Oud-collega

Mijn vader werkte op het provinciehuis in Arnhem. Een van de collega’s verhuisde na zijn pensionering naar een huis in de buurt van Zwolle. Ze hadden nooit meer contact.

Twee weken na zijn overlijden zat mijn vader plotseling weer in het hoofd van die collega. Hij reed met zijn vrouw over het Velperbroekcircuit en herinnerde zich dat hij dezelfde kleding- en schoenmaat had als mijn vader. De afslag Velp was daarna snel genomen.

Mijn moeder deed verslag van het bezoek. Er was een oud-collega van papa met zijn vrouw op visite geweest, ze mocht Hans en Tilly zeggen. Ze hadden het gelezen op Facebook waar iemand een foto van de rouwadvertentie uit De Gelderlander had geplaatst. Hans had zich toen hij die zag van schrik verslikt in een boterham met kaas. Mijn moeder had hen verteld over het wilde zwijn dat ze tijdens hun laatste wandeling samen op de Posbank waren tegengekomen en na nog een kopje koffie waren ze naar boven gegaan. Naar de slaapkamer van mijn ouders waar ze de kleren van mijn vader in dozen en zakken hadden gedaan.

Mijn moeder had ze bedankt, zoals ze ook de buurjongen had bedankt die was gekomen voor de fiets van mijn vader waarop volgens hem toch niemand meer fietste. Zo werd mijn moeder van alle kanten geholpen met de nieuwe werkelijkheid dat ze er alleen voor stond.

Vorige week was ze zoals ieder jaar bezig met het spannen van een rood lint in de huiskamer. De allereerste kerstkaart was binnen. Van die Hans en Tilly: verre vrienden maar toch dichtbij. Het adres was zo genoteerd.

Een paar dagen later, ik moest voorlezen in een jongerencentrum in Zwolle, zaten ze in mijn hoofd. Ik herinnerde me hoe bijzonder het was dat Hans dezelfde kleding- en schoenmaat had als mijn vader. Dat ik in Zwolle was terwijl ik aan Hans dacht maakte het allemaal nog bijzonderder. Zou hij die grijze pakken en lichtblauwe overhemden ook ’s avonds dragen?

Het was niet zo dat de voordeur van de twee-onder-een-kapwoning meteen open vloog toen ik er voor stond. Iedereen kon wel zeggen dat hij de zoon van Wil van Roosmalen was. Ze hadden macaroni gegeten, Hans droeg tot mijn grote teleurstelling een beige bandplooibroek en Tilly had de koffie niet klaar. We hadden het kort over mijn vader. Volgens Hans was het een bijzondere man geweest. Zo bijzonder dat hem niets bijzonders te binnen schoot. Zelfs niet hoe bijzonder het was dat ze dezelfde kleding- en schoenmaat hadden.