Vrouwen doen het beter dan mannen

Laagopgeleide mannen vinden moeilijk werk. Het Haagse mannenhuis schiet te hulp. „Ik weet niet of ik op de linker- of de rechtermuisknop moet drukken.”

Purcy Halfhide (57): „Ik was servicemonteur voor kunststof- en aluminiumramen. Door een conflict moest ik vertrekken. Ik zit nu in de WW. In deze branche kun je moeilijk werk vinden. Ik zou het liefst in dezelfde sector aan het werk gaan, maar mijn armspieren willen niet meer zoals vroeger. Ik moet  een keer per week solliciteren, maar het levert niets op. Er worden vaak jonge mensen gevraagd. Ze kijken naar je profiel, vragen of je in de regio woont of  je wilt verhuizen. Maar ik heb een vrouw en twee kinderen thuis.
„Ik begon met goede moed, maar kreeg afwijzing na afwijzing. Of vaak helemaal niet. ‘Vanwege het grote aantal verwachte reacties, hoort u niets als u niet bent uitgekozen’, hoor je dan. Het solliciteren is zo anders geworden. Ik ben een leek op computergebied en alles werkt alleen maar tegen. Hoe weet ik nu op welk knopje ik bovenaan op het scherm moet drukken? En ik weet niet of je op de linker- of op de rechtermuisknop moet drukken. Als het wordt uitgelegd, ben ik het gauw weer vergeten. 
„Mijn vrouw heeft ook altijd gewerkt, onder andere bij de post. Dat is een zwaar beroep. Zij kreeg een ziekte en longontsteking. De dokter was nodig en de psychiater ook. 
„In het begin had ik nog wel contact met vrienden. Maar het valt financieel niet vol te houden. Ik heb geen geld om met ze mee te gaan. Dan kom je in een sociaal isolement. Het is niet gemakkelijk met je vrouw als je de hele dag thuiszit. Je neemt  meer aanstoot aan elkaar.”

Een mannenhuis was niet het idee van de Haagse sociaal werker Bilal Sahin (49) zelf. Het werd gevraagd door mannen uit het Haagse Laakkwartier, een wijk met een laag gemiddeld inkomen. De mannen vonden dat ze voorbij werden gestreefd door hun vrouwen. Die emancipeerden, werden zelfstandiger, gingen de tuinbouw in, namen computercursussen, leerden zwemmen.

Sunil Ramai (53): „Ik was verantwoordelijk voor de nachtapotheek als apothekersassistent. In Utrecht, in Amsterdam, ook in Den Haag. Maar op een gegeven moment werd ik ziek. Daarna vonden ze het riskant dat ik nog bleef werken. De ontwikkelingen gaan zo snel. Je kunt je geen fout veroorloven. Ik hoop nu te kunnen beginnen met vrijwilligerswerk, zodat ik daarna een betaalde baan krijg.” 

En mannen? Die hingen in de kroeg en de moskee en leerden niets. „Mannen kunnen de vrouwen niet meer bijbenen”, zegt Sahin die de coördinatie van de drie oprichters overnam. „Deze mannen willen met de vrouwen meeëmanciperen. Anders houden ze de emancipatie van de vrouw maar tegen.”

En nu werkt Sahin al vijftien jaar in het Vadercentrum Adam, middenin het Laakkwartier tussen station Hollands Spoor en Rijswijk. De vaderrol moet volgens Sahin ruim worden geïnterpreteerd. Het kan ook een broer of oom zijn. Het gaat vooral om mannen die leren koken, naaien, met de computer omgaan. Ze krijgen een opvoedingscursus en doen vooral veel samen.

Talloze vrijwilligers zijn actief. Tegenover het centrum is een Weggeefwinkel voor de lage inkomens. Er komen ook vrouwen in het mannenhuis, maar meestal naaien en koken de mannen. „Anders laten de mannen het erbij zitten en nemen vrouwen de zaak over”, zegt Sahin.

Hij heeft op de site een lijstje gemaakt: mannen gaan veel eerder dood, mannen gaan half zo vaak naar de dokter als vrouwen, criminelen zijn meestal man, 80 procent van verslaafden is man.

Vooral de groep mannen met weinig opleiding en een laag inkomen blijft achter. Het is voor hen het moeilijkst om een baan te krijgen en te houden en om een partner te vinden. Volgens Jan Latten van het CBS zijn laagopgeleide mannen rond de 30 vaker ex-echtgenoot of ex-vriend.

Mannen werken vaak in sectoren die conjunctuurgevoelig zijn of waar banen worden geautomatiseerd. De werkloosheid is bij de laaggeschoolden het sterkst gegroeid. Daar komt bij dat veel mannen die zwaar lichamelijk werk hebben gedaan, gehandicapt raken en licht werk aan het bureau moeten zoeken waar ze vaak minder geschikt voor zijn.

Roy de Bruijn (34): „Ik had met een kennis van mij een eigen zaak voor telecom. We deden telefoon, televisie, mobiel en stroomaansluitingen. Daar zijn we mee gestopt. Ik wil nu weer een nieuw eigen bedrijf beginnen en zoek uit in welke branche dat kan. Ik heb nog een uitkering en geef hier als vrijwilliger een sollicitatiecursus.”

De meeste mannen in het Vadercentrum hebben geen werk. Volgens een analyse van Divosa, de vereniging van managers van sociale diensten, groeit het aantal uitkeringen en komen vooral 45-plussers moeilijk uit de bijstand en dat zijn vaak laaggeschoolde mannen.

Het CBS meldde vorige maand dat het percentage mannen met voldoende eigen inkomen om van rond te komen afneemt, terwijl het aantal financieel zelfstandige vrouwen juist groeit. In tien jaar tijd is het aantal financieel zelfstandige mannen tussen 20 en 65 gedaald van 70 procent tot 65 procent, terwijl het aantal vrouwen dat zichzelf financieel kan redden, groeide van 42 naar 48 procent.

Bij mannen is het ontbreken van financiële zelfredzaamheid meestal ongewild. Vrouwen vinden het minder vaak belangrijk om financieel zelfstandig te zijn dan mannen, blijkt uit de emancipatiemonitor 2014. Van de vrouwen van Turkse of Marokkaanse herkomst is slechts 25 procent economisch zelfstandig.

„In deze buurt zorgen de vrouwen voor het huishouden en werken de mannen buitenshuis. Voor mannen is dat een erezaak”, zegt Sahin. Die kostwinnersrol is ook belangrijk voor vrouwen. Bij verscheidene mannen in het Vadercentrum volgde op ontslag ook een echtscheiding.

Door een korting op de uitkeringen levert samenwonen geen financieel voordeel (meer) op. Een man die voor het eerst de hele dag thuis zit, dat geeft spanningen. Nu wonen die mannen alleen en ze kunnen de aangeleerde huishoudelijke vaardigheden goed gebruiken.

