Waarom Big Pharma steeds minder verdient aan nieuwe medicijnen

Foto iStock

Belangrijke doorbraken, grote overnames; het nieuws over ‘s werelds grootste farmaceuten vindt al snel plaats in de overtreffende trap. Maar zo goed gaat het niet met ‘Big Pharma’. Ja, er worden nog altijd miljarden dollars verdiend, maar voornamelijk met ‘oude’ middelen. In het ontwikkelen van nieuwe bestsellers wordt flink geïnvesteerd. Maar die investