Hoe George Lucas Darth Vader werd

Foto Matt Sayles/AP

Wat doet de 71-jarige George Lucas, geestelijk vader van Star Wars, tegenwoordig zoal? Somberen. Hij ziet nogal op tegen de première van The Force Awakens, de eerste Star Wars-film zonder hem, bekende hij The Washington Post. Zoals tegen het huwelijk van een kind met wie hij door een scheiding te weinig tijd had doorgebracht. „Je ex is erbij, je vrouw, dus je haalt diep adem, gedraagt je, zit de zaak uit en geniet van het moment.”

Eerder zei Lucas: „Bij een scheiding is de regel: geen telefoontjes, niet langs het oude huis rijden om te zien wat je ex uitvoert.” Zijn handen jeuken, kortom. Maar nadat hij Lucasfilm in 2012 voor ruim 4 miljard dollar aan Disney had verkocht, werden zijn plannen voor nieuwe films beleefd genegeerd. Dus hield hij afstand, „anders voelt iedereen zich beroerd”. En werd hij maandagavond op de rode loper gesignaleerd, in geanimeerd gesprek met opvolger J.J. Abrams. Hij gedroeg zich.

Het probleem: Star Wars is Lucas’ leven. Zonde, mijmerde zijn oude mentor Francis Ford Coppola onlangs. Lucas was een „geschifte, experimentele gast, maar hij verdwaalde in die monsterproductie en ontsnapte er nooit meer uit”.

Zoiets had Lucas zelf niet voorzien toen studiobaas Alan Ladd van 20th Century Fox hem in mei 1973 belde om een synopsis toe te lichten. De 27-jarige filmacademiestudent had toen slechts één verbluffend gestileerde cultfilm op zijn naam, THX 1138. De synopsis was een zootje. Openingszin: „This is the story of Mace Windu, a revered Jedi-bendu of Opuchi who was related to Usby C. J. Thape, padawaan learner of the famed Jedi.” Misschien hielp Lucas’ pitch: Buck Rogers ontmoet Captain Blood, ruimteschepen met lichtsabels. Hij schetste een ‘soort Disneyfilm’ om acht- tot twaalfjarigen te leren „wat ouders tegenwoordig vergeten uit te leggen: dit is goed, dit is fout”, aldus Lucas indertijd.

De opnames waren een hel

Star Wars was zijn eerste studiofilm, maar een regisseur werd hij niet. De opnames bleken een hel. Lucas werd geplaagd door depressies, voetinfecties, een cynische crew, geruzie met zijn special-effectsteam en een cast die klaagde over zijn plechtstatige dialogen: „Zoiets kun je wel opschrijven, George, maar niet zeggen”, protesteerde Harrison Ford. Na afloop wist Lucas zeker dat Star Wars een fiasco werd: daarom ruilde hij 2,5 procentpunt winst van Star Wars voor 2,5 procentpunt in Close Encounters of the Third Kind van vriend Spielberg. Dat kostte Lucas achteraf zo’n 40 miljoen.

De regie van de vervolgfilms besteedde hij uit, tot Lucas zich medio jaren negentig waagde aan een tweede Star Wars-drieluik. Dat liep uit op een ontgoocheling: The Phantom Menace (1999) was infantiel en rommelig, met personages die alleen dankzij hun houterige teksten en acteren bleven drijven in de soep van visuele effecten. De vervolgdelen waren beter, maar verdienden nog geen half miljard dollar, voor Hollywoodbegrippen een middenklasser.

Het isolement van een nurkse man

En de kritiek krenkte Lucas diep; zijn relatie met fans was al gespannen sinds hij in 1997 oude Star Wars-films digitaal ‘verbeterde’. Onlangs zei Lucas zelfs na 2000 uit zelfbescherming nooit meer op internet te zijn geweest. Als dat waar is, tekent dat het isolement van deze trotse, nurkse man.

De zuurgraad schemerde door in zijn tweede trilogie. In 1977 ging Star Wars over de jonge Skywalker die met zijn pure hart een door volwassenen verziekt universum redt. In 1999 klonk de gewezen hippie Lucas meer als zijn eigen vader, een puriteinse, strikte handelaar in kantoorartikelen. De les van Star Wars was nu: luister naar papa. Puber Anakin verandert in een monster omdat hij de stoïcijnse moraal van zijn meester in de wind slaat en verliefd wordt. Dat wordt zijn ondergang.

Voor veel fans is Lucas zelf een Darth Vader die zijn kindje niet kan loslaten, noch van zijn miljarden genieten. Van de ‘kleine, experimentele films’ die hij zou regisseren, hoor je weinig. Wel is er gedoe rond zijn George Lucas Museum of Narrative Art, waar Chicago tegen te hoop loopt. De elite verwerpt Lucas’ geschenk van 300 miljoen dollar om de collectie – edelkitsch van Maxfield Parrish en Norman Rockwell – en omdat het gebouw als ‘verdwaalde amoebe’ horizonvervuiling zou zijn. Miskenning alom voor deze pensionado.