zogenoemde lage-inkomensgrens lag vorig jaar voor een alleenstaande op 1.020 euro. In dat jaar moesten van de zeven miljoen huishoudens 734.000 het met minder doen, 10,4 procent. Dat zijn er zesduizend meer dan het jaar daarvoor. Voor 2015 verwacht het CBS dat het aantal huishoudens met een laag inkomen gedaald is tot 10,1 procent en in 2016 tot 10 procent.

Het aantal personen dat onderdeel is van een huishouden met een laag inkomen nam vorig jaar eveneens toe, maar ook daarin verwacht het CBS voor dit jaar en volgend jaar een daling. Het CBS stelt vast dat een deel van de mensen in de problemen geraakt zijn door de crisis zich nog altijd niet aan armoede heeft kunnen ontworstelen. Cijfers over hoe die groep zich de komende jaren zal ontwikkelen zijn nog niet beschikbaar.

Intensiteit

De intensiteit van armoede, door het CBS berekend als het doorsnee deel dat huishoudens met een laag inkomen binnenkrijgen ten opzichte van de lage-inkomensgrens, is vorig jaar gedaald. Huishoudens met een laag inkomen waren toen dus “minder arm” dan in het jaar ervoor.

Het doorsnee verschil kwam in 2014 neer op 12,5 procent - voor een alleenstaande 130 euro per maand. Omdat met een euro door de verbeterde koopkracht in 2014 meer te koop was dan het jaar ervoor, is het zogenoemde inkomenstekort in absolute zin weliswaar gelijk gebleven, maar in de praktijk gedaald.

Armere groepen

Nederlandse gezinnen met een niet-Westerse achtergrond hebben zes keer zo vaak een langdurig laag inkomen, en dat verschil wordt groter. Vooral onder Marokkaans-Nederlandse huishoudens was dat percentage in 2014 hoog: 14,8 procent.

Andere kwetsbare groepen zijn eenoudergezinnen met minderjarige kinderen (10,6 procent, 2 procentpunt meer dan het jaar ervoor) en alleenstaanden onder de AOW-leeftijd (8,9 procent). Ook het aantal kinderen in gezinnen met een langdurig laag inkomen is flink toegenomen tot 131.000 - ongeveer 4,5 procent van alle kinderen.

Problemen

Onder personen die verdacht worden van een misdrijf zijn mensen die moeten rondkomen van een laag inkomen oververtegenwoordigd. In 2013 werd 3 procent van die doelgroep verdacht van minstens één misdrijf. Van de mensen boven de lage-inkomensgrens was dat 0,7 procent. Mensen met lage inkomens worden ook vaker slachtoffer.

Verder vond het CBS onder armen meer gezondheidsproblemen. Lage inkomens roken meer en hebben vaker (ernstig) overgewicht. De levensverwachting en de mate van gezondheid waarin mensen oud worden is ook lager naarmate het inkomen daalt. De zorgkosten waren in 2012 voor armen met gemiddeld 2.500 euro per persoon een stuk hoger dan de 2.070 euro voor mensen boven de grens. Huishoudens met een laag inkomen hebben relatief hoge vaste lasten en geven daardoor minder geld uit aan andere goederen, met uitzondering van alcohol en tabak.