‘Helft Turkse en Marokkaanse Nederlanders voelt zich nog Turks of Marokkaans’

Het SCP deed uitgebreid onderzoek onder de vier grootste ‘niet-westerse migrantengroepen’.

Foto Koen Suyk/ANP

Een halve eeuw nadat de eerste gastarbeiders naar Nederland kwamen, voelt de helft van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders zich nog steeds overwegend Turks of Marokkaans. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Werelden van verschil’ dat het Sociaal en Cultureel Planbureau vanmiddag aanbiedt aan minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA). Het SCP deed uitgebreid kwantitatief en kwalitatief onderzoek onder de vier grootste ‘niet-westerse migrantengroepen’: Nederlanders van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse afkomst.

Het SCP onderscheidt zeven sociaal-culturele categorieën binnen deze groepen, variërend van segregatie en etnische isolatie tot assimilatie. De eerste twee groepen identificeren zich meer met de herkomstgroep dan met Nederland en hebben weinig contacten met autochtone Nederlanders. De laatste groep hecht zich juist sterk aan Nederland en heeft weinig banden met de herkomstgroep.

Van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders valt bijna niemand in die laatste groep, terwijl een vijfde van de Surinaamse Nederlanders en een kwart van de Antilliaanse Nederlanders ‘geassimileerd’ is. Volgens het SCP behoort ongeveer de helft van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders tot de categorie ‘gematigde segregatie’, wat inhoudt dat zij nauwe sociale en emotionele banden hebben met de herkomstgroep, maar tegelijkertijd ook vaak sociale contacten onderhoudt met autochtone Nederlanders. In de categorie ‘segregatie’ zijn de Turkse Nederlanders met 20 procent het sterkst vertegenwoordigd; Marokkaanse Nederlanders volgen met 15 procent. De personen in deze categorie zijn vaker dan de andere groepen op leeftijd, werkloos en/of ‘sterk religieus georiënteerd’.

Geen begrip voor geweld

Het SCP deed ook onderzoek naar het begrip onder Turkse en Marokkaanse Nederlanders voor IS-uitreizigers en religieus geïnspireerd geweld. De aanleiding was een rapport van onderzoeksbureau Motivaction van vorig jaar, waaruit zou blijken dat een grote meerderheid van de jongeren van Turkse afkomst sympathie had voor IS. Dat onderzoek bleek later niet te deugen. En inderdaad, het SCP-rapport komt met heel andere resultaten. Volgens het SCP heeft meer dan 90 procent van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders geen begrip voor jongeren die uitreizen om voor IS te strijden of voor personen die geweld gebruiken voor hun geloof. Onder jongeren is het begrip iets groter. Eén op de zeven jongeren van Turkse en een op de negen jongeren van Marokkaanse afkomst geeft aan een ‘beperkte mate van begrip’ te hebben voor het plegen van religieus geweld. Dit wil overigens niet zeggen dat ze hiertoe zelf bereid zijn.

Een “belangrijk” deel van de jongeren van Turkse en Marokkaanse afkomst voelt zich in de eerste plaats moslim. Hoeveel dat er precies zijn zegt het rapport niet. Verder voelen ze zich ‘van alles’: Nederlands, Marokkaans of Turks, Rotterdams of Amsterdams, et cetera. Veel van deze jongeren voelen zich anders behandeld dan autochtone Nederlanders. Het feit dat ze permanent worden aangesproken op hun Turks- of Marokkaans-zijn maakt het voor hen moeilijker zichzelf als Nederlander te beschouwen, zeggen ze. ‘Je bent nooit Nederlander genoeg’, in de woorden van een van de respondenten. Bijna alle jonge mannen van Marokkaanse afkomst in het onderzoek zeggen vaak staande te worden gehouden door de politie. De ‘migrantenjongeren’ zijn somber over het maatschappelijke klimaat in Nederland: ze voelen zich uitgesloten en gestigmatiseerd. Mede hierom voelen ze zich niet (meer) vertegenwoordigd door de politiek.