Door asielregels dreigt opnieuw langdurige werkloosheid

Drie wetenschapsinstellingen onderzochten de werkloosheid van erkende vluchtelingen. Hoe help je hen beter aan een baan?

Sam Masoud

„Hoe langer vluchtelingen buiten de arbeidsmarkt blijven, hoe slechter ze het doen”, zegt Jaco Dagevos van het Sociaal en Cultureel Planbureau en bijzonder hoogleraar Integratie en Migratie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Slechts één op de drie van alle erkende vluchtelingen in Nederland heeft een baan, schreef eind november de minister van Sociale Zaken aan de Tweede Kamer. Vandaar de titel van het mede door Dagevos opgestelde onderzoeksrapport: Geen tijd verliezen. De asielzoekers die nu aankomen, moeten sneller aan de slag kunnen, is de aanbeveling. „Als ze werken, kunnen ze integreren”, zegt hij.

Drie opstellers van het rapport zitten in een kamer met antieke wandschilderingen in het gebouw van de Wetenschappelijke Raad van het Regeringsbeleid (WRR) aan het Haagse Buitenhof. Naast Dagevos is dat Godfried Engbersen, lid van de WRR en hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Roel Jennissen van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie. De drie instellingen hebben samengewerkt aan deze dringende boodschap aan de Rijksoverheid en de gemeenten die het echte uitvoeringswerk moeten doen.

Syriërs lijken op Irakezen

In het onderzoek zijn vijftien jaar lang 33.000 vluchtelingen gevolgd die tussen 1995 en 1999 naar Nederland kwamen. Daarvan waren 23 procent Irakezen, 19 procent Afghanen, 18 procent ex-Joegoslaven, 10 procent Iraniërs, 3 procent Somaliërs en 19 procent andere Afrikanen. Weinig vluchtelingen vonden in de eerste jaren van hun verblijf werk. Het meest participeren nu de ex-Joegoslaven (65 procent heeft een baan van 8 uur of meer), het minste de Somaliërs (43 procent een baan).

Het zijn vaak kleine baantjes. Gemiddeld één op de drie van de onderzochte vluchtelingen heeft een baan van meer dan 30 uur per week. Volgens Jennissen lijken de Irakezen qua achtergrond en sociale omstandigheden op Syriërs. Eerst kwamen er veel hoogopgeleide Syriërs. De vluchtelingen die dit jaar binnenkomen, zijn qua opleiding en achtergrond meer een doorsnee van de Syrische samenleving.

Wel zijn er relatief veel jonge mannen. En juist zij doen de misdaadstatistieken stijgen. In het onderzochte cohort asielzoekers is de misdaadquote 4 procent: ruim drie keer zo hoog als het nationaal gemiddelde „Dat heeft een demografische en geen sociaal-culturele oorzaak”, zegt Jennissen. Zonder de oververtegenwoordiging van jonge mannen, die vaak werkloos zijn, zou de criminaliteit onder vluchtelingen onder het gemiddelde liggen. „We hebben een parallelle aanpak nodig om hen aan werk te helpen”, zegt Engbersen. „Nu komt alles na elkaar, eerst inburgeren, dan de opleiding, dan werk. Maar het kan tegelijk”, vult Dagevos aan. Engbersen:

„We moeten de veerkracht van vluchtelingen benutten. Ze hebben een ondernemende reis naar Nederland gemaakt en dan wordt hen hier alles uit handen genomen. Ze staan in de rij voor een broodje kaas en worden gehospitaliseerd.”

Immigratie creëert ook banen

De late toetreding tot de arbeidsmarkt van asielzoekers komt ook door trage asielprocedures. Daar heeft de overheid een reden voor: als de vluchteling al meteen zou integreren, zou er een kleinere kans zijn dat hij terug wil, als hij geen verblijfsvergunning krijgt. Bovendien „heeft de politiek sterke opvattingen dat het verblijf tijdelijk is”, zegt Engbersen. „Mocht het land van herkomst veilig worden, dan moet de vluchteling weer terug.” Mensen met een baan hebben in ieder geval meer kans op vertrek naar elders, blijkt uit onderzoek van Jennissen. En de meerderheid van de vluchtelingen blijft.

Dit jaar komen er zo’n 46.000 vluchtelingen en de verwachting is dat 70 procent mag blijven. De lange asielprocedure, psychische trauma’s, het zich opnieuw moeten vestigen, niet aansluitende diploma’s, nareizende familieleden, gebrekkig Nederlands en discriminatie geven hen een achterstand op de arbeidsmarkt.

Het rapport staat vol aanbevelingen: spreid de vluchtelingen en zorg voor lokaal draagvlak, benut de periode in de opvangcentra beter, zorg voor snelle huisvesting van erkende vluchtelingen buiten de wooncorporaties. Stimuleer het halen van een Nederlands diploma. Sommige onderwijsinstellingen creëren een voorbereidend jaar. Houd bij het kiezen van een woonplaats rekening met de werkgelegenheid. Vluchtelingen met een technische achtergrond kunnen directe arbeidsbemiddeling gebruiken in Eindhoven bijvoorbeeld. Uitzendbureaus willen graag een tafeltje in het opvangcentrum plaatsen. Hoewel vluchtelingen, net als andere migranten, meestal op een lagere functie terecht komen dan in hun land van herkomst, nemen in Nederland vluchtelingen niet zo vaak banen van anderen in, zegt Dagevos. Immigratie creëert ook banen.

Lees ook: Hoge werkeloosheid onder erkende vluchtelingen

Er zijn al veel lokale initiatieven voor werk. In Rotterdam helpen gevestigde vluchtelingen de nieuwkomers, Amsterdam heeft een taal- en oriëntatietraject van drie maanden. In Den Haag wordt het voormalige ministerie van Sociale Zaken omgebouwd voor vluchtelingen, studenten en andere groepen Nederlanders die vluchtelingen met een lokaal netwerk kunnen helpen. „Het is een hanteerbaar probleem”, zegt Engbersen. „Ik zie bij gemeenten een ontideologisering van vluchtelingenvraagstukken in huisvesting en toeleiding naar de arbeidsmarkt.”