...oppositie heeft ook nog veel munitie tegen de minister

Ard van der Steur schreef als Kamerlid mee aan een omstreden persbericht waarin een cruciaal bedrag werd weggelaten.

Minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) gisteren na het Vragenuurtje in de Tweede Kamer. Foto ANP / Bart Maat

Niet premier Rutte, maar minister Ard van der Steur bevindt zich deze woensdag in de kwetsbaarste positie, tijdens het debat over het rapport van de commissie-Oosting naar de ‘Teevendeal’. Tegen de minister heeft de oppositie dinsdag de zwaarste munitie aangeleverd gekregen, in de antwoorden van het kabinet op 250 schriftelijke Kamervragen.   

Daaruit blijkt dat de toenmalige VVD-Kamerleden Ard van der Steur en Klaas Dijkhoff een belangrijke bijdrage leverden aan een inmiddels omstreden persbericht van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Daarin wordt de correcte berichtgeving van Nieuwsuur, dat Cees H. 4,7 miljoen gulden kreeg, in maart dit jaar keihard tegengesproken. Met als centrale redenering: het ministerie heeft geen betaalbewijs kunnen vinden, dus kan Nieuwsuur het ook niet hebben.

De oppositie vond het al te ver gaan toen eerder bekend werd dat de huidige minister en staatssecretaris aanwezig waren toen dit persbericht werd opgesteld. Nu blijkt dus dat ze een belangrijke rol speelden. Ze adviseerden onder meer het bedrag van 4,7 miljoen weg te halen uit de ontkenning. 

Tijdens een vragensessie met de Tweede Kamer was ook commissievoorzitter Marten Oosting kritisch op dit defensieve persbericht. Volgens hem hadden Van der Steur en Dijkhoff „invloed kunnen uitoefenen” om de berichtgeving van Nieuwsuur niet direct zo hard te weerleggen.

Oosting zei dinsdag ook dat voor de commissie vaststaat dat de deal tussen het OM en Cees H. een magere opbrengst had. Premier Rutte suggereerde vrijdag dat het ook weleens een goede deal kon zijn geweest, als Cees H. in het geheim belangrijke informatie heeft geleverd over andere criminelen.

De commissie-Oosting erkent dat H. waarschijnlijk belangrijke geheime informatie gaf aan Teeven. De commissie gelooft de verklaring van toenmalig hoofdofficier Hans Vrakking, destijds direct leidinggevende van Teeven. Maar omdat H. miljoenen guldens kreeg en daarbovenop schrapping van een door de rechter opgelegde gevangenisstraf, was de deal „disproportioneel”, ongeacht de waarde van H.’s verklaringen.

In het gesprek met de Kamer bekritiseerde Oosting ook de keuze van zowel minister Opstelten als later premier Rutte, om geheim te houden wat Teeven zich zelf herinnert over de hoogte van de schikking. In een gespreksverslag met een hoge ambtenaar, zegt Teeven zich een veel hoger bedrag te herinneren dan de 2 miljoen gulden die Opstelten toen volhield tegenover de Tweede Kamer. Teeven had een totaalbedrag van 7,1 miljoen euro in zijn hoofd. Niet helemaal juist, maar „de orde van grootte is min of meer adequaat gebleken”, zei Oosting, die toevoegde dat hij „groot respect” heeft voor de „uitstekende herinnering van de heer Teeven”.