Column

Nostalgie naar beroet maanlandschap in Andere Tijden

Spekholzerheide, 1966, in 'Andere Tijden' (NTR/VPRO).

De kompels Nol en Sjeng zepen lachend elkaars rug in, na afloop van hun dienst in de kolenmijn. Een opgewekt propagandafilmpje in zwart-wit opent een monumentale, extra lange aflevering van Andere Tijden (NTR/ VPRO), getiteld Glorie en Verdriet in de Mijnstreek.

Precies een halve eeuw na de aankondiging van de mijnsluiting door minister Joop den Uyl (Economische zaken, PvdA) en op het moment dat de wereld besluit helemaal te gaan stoppen met fossiele brandstoffen, maken samenstellers Matthijs Cats en Maarten Blokzijl de balans op. Bij oud-gouverneur van Limburg Sjeng Kremers, zoon van een mijnwerker uit Eygelshoven, komt nog de stoom uit de oren als hij denkt aan de 75.000 banen die Den Uyl liet verdwijnen uit een smalle strook van 20 bij 40 kilometer.

Maar kwam het werkelijk doordat de steenkool uit Polen goedkoper kon worden gehaald? Of was het gewoon onze eigen aardgasbel, schoner en minder smerig, waarvan een andere verre provincie eerst de lusten en daarna de lasten gepresenteerd kreeg?

We zien ook het schitterende herfstpanorama bij Schaesberg, waar het bronsgroen eikenhout weer de plaats heeft ingenomen van een egaal zwart, uitgestrekt maanlandschap. Zelden veranderde in Nederland een hele streek zo snel zo radicaal van aanzien.

Het is bijna niet te geloven, dat archiefbeeld van Achter het Nieuws (VARA) uit 1966: de steenberg van de Sophia brandt al decennia permanent en moet dus ook onophoudelijk nat worden gehouden. Vlak tegen de vulkaan geklemd ligt het dorp Spekholzerheide, bijna geheel afhankelijk van de mijn.

Er zijn de verhalen van schrijver Wiel Kusters, over zijn grootvader die door zijn stoflongen niet meer kon lopen of liggen, en dus dag en nacht aan een tafeltje voor zijn raam zat. Maar ook van de camaraderie en saamhorigheid, de trots dat het loon 10 tot 20 procent hoger lag dan in de fabriek in Maastricht, het luxe warenhuis van Schunck in het centrum van Heerlen, na Rotterdam de rijkste gemeente van het land.

Heel mooi, het orkestje The Regento Stars uit Heerlerheide, van vier knappe jonge mijnwerkers met de haren naar achteren gekamd. Een bejaard echtpaar kijkt weemoedig terug.

Wat deze wonderschone aflevering goed duidelijk maakt is dat nostalgie alle ellende van weleer negeert. De uitbuiting, de slechte gezondheid, het lawaai, het stof, de vernietiging van het milieu, in de herinnering wordt dat allemaal overschaduwd door het gevoel dat je samen was, dat het land je kolen nodig had, dat het leven voor en door de mijn gerund werd en dat dat heerlijk overzichtelijk was. De idylle werd wreed verstoord door een socialist uit Amsterdam-Buitenveldert, die geen boodschap had aan eigen steenkool eerst.

Armoede en verval ten gevolge van globalisering en nieuwe inzichten kunnen leiden tot verdriet dat de blik vernauwt. En een verlangen naar de beschutting van gesloten grenzen.