Integreren? Geef die vluchteling dan zo snel mogelijk werk

Drie wetenschapsinstellingen onderzochten de werkloosheid van erkende vluchtelingen. Hoe help je hen beter aan een baan?

De geportretteerden deden mee aan Ongekend Bijzonder, een driejarig oral history project waarin ruim 200 levensverhalen van vluchtelingen worden vastgelegd. Foto’s David van Dam

„Hoe langer vluchtelingen buiten de arbeidsmarkt blijven, hoe slechter ze het doen”, zegt Jaco Dagevos van het Sociaal en Cultureel Planbureau en bijzonder hoogleraar Integratie en Migratie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Slechts één op de drie erkende vluchtelingen in Nederland heeft een baan, schreef eind november de minister van Sociale Zaken aan de Tweede Kamer. Vandaar de titel van het mede door Dagevos opgestelde onderzoeksrapport: Geen tijd verliezen. De asielzoekers die nu aankomen, moeten sneller aan de slag kunnen, is de aanbeveling. „Als ze werken, kunnen ze integreren”, zegt hij.

Drie opstellers van het rapport zitten in een kamer met antieke wandschilderingen in het gebouw van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) aan het Haagse Buitenhof. Naast Dagevos is dat Godfried Engbersen, lid van de WRR en hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, en Roel Jennissen van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Hun drie instellingen hebben samengewerkt aan deze dringende boodschap aan de rijksoverheid en de gemeenten die het uitvoeringswerk moeten doen.

Syriërs lijken op Irakezen

In het onderzoek zijn vijftien jaar lang 33.000 vluchtelingen gevolgd die tussen 1995 en 1999 naar Nederland kwamen. Van hen kwam 23 procent uit Irak, 19 procent uit Afghanistan, 18 procent was ex-Joegoslaaf, 10 procent Iraniër, 3 procent Somaliër en 19 procent kwam elders uit Afrika. Weinig vluchtelingen vonden in de eerste jaren van hun verblijf werk. Het meest participeren nu de ex-Joegoslaven (65 procent heeft een baan van 8 uur of meer), het minste de Somaliërs (43 procent een baan).

Het zijn vaak kleine baantjes. Eén op de drie onderzochte vluchtelingen heeft een baan van meer dan 30 uur per week. Volgens Jennissen lijken de Irakezen qua achtergrond en sociale omstandigheden op Syriërs. Eerst kwamen er veel hoogopgeleide Syriërs. De vluchtelingen die dit jaar binnenkomen, zijn qua opleiding en achtergrond meer een doorsnee van de Syrische samenleving, volgens Dagevos.

Wel zijn er veel jonge mannen onder de vluchtelingen. Dat doet de misdaadstatistieken stijgen. In het onderzochte cohort asielzoekers is de misdaadquote 4 procent: ruim drie keer zo hoog als het nationaal gemiddelde van 1,3 procent. „Dat heeft een demografische en geen sociaal-culturele oorzaak”, zegt Jennissen.

Zonder de oververtegenwoordiging van jonge mannen, die vaak werkloos zijn, zou de criminaliteit onder vluchtelingen onder het gemiddelde liggen. „We hebben een parallelle aanpak nodig om hen aan werk te helpen”, zegt Engbersen.

„Nu komt alles na elkaar, eerst inburgeren, dan de opleiding, dan werk. Maar het kan tegelijk”, vult Dagevos aan. Engbersen: „We moeten de veerkracht van vluchtelingen benutten. Ze hebben een ondernemende reis naar Nederland gemaakt en dan wordt hun hier alles uit handen genomen. Ze staan in de rij voor een broodje kaas en worden gehospitaliseerd.”

De late toetreding tot de arbeidsmarkt van asielzoekers komt ook door trage asielprocedures.

Daar heeft de overheid een reden voor: als de vluchteling meteen zou integreren, zou de kans afnemen dat hij terug wil als hij geen verblijfsvergunning krijgt. Bovendien „heeft de politiek sterke opvattingen dat het verblijf tijdelijk is”, zegt Engbersen. „Mocht het land van herkomst veilig worden, dan moet de vluchteling terug.” Toch hebben mensen met een baan méér kans op vertrek naar elders, blijkt uit onderzoek van Jennissen. En de meerderheid van de vluchtelingen blijft.

Immigratie creëert ook banen

Dit jaar komen er zo’n 46.000 vluchtelingen en de verwachting is dat 70 procent mag blijven. De lange asielprocedure, psychische trauma’s, het zich opnieuw moeten vestigen, niet aansluitende diploma’s, nareizende familieleden, gebrekkig Nederlands en discriminatie geven hun een achterstand op de arbeidsmarkt.

Het rapport staat vol aanbevelingen: spreid de vluchtelingen en zorg voor lokaal draagvlak, benut de periode in de opvangcentra beter, zorg voor snelle huisvesting van erkende vluchtelingen buiten de wooncorporaties. Stimuleer het halen van een Nederlands diploma. Sommige onderwijsinstellingen creëren een voorbereidend jaar. Houd bij het kiezen van een woonplaats rekening met de werkgelegenheid (vluchtelingen met een technische achtergrond kunnen bijvoorbeeld in Eindhoven meteen arbeidsbemiddeling gebruiken).Uitzendbureaus willen graag een tafeltje in het opvangcentrum plaatsen. Vluchtelingen komen doorgaans, net als andere migranten, in een lagere functie terecht dan ze in hun land van herkomst hadden, maar in Nederland nemen ze niet zo vaak banen van anderen in, zegt Dagevos. Immigratie creëert ook banen.

Veel lokale initiatieven

Er zijn al veel lokale initiatieven voor werk. In Rotterdam helpen gevestigde vluchtelingen de nieuwkomers, Amsterdam heeft een taal- en oriëntatietraject van drie maanden.

In Den Haag wordt het voormalige ministerie van Sociale Zaken omgebouwd voor vluchtelingen, studenten, en andere groepen Nederlanders die vluchtelingen met een lokaal netwerk kunnen helpen.

„Het is een hanteerbaar probleem”, zegt Engbersen. „Ik zie bij gemeenten een ontideologisering van vluchtelingenvraagstukken in huisvesting en toeleiding naar de arbeidsmarkt.”