Recep Atabay (49): „Als ik op Monsterboard zoek naar een vacature krijg ik een aanbod voor ‘vulploegmedewerker’. Dat is vakkenvuller voor 2 tot 12 uur per week. Maar daar nemen ze alleen minderjarigen voor aan. Boven de 18 ben je te duur.
„Toen ik twintig jaar geleden uit Turkije kwam, begon ik te werken voor een schoonmaakbedrijf. Daarna werd ik kok. Voor een Turks restaurant, een studentencafé, een snackbar.” Daar kreeg hij genoeg van en hij ging werken als receptionist voor een hotel. 
„In 2000 kreeg ik een baan bij een gespecialiseerd internationaal autopoetsbedrijf in Den Haag. Ik ging op reis om met een team wagenparken van honderd auto’s in België, in Duitsland te reinigen. Ik werd ook voorman. Roestaanslag van de werkauto’s van de NS halen, krassen verwijderen, dure sportauto’s  laten glanzen. Stoomreiniging, lakpantsering met was. 
„Maar in 2014 ging het bedrijf failliet. Ik moest vertrekken. Poetsbedrijven nemen mensen alleen tijdelijk aan. Vaak zijn het Roemenen en Polen. Voor 5 tot 6 euro per uur werken ze 12 tot 13 uur achter elkaar. Vroeger was het 100 euro per auto, nu is het 50. Door de zware politoermachine heb ik last van mijn schouder gekregen.” Het hele zware werk kan hij niet meer doen. Zijn vrouw hield het voor gezien en ging met zijn zoon terug naar Turkije. 
„Het vinden van een nieuwe baan valt niet mee. Ik ga een heftruckcursus doen. Dat kost 150 euro voor twee tot drie dagen. Vroeger zeiden mensen zomaar: ik heb over je gehoord, kom maar bij me werken. Nu verwijzen ze me naar de computersite waar ik dan moet solliciteren. Er zijn vaak honderden sollicitanten. Vaak antwoorden ze niet eens. Op de automatische boodschap staat dat je bent afgewezen als je binnen twee weken niets hoort.”

Hamed El Omari (52): „In een restaurant in Kijkduin was ik kok en schoonmaker. Dat heb ik tien jaar gedaan. Ik heb ook voor een schoonmaakbedrijf gewerkt. Toen kreeg ik het aan mijn knie en kon ik het werk niet meer doen. Ik krijg nu een uitkering van de ziektewet en zoek nu werk aan het bureau.
„Toen ik ontslagen was, gingen mijn vrouw en ik uit elkaar. Zij is met de drie kinderen in het huis gebleven en ik moest naar Delft verhuizen. Ik wil graag weer in Den Haag wonen. Dan kan ik ook hier als vrijwilliger werken. Maandag, dinsdag en donderdag eet ik hier in het Vadercentrum.

Purcy Halfhide (57): „Ik was servicemonteur voor kunststof- en aluminiumramen. Door een conflict moest ik vertrekken. Ik zit nu in de WW. In deze branche kun je moeilijk werk vinden. Ik zou het liefst in dezelfde sector aan het werk gaan, maar mijn armspieren willen niet meer zoals vroeger. Ik moet een keer per week solliciteren, maar het levert niets op. Er worden vaak jonge mensen gevraagd. Ze kijken naar je profiel, vragen of je in de regio woont of je wilt verhuizen. Maar ik heb een vrouw en twee kinderen thuis.
„Ik begon met goede moed, maar kreeg afwijzing na afwijzing. Of vaak helemaal niet. ‘Vanwege het grote aantal verwachte reacties, hoort u niets als u niet bent uitgekozen’, hoor je dan. Het solliciteren is zo anders geworden. Ik ben een leek op computergebied en alles werkt alleen maar tegen. Hoe weet ik nu op welk knopje ik bovenaan op het scherm moet drukken? En ik weet niet of je op de linker- of op de rechtermuisknop moet drukken. Als het wordt uitgelegd, ben ik het gauw weer vergeten. 
„Mijn vrouw heeft ook altijd gewerkt, onder andere bij de post. Dat is een zwaar beroep. Zij kreeg een ziekte en longontsteking. De dokter was nodig en de psychiater ook. 
„In het begin had ik nog wel contact met vrienden. Maar het valt financieel niet vol te houden. Ik heb geen geld om met ze mee te gaan. Dan kom je in een sociaal isolement. Het is niet gemakkelijk met je vrouw als je de hele dag thuiszit. Je neemt meer aanstoot aan elkaar.”

 

Eerder stond boven dit stuk de kop 'Deze mannen kunnen hun vrouwen niet meer bijbenen'. Omdat deze kop niet op alle geïnterviewden van toepassing was, is gekozen voor een algemenere kop.