Lekker sparren op de Chesterfield

Steeds meer thuiswerkers huren een werkplek in een gedeeld kantoor. Wat maakt dat ze zich daar zo thuis voelen? En wordt er ook beter gewerkt?

Er kwam een grotere koelkast omdat in Nederland de lunch vaker naar de zaak wordt meegenomen. Ook de fietsenstalling moest groter. Verder is de New Yorkse formule van WeWork exact gekopieerd naar de Weteringschans in Amsterdam. In april van dit jaar werden daar de deuren geopend. In november volgde een tweede filiaal aan de Weesperstraat.Het gaat goed met het gedeelde kantoor. Wereldwijd zijn er nu zo’n 7.800 plekken waar kleine bedrijven en zelfstandigen in verschillende sectoren zij aan zij werken, dat is een groei van 129 procent ten opzichte van 2013, toen er nog 3.400 gedeelde kantoren waren. Dat blijkt uit de tweejaarlijkse Global Coworking Survey, die wordt gehouden door het Duitse online magazine Deskmag en SocialWorkplaces.com. In totaal werken een half miljoen mensen in een gedeeld kantoor – driekwart van hen ten minste drie dagen per werkweek.

De organisaties die zulke gedeelde kantoren aanbieden hebben een grote internationale expansiedrift. Het Amerikaanse WeWork, in 2011 begonnen in een pand in de New Yorkse wijk SoHo, spreidde onder andere z’n vleugels uit naar Londen, San Francisco, Los Angeles en Amsterdam. Het bedrijf heeft zo’n 45.000 gebruikers, verdeeld over 63 locaties. Volgens directeur Adam Neumann wordt WeWork gewaardeerd op 9,4 miljard euro, in een financieringsronde van 355 miljoen dollar vorig jaar stapten onder meer de investeringsbanken JP Morgan en Morgan Stanley in. WeWork zegt een „significante stijging” te zien van het aantal gebruikers in de Amsterdamse filialen: de teller staat er op „meer dan 700”.

Ook het Nederlandse Spaces groeit hard. Het bedrijf is inmiddels overgenomen door de Luxemburgse kantoorverhuurder Regus, en breidde sinds het eerste filiaal in Amsterdam in 2008 uit naar New York, Londen, Melbourne en Den Haag. Een Rotterdams filiaal opent in januari. Spaces heeft 4.500 gebruikers die in negen vestigingen werken en wil binnen drie jaar in vijftig wereldsteden zitten.

Vanwaar die populariteit? Een zelfstandige kan z’n laptop immers ook in een koffiezaak openklappen, of thuis achter het bureau kruipen. Mist hij z’n collega’s, of speelt er meer? nrc.next ging een paar dagen werken in het New Yorkse moederfiliaal van WeWork en ontdekte drie factoren die het werken daar aantrekkelijk maken.

1. De inrichting

Een WeWork-filiaal is altijd als volgt te herkennen: een receptioniste bij binnenkomst, lange ramen voor voldoende daglicht, en net als bij Spaces is er een variëteit aan werkplekken. Je kunt een eigen kantoortje huren, of als zelfstandige plaats nemen aan een Scandinavisch uitziend bureau, of – welja – op de leren Chesterfield.

„Decennialang zijn kantoren ingericht op efficiëntie”, zegt WeWork-oprichter Miguel McKelvey in een vergaderkamertje gedecoreerd met elektrische gitaren en versterkers.

„Zo’n etage vol cubicles benut de beschikbare ruimte inderdaad het best, maar zou iemand zich er ooit lekker geïnspireerd hebben gevoeld?”

Volgens de boomlange Amerikaan zijn we in een tijd aanbeland waar de werknemer centraal staat. „Mensen werken hard, ze werken nóg harder als hun omgeving hen daarin ondersteunt.”

Als afgestudeerd architect weet McKelvey wat het effect is van daglicht, planten en multifunctionele ruimtes op de psyche van de flexwerker. Hij is dan ook de man die zich over de bouwtekeningen buigt. „We hebben in de afgelopen jaren veel goede vastgoeddeals afgeslagen omdat het geen hoekpand betrof. Een hoekpand kunnen we zo inrichten dat elk kantoortje uitzicht heeft – heel belangrijk.”

Jan Dul, hoogleraar technologie en menselijke factoren aan de Rotterdam School of Management (RSM), doet onderzoek naar wat een mens nodig heeft om goed te presteren. Volgens hem is de homo sapiens (de wetende mens) steeds meer een ‘homo creativus’ geworden: de creatieve, creërende mens.

Hoe creatief iemand is, wordt voor de helft bepaald door zijn omgeving, zegt Dul. Hierbij gaat het zowel om de ‘sociaal-organisatorische omgeving’ (werk je in teamverband of alleen, hoe vaak rapporteer je aan je leidinggevenden, wie zijn dat?) als de fysieke omgeving. „Uit ander onderzoek weten we dat planten, natuurlijke materialen en uitzicht op natuur de creativiteit bevorderen. Natuur is een herstelmoment voor onze hersenen: het roept rust op, reflectie.”

Bovendien word je thuis continu afgeleid, aldus McKelvey.

„Door je partner, je hond, het geluid van de koelkast of dat ene klusje dat nog moet gebeuren.”

2. Afwisseling

Moderne gedeelde kantoren spelen ook in op een andere hindernis die thuiswerken opwerpt: het gebrek aan andere mensen en een andere omgeving. McKelvey: „Je kunt bij ons het rumoer van de gemeenschappelijke ruimte opzoeken. Onze akoestiek is zo ontworpen dat je in die ruimte altijd geroezemoes zult horen. Maar je kunt ook in stilte werken of zelfs even slapen in een van de stilteruimtes.”

Die verscheidenheid aan werkruimtes is belangrijk, zegt Dul. „Elk creatief proces bestaat uit verschillende fases die om verschillende omgevingen vragen. Zo is er het divergeren, dat draait om zoveel mogelijk ideeën verzamelen. Je bent dan gebaat bij andere mensen om je heen die daarbij kunnen helpen.” Na deze fase volgt het convergeren: van al die ideeën de beste zoeken.

„Hier helpt het juist om je terug te trekken zodat je rustig na kunt denken. Op andere momenten zoek je zogeheten intervisie: sparren met mensen uit jouw vakgebied.”

3. De community

Wie even een pauze wil van al het divergeren en convergeren, kan zich begeven naar de bar om een kopje filterkoffie te tappen uit een old school koffiezetapparaat, of een potje tafelvoetbal of pingpong spelen. Maar al die extra’s zijn ondergeschikt aan waar Spaces en WeWork zich voornamelijk mee afficheren: het contact met gelijkgestemden. Of, hipper: de community.

Om die gemeenschap te versterken, wordt er met regelmaat iets voor de leden georganiseerd. Workshops, ontmoetingen (pardon: meet-ups) met investeerders, breakfast meetings (Spaces) en mimosa-and-bagel-afternoons (WeWork), bijvoorbeeld. In potentie kunnen daar nuttige contacten worden opgedaan en deals worden gemaakt – de pingpongdeal, of het mimosa-akkoord.

Een team van onderzoekers van de RSM, aangevoerd door universitair hoofddocent Vareska van de Vrande, legde onlangs aan vijfhonderd gebruikers van gedeeld kantoor Seats2meet een lijst vragen voor over hun werkplek. Zij verklaarden „een sterk gevoel van gemeenschap” te hebben. Andere conclusies uit dat onderzoek: 60 procent zei weleens iets onverwachts geleerd te hebben van hun ‘collega’s’, 30 procent zag door werken op een gedeeld kantoor de klantenkring groeien en 34 procent vindt dat het bijdroeg aan het verbeteren van hun product of dienst.

Dat komt overeen met wat gebruikers van WeWork en Spaces zeggen. Het team van start-up DipJar stelde belangeloos hun kennis over mobiele betalingen ter beschikking aan een WeWork-’collega’. Bij Spaces vonden een ingenieur en een marketingadviseur elkaar, samen begonnen ze een nieuw bedrijfje.

„De eerste anderhalf jaar werkten we met z’n tweeën vanuit hotellobby’s”, vertelt John Orekunrin, medeoprichter van personal shopping-dienst OkMyOutfit. „Daar is het rustig, je hebt er goede wifi en je wordt niet weggestuurd. Maar als je nieuwe mensen wilt aannemen, moet je ze laten zien dat je bedrijf toekomst heeft. Dat was voor ons een van de redenen om naar WeWork te gaan.

De andere was de community.

„Het is haast ondoenlijk om in je eentje alle contacten op te doen die je nodig hebt. Hier werken bleek een game changer. Ik ontmoet zo veel mensen hier: in de lift, bij het koffieapparaat, onderweg naar de wc. De ene keer kan ik hen helpen, de andere keer zij mij.”

Soms is al dat contact wel vermoeiend, erkent Orekunrin. Hij is een introvert persoon, zegt hij, „een cubicle-jongen”. Maar hier zorgt hij dat hij benaderbaar is, als hij van zijn bureau wegloopt. „Anders kom je nergens. Wie hier voor de mooie meubels komt, snapt niet waar het om draait.”

McKelvey weet ook dat zijn kantoorconcept „niet voor iedereen” is. „Sommigen gedijen beter in een cubicle bij een groot bureau als PricewaterhouseCoopers. Maar wie voor sociaal contact openstaat, heeft er profijt van.” Bovendien kun je je door anderen laten motiveren. „Dan denkt iemand: hé, hij heeft al een investeerder voor zijn idee gevonden, waarom ik nog niet?’ Of je ziet dat een ander er nog zit als jij naar huis gaat, terwijl hij eerder op kantoor was.”

Wacht eens even, nu klinkt dat hippe nieuwe werken bijna weer als het leven op een ordinair kantoor. En dat blijkt ook wel tijdens een willekeurige werkdag. Er wordt ‘ge-hoe-was-je-weekend’. Er wordt geflirt met de receptioniste. En verderop, bij de eikenhouten leestafel, is op de zachte loungebank het volgende gesprek op te vangen:

Hey man, what’s up?

Oh, you know. Just another fucking day.

Ook op het gedeelde kantoor is het gewoon maandag.