‘Politiek bemoeit zich te veel met coördinator terrorismebestrijding’

Evalueerde NCTV

Bij de NCTV zitten experts in terreurbestrijding. „Mogen zij zelf nog kunnen nadenken?”

Antiterreuroefening in Rotterdam. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

De aanslagen op vier forensentreinen in Madrid, waarbij in maart 2004 bijna 200 doden vielen, waren niet alleen een schok voor Spanje. In Nederland leidden ze tot de oprichting, in 2005, van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb). Dat was een kenniscentrum opgericht door topambtenaar Tjibbe Joustra. Het moest overheden, burgers en bedrijven gedegen en onafhankelijk informeren over de aard van dreigingen.

Tien jaar later is de NCTb de NCTV geworden, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. En met de degelijkheid en onafhankelijkheid van het instituut is het goed gesteld, constateert Edwin Bakker, directeur van het Haagse Centre for Terrorism and Counterterrorism, onderdeel van de Universiteit Leiden. „De rapporten met dreigingsanalyses van de NCTV die elk kwartaal uitkomen, staan als een huis.”

Op verzoek van de NCTV onderzocht Bakker de werkzaamheden van de dienst in de afgelopen tien jaar. „De rapporten vertonen tien jaar lang een opmerkelijke consistentie in inhoud en kwaliteit en geven lokale bestuurders veel houvast. Ik heb daar heel weinig kritiek op gehoord”, zegt hij.

Anders is het met de NCTV als persoon, en de dreigingsniveaus die hij hanteert. De persoon – momenteel Dick Schoof – staat in tijden van terrorisme onder groeiende druk om politiek welgevallige boodschappen af te geven, constateert Bakker. „In de beginjaren was de coördinator een soort ombudsman”, zegt hij. „Iemand die op afstand opereerde van het politiek gewoel. Nu is hij meer uitvoerder geworden van wensen van de Tweede Kamer ”

Heeft u een voorbeeld?

„Het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme. Dat is een lange optelsom van politieke wensen en eisen hoe je terrorisme en radicalisering kunt voorkomen. Over de voortgang moet steeds gerapporteerd worden aan de Kamer. Zo word je als ambtenaar gedegradeerd tot een afvinker van beleid. Mogen die ambtenaren als experts zelf nog kunnen nadenken?”

Doet de NCTV niet zelf ook aan politisering? Oud-VVD-leider Frits Bolkestein verweet de dienst politiek te bedrijven door te stellen dat er „een enorm verschil is tussen islam en jihadisme”.

„Dat ben ik met Bolkestein eens. Dat is te politiek geformuleerd. Het is ook een uiting van de verschillende stromingen binnen de NCTV. Recentelijk is er veel instroom geweest uit de ministeries van Binnenlandse Zaken en Sociale Zaken. Die stroming kijkt anders tegen jihadisme aan, is meer multicultigericht en denkt dat je veel problemen via extra stageplekken kunt oplossen.”

De huidige NCTV, Dick Schoof, treedt regelmatig op in de media. Dat kun je ook niet afstandelijk noemen.

„Er is natuurlijk het nodige aan de hand. Maar je hebt gelijk... de voetbalcoach die zegt: het moment is gekomen om minder op de buis te komen, is meestal wel verstandig. Dat geldt hier misschien ook. Hoe meer je als NCTV-coördinator optreedt in de media, hoe groter de kans dat je fouten maakt. En dat niet alleen: je drukt er anderen mee weg.”

Hoe bedoelt u?

„In plaats van zelf interviewverzoeken aan te nemen, zou de NCTV media meer kunnen doorverwijzen naar een leraar maatschappijleer of andere burgers. Op internet vind je prachtige voorbeelden hoe burgers reageren op de terreurdreiging. Het filmpje over de Franse vader die zijn zoontje in Parijs vertelt dat bloemen en kaarsen krachtiger zijn dan kogels, is meer dan tien miljoen keer bekeken.”

De NCTV komt geregeld in het nieuws met dreigingsniveaus die ‘substantieel’ zijn. Maar dat zijn ze al sinds maart 2013. Werkt zoiets nog wel?

„Nee. Er is nu een groot verschil met maart 2013 – toen mensen begonnen uit te reizen naar Syrië en Irak en misschien een aanslag wilden plegen. Nu zijn er daadwerkelijk mensen teruggekomen van het slagveld, die in Parijs ook nog eens daadwerkelijk aanslagen plegen. De verschillen tussen toen en nu kun je niet goed afdekken met één term.”

Dus?

„Wat mij betreft schaffen we de vier dreigingsniveaus af [minimaal, beperkt, substantieel en kritiek] en verwijzen we voortaan qua dreiging alleen naar de genuanceerde dreigingsrapporten van de NCTV. Dat zou onze voorkeur hebben. In de VS wordt er ook steeds minder mee gewerkt. Of we verzinnen er nog een term bij die het onderscheid wel goed maakt.”