Column

En nu, na Parijs, een groot plan voor Afrika

Wat in Parijs is bereikt is een diplomatieke intentieverklaring, geen praktisch plan. Nu de euforie over het akkoord optrekt, wordt het tijd voor de realiteit, in bijzonder voor het continent dat het meest te lijden zal hebben van klimaatverandering. In Afrika waar driekwart van de armen op het platteland wonen en de voedselvoorziening precair is, zullen fluctuaties in regenval en aanhoudende droogte de oogsten aantasten, met direct merkbare effecten voor miljoenen mensen. Terwijl China en Rusland op termijn positieve effecten kunnen verwachten van hogere temperaturen, is er in Afrika geen enkel positief vooruitzicht. Bovendien groeit de Afrikaanse bevolking percentueel het hardst van de wereld; van de 2,4 miljard mensen die er op de wereld nog bijkomen tussen nu en 2050 zal meer dan de helft in Afrika geboren worden. Ook zonder klimaatverandering is het opvangen van deze groei al een onvoorstelbare uitdaging. Overheden hebben nauwelijks geld voor de overstap naar duurzame productie, inclusief irrigatie. Corruptie doet het ergste vrezen voor de fondsen die in het vooruitzicht zijn gesteld door de rijke landen – het misbruik van Nederlands ontwikkelingsgeld in Benin ligt vers in het geheugen.

Hoezeer Afrika te lijden heeft onder gebrek aan behoorlijk bestuur, kan niet beter worden geïllustreerd dan door het geval van Nigeria, het meest bevolkte en potentieel rijkste land. Aan het eind van deze eeuw zal de Nigeriaanse bevolking 2,5 keer zo groot zijn als nu. Ondanks de olierijkdom heeft de gemiddelde Nigeriaan nu twee keer zoveel kans arm te worden geboren dan een halve eeuw geleden, toen het land verwikkeld was in de oorlog met Biafra, die aan 1 tot 3 miljoen mensen het leven kostte (de grofheid van die schatting is al hartbrekend). Aangezien de meerderheid van de Nigerianen niet wordt gehinderd door herinneringen aan die tragedie, krijgen nieuwe afscheidingsbewegingen ruim baan: in de Nigerdelta en in het noordoosten. Daar tracht de islamistische Boko Haram een kalifaat te stichten door de bevolking te terroriseren. Aan vrijwilligers voor de gewapende strijd is geen gebrek onder arme, werkloze jonge mannen. Terwijl politici in de steden zichzelf verrijken, is het land bezig uiteen te vallen. De landbouw is generaties lang verwaarloosd ter wille van gemakzuchtige importen, waarvan het einde nu door de aanhoudend lage olieprijs en ongunstige wisselkoersen in zicht is. Sociale onrust, onvoorspelbaar weer en hoge voedselprijzen hebben maar één mogelijke uitkomst: dramatische migratiestromen tussen Afrikaanse landen en van Afrika naar Europa. Het gaat niet om een eenvoudige causale relatie tussen klimaatverandering en migratie, maar om de fatale combinatie van onzekerheid, uitzichtloosheid en ongelijkheid. Klimaatvluchtelingen zijn politieke vluchtelingen.

Deze stand van zaken is moeilijk te verkopen aan het electoraat in rijke landen. Toch zal het moeten, ondanks klimaatmoeheid en groeiende xenofobie. In Parijs vertelden Afrikaanse landen hoe erg klimaatverandering voor ze is, maar er werd nauwelijks gerefereerd aan de andere oorzaken van armoede. Zonder behoorlijk bestuur en economische groei zijn de gevolgen van hogere temperaturen en droogte onhanteerbaar. Dat is geen Afrikaans probleem, dat gaat de hele wereld aan. Er moet nu dus als de bliksem een implementatieplan voor Afrika komen waarbij de EU, grootste gever van ontwikkelingsgeld en direct betrokken, het voortouw moet nemen. Dat plan heeft slechts kans van slagen als Afrikaanse politici gedwongen worden orde op zaken te stellen, door stringente voorwaarden te verbinden aan de te ontvangen fondsen. Dat is onze enige hoop, in een bijna hopeloze situatie.