Rutte diep door het stof in Kamerdebat over Teevendeal

Premier betuigt spijt over uitspraken op persconferentie vrijdag en kritiseert zijn gebrekkige regierol in de Teevendeal.

Premier Rutte woensdagavond tijdens het Kamerdebat over het rapport van de commissie-Oosting. Foto ANP / Valerie Kuypers

Premier Rutte is woensdagavond diep door het stof gegaan voor zijn eigen handelen in de afwikkeling van de ‘Teevendeal’. In het Kamerdebat over het vorige week gepresenteerde rapport van de commissie-Oosting zei Rutte dat hij te weinig regie heeft gevoerd rond de zaak en dat hij vrijdag op een persconferentie ten onrechte de indruk wekte dat hij niet achter de conclusies van Oosting stond.

De Kamer debatteert sinds 14.00 uur met premier Mark Rutte (VVD), minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) en staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Veiligheid en Justitie, VVD) over het rapport van Oosting, die de ‘Teevendeal’ onderzocht. De Teevendeal is de omstreden schikking met drugscrimineel Cees H., die toenmalig officier van justitie Fred Teeven, momenteel VVD-Kamerlid, in 2000 sloot. De commissie-Oosting vindt de schikking niet in proportie. Naast het oordeel over de schikking staat in het debat vooral het handelen van Rutte centraal: informeerde de premier de Kamer telkens zo goed als van hem mocht worden verwacht?

‘Zwaarste debat uit politieke loopbaan’

Premier Rutte begon zijn beantwoording woensdagavond door te zeggen hij nu dertien jaar in de politiek zit en dat dit “veruit het zwaarste politieke debat uit mijn politieke loopbaan” is. Hij noemde de kritiek van de Kamer in de eerste termijn “snoeihard” en zegt dat hij het afgelopen vrijdag alleen maar erger heeft gemaakt tijdens zijn wekelijkse persconferentie. Toen liet Rutte in het midden of hij het harde oordeel van Oosting over de Teevendeal (“kan toets der kritiek niet doorstaan”) wel deelde door te zeggen dat hij “niets van de tegenprestatie” weet. Oosting zelf erkent dat H. waarschijnlijk waardevolle informatie gaf aan Teeven, maar blijft erbij dat de deal “disproportioneel” was.

Doordat hij op de persconferentie zo uitvoerig reflecteerde over dit deel van het rapport, wekte de premier de indruk dat hij het niet volledig met Oosting eens was. “Dat was een enorme stommiteit, ik ondersteun de conclusies van dhr. Oosting volledig”, zei Rutte woensdagavond.

Rutte ging op nog twee punten door het stof: hij had in het hele proces naar eigen zeggen “veel meer op de bal moeten zitten om de onderste steen boven te krijgen”, daarmee zijn eigen regierol kritiserend. Over het niet toezenden van een belangrijk gespreksverslag over de Teevendeal naar de Kamer in een debat in maart zegt hij dat hij onvoldoende tijd had om het karakter van het document vast te stellen. Achteraf gezien had hij meer tijd moeten nemen om het stuk te beoordelen, zegt Rutte. “De les die ik trek is dat ik voortaan meer tijd neem, dan bel ik de voorzitter”, aldus de premier.

Van der Steur en Dijkhoff hebben spijt

Staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Veiligheid en Justitie, VVD) en minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) hebben spijt van hun bemoeienis bij het opstellen van een, achteraf bezien, foutief persbericht van toenmalig minister Opstelten in hun rol als Kamerlid. In het persbericht werd “goed journalistiek speurwerk” van Nieuwsuur – zoals de commissie-Oosting het omschrijft – keihard tegengesproken. In een conceptversie van het persbericht stond nog dat ambtenaren niet wisten “dat een bedrag van 4,7 miljoen gulden aan H. is overgeboekt”. In de definitieve versie was het bedrag geschrapt, op advies van Van der Steur en Dijkhoff.

Dijkhoff bevestigde woensdag in het debat dat hij op 4 maart toevallig aanwezig was op het ministerie van Veiligheid en Justitie. “Op enig moment” kwam iemand met een concept-persbericht binnen dat het ministerie in reactie op de uitzending van Nieuwsuur wilde sturen, zegt Dijkhoff. Daarna had hij “achteraf gezien een denkpauze had moeten inlassen” en “moeten constateren dat het bespreken van het persbericht een stap te ver was.” Dijkhoff stelt dat contact tussen bewindslieden en Kamerleden van dezelfde partij gebruikelijk is, maar erkent dat “er inderdaad grenzen aan zitten”.

Van der Steur erkende in het debat dat hij op 4 maart door Opstelten gevraagd werd “om te komen helpen bij de crisis die aan het onstaan was”, waarbij Van der Steur refereerde aan de uitzending van Nieuwsuur die avond. Hij verweet zichzelf dat hij niet zich niet eerder heeft afgevraagd of hij als Kamerlid op dit onderwerp (Cees H.) de minister wel kon adviseren. “Ik voelde het ongemak te laat.” Hij kwam pas tot die conclusie op 9 maart, vertelt Van der Steur, toen hij wegliep uit een nieuw crisisoverleg omdat een belangrijk vertrouwelijk gespreksverslag over de Teevendeal zou worden besproken.

Volg ook ons liveblog over het debat, met al het laatste nieuws.