Onderduiken vanwege je werk

Bedreigd worden op je werk: in verschillende beroepsgroepen komt het regelmatig voor. Wat is het effect daarvan? „Toen mijn vier maanden oude baby met de dood werd bedreigd, belandde ik een paar maanden in de ziektewet.”

Illustratie Aart-Jan Venema

‘Ik heb liever niet dat je nu naar huis gaat’, las hij op het scherm van zijn mobiele telefoon. Burgemeester Fons Jacobs (66) reed naar zijn woonplaats Helmond en werd plots ge-sms’t door de hoofdofficier van justitie. Vijf minuten later een telefoontje: ‘Fons, waar ben je? Ga de stad uit. Via inlichtingendiensten zijn signalen binnengekomen dat jouw leven wordt bedreigd.’

Dit gebeurde op vrijdag 26 november, vijf jaar geleden. Hij haalde zijn vrouw thuis op en ze vertrokken naar hun dochter; zij woont tien kilometer verderop in Eindhoven. Jacobs: „Dit stond zó ver af van mijn werkelijkheid, ik nam het eigenlijk niet serieus.” De volgende ochtend een nieuwe sms, nu van de politie: ‘Actie geslaagd, grote vis gevangen.’ Dus ging hij ’s middags golfen – zoals hij in het weekend altijd doet.

Maandag bleek het toch niet de juiste persoon, en de bedreigingen waren zo ernstig dat Jacobs werd geadviseerd onder te duiken in het buitenland. Zeventien dagen met zijn vrouw ergens in een vakantiehuisje in Zuidoost-Europa.

„Ik hoopte mijn zinnen te verzetten, maar dat viel vies tegen.”

Dreigbrieven en dreigmailtjes

Jacobs is niet de enige die zoiets heeft meegemaakt. Meer bewindslieden ontvangen dreigbrieven, -mails, -telefoontjes, of hun bezittingen worden vernield. Zo brandden in oktober twee auto’s van een GroenLinks-fractievoorzitter in Wormerland volledig uit, de nacht voor een inspreekavond over vluchtelingen. Eenderde van de raadsleden is afgelopen jaar in aanraking gekomen met agressie of geweld vanwege hun functie, blijkt uit onderzoek van actualiteitenprogramma Nieuwsuur, van hen werd 19 procent bedreigd.

De bedreigingen aan het adres van burgemeester Jacobs stopten na het onderduiken niet. Via de politie hoorde hij iets over een aanslag op zijn leven. Hij kreeg persoonsbeveiliging („in dezelfde mate als Geert Wilders”): een politiepost in de straat, twee man bewaking in de tuin en een bewapende marechaussee voor de deur. „Ik was nooit meer alleen. Er waren áltijd mensen om mij heen. Een heel nare situatie.” Al die tijd wist hij niet wie hem bedreigde, en waarom.

Dit duurde negen maanden, toen hielden de dreigementen opeens op. Maar voor Jacobs was het daarmee niet afgelopen. Zo rijdt hij nooit twee keer achter elkaar dezelfde weg naar huis, loopt hij elke ochtend een rondje om zijn auto om te kijken of hij ‘niets raars’ ziet, durft hij niet meer ’s avonds alleen over straat en als hij voor een rood stoplicht staat, kijkt hij altijd om zich heen: waar is een vluchtweg?

„Vanuit biologisch oogpunt kun je stress zien als reactie op een acute potentieel levensbedreigende situatie”, zegt psychiater Anja Lok, die als psychiater verbonden is aan het Academisch Medisch Centrum (AMC) en de Nederlandstalige vereniging voor Psychotrauma (NtVP). Ze legt uit: je overlevingsmechanisme treedt direct op: de bloeddruk gaat omhoog, de hartslag stijgt en diverse stresshormonen zoals bijvoorbeeld cortisol komen vrij. Kortom: het lichaam maakt zich klaar om te vechten of vluchten.

Maar wat doet dat met je op de lange termijn? Psychiater Lok onderscheidt drie fases van reactie bij chronische bedreiging: fase één is de absolute schok. Dit kan zorgen voor slapeloze nachten, verhoogde bloeddruk, hyperventilatie, nachtmerries, snelle hartslag, of concentratieproblemen. In deze fase ben je ook heel scherp en hyperalert.

Fase twee, de ‘tussenfase’, heet ‘consolidatie’: je raakt gewend aan de dreiging. Lok: „Die acute angstfase houdt een mens niet lang vol; je raakt uitgeput door slaaptekort en paniekgevoelens. Maar dit is ook een gevaarlijke fase, want de stress is nog aanwezig, alleen niet aan de oppervlakte. En je bent óók minder alert op mogelijk gevaar.”

Fase drie: de dreiging is gestopt. Eind goed al goed? Meestal gaan de acute stressklachten vanzelf weg, zegt Lok, „Maar tóch kun je opeens een acute stress-situatie ervaren, zoals de burgemeester.”

‘Zij gaat vandaag dood’

Zes jaar geleden hoorde een 44-jarige officier van justitie uit Brabant dat op de afdeling waar ze werkzaam is om negen uur ’s ochtends een anoniem telefoontje was binnengekomen: ‘Zij gaat vandaag dood. Vuile kankerjood’. Juist vanwege deze bedreiging wil ze niet met haar naam in de krant.

Ze deed meteen aangifte, drie dagen later werd een verdachte opgepakt, ondertussen zat ze met haar gezin ondergedoken bij familie.

„We zeiden tegen mijn zoontje dat onze televisie kapot was en we bij iemand anders het WK moesten kijken.”

Ze bleef die week doorwerken, deed zelfs nog een zitting, en ’s avonds bladerde ze verwoed door haar oude zaken: was het misschien de minderjarige jongen die veroordeeld werd voor een bewapende overval? Of de drugsbaron die stennis schopte tijdens het proces?

Het bleek een man wiens auto ze in beslag had genomen. Hij kreeg voor de bedreiging drie maanden gevangenisstraf.

Heel nuchter, zo omschrijft ze zichzelf. Haar eerste reactie toen haar werd verteld over het telefoontje: ‘Oké, ik word dus bedreigd, dat is crimineel gedrag, we gaan dit oplossen.’ Ze heeft geen last gehad van slapeloze nachten of paniekaanvallen, maar ze zegt ook: „die dreiging blijft je altijd bij”. Zo is ze alerter en, naar eigen zeggen, beter in haar werk geworden, want „nu heb ik ook een keer ervaren hoe het is om slachtoffer te zijn”.

Als je weet wíe jou bedreigt kan dat een gevoel van controle geven, zegt psychiater Lok, waardoor je ook meer controle krijgt over je emoties en dus ook je angst. Dit helpt bij het verwerken.

„En bij een onbekende dreiging kun je je voorstellen dat het gevaar qua gevoel permanent aanwezig is, en is het denkbaar dat de stresssymptomen heviger en voortdurend aanwezig kunnen zijn.”

Verwerken van dreiging

Er zijn twee manieren om dreiging te verwerken – ‘coping’, in jargon. De ene manier is om de emotionele gevolgen van stress zo snel mogelijk proberen weg te nemen. Door bijvoorbeeld veel alcohol te drinken, te sporten of gewoonweg de kop in het zand steken.

Op anonieme dreiging reageren mensen vaak met ongeloof, zegt Lok. „Omdat het niet tastbaar is en heel ongrijpbaar.” Zo ook Jacobs, inmiddels oud-burgemeester: een dag na het onderduiken ging hij weer aan het werk.

„Ik laat me niet bang maken, ik laat me niet weg sturen, ik vecht terug.”

Dus geen psycholoog, geen therapie. Gewoon doorwerken, vergaderingen leiden, wethouders aansturen, nóg harder werken dan voorheen om te bewijzen dat hij nog voor de volle 100 procent functioneerde.

Maar deze manier van verwerken beïnvloedde zijn werk. Jacobs:

„Die dreiging legt enorme spanning op de besluitvorming, je bent sneller geïrriteerd, collega’s worden afgeschrikt door die politiemannen om je heen. Jouw wereld glijdt steeds meer af van de normale wereld. Er is geen écht contact meer.”

De tweede manier, pro-actief zijn en de dreiging erkennen, werkt volgens Lok veel beter. „Mensen die problemen actief tegemoet gaan, vertonen veel minder stress.” Ze benadrukt: praat erover met vrienden, familie en collega’s, dat werkt goed tegen stress en angst.

Wekelijks bedreigd

Van ‘het loopt slecht af met je kinderen’ tot ‘ik zoek je thuis op en dan steek ik je in de fik’, een 35-jarige verpleegkundige in de psychiatrie uit Utrecht, hoort dit wekelijks. Die dreigementen blijven bij woorden. Wel vindt er soms fysiek geweld plaats en een keer zijn haar autobanden lek geprikt. Ook zij wil vanwege deze bedreigingen niet met haar naam in de krant.

Op werk praat ze er vaak over: met haar leidinggevende, coaches, collega’s. Haar vriend begrijpt niet dat ze geen ontslag neemt, zij noemt het ‘part of the job’.

Wel raakt ze verhard door die bedreigingen, merkt ze. Zo poepte er laatst een verwarde man middenin haar supermarkt. Zij schrok vooral omdat ze hem zomaar voorbij liep, zonder te kijken. En toen ze een maand geleden op straat werd beroofd, schrok ze héél even, maar besefte vooral: het doet me niet zoveel als ik had verwacht. „Ik ben ongevoeliger geworden, dat is een naar signaal.”

Dat gebeurt vaker met personeel in de gezondheidszorg, zegt Lok.

„Omdat er een voortdurend appèl wordt gedaan op hun stresssysteem, blijkt uit ons onderzoek. Dat ‘verhard’ raken moet je zien als een reactie. Tussen de 10 en 30 procent van deze beroepsgroep krijgt psychische klachten, dat is vrij hoog.”

De 35-jarige verpleegkundige merkte dat, ondanks de schijnbare gewenning, „haar hoofd en lichaam langzaam volliepen”. „Toen mijn vier maanden oude baby met de dood werd bedreigd, belandde ik een paar maanden in de ziektewet. Ik ben een mens, geen robot.”

Op haar werk is ze steeds meer op haar hoede. Ze zondert haar cliënten sneller af of stuurt ze naar hun kamer terwijl dat eigenlijk nog niet hoeft. Collega’s doen dit ook, merkt ze.

„We zijn behoedzamer geworden, bang bedreigd te worden, dus willen we de mogelijkheid tot dreiging zoveel mogelijk uit de weg gaan. We zijn met z’n allen beschadigd geraakt.”

Omdat oud-burgemeester Jacobs nog altijd niet weet wie hem bedreigde denkt hij er nog elke dag aan. Hij praat veel met andere burgemeesters die bedreigd worden en adviseert gemeenten over preventief beleid. Zoals weerbaarheidstraining: hoe herken je gevaar en hoe ga je daarmee op? „Dreigen lijkt steeds normaler te worden, maar het is níét normaal” – de laatste vier woorden herhaalt hij nog eens. Dan, na een stilte: „En we mogen ook niet accepteren dat het normaal wordt.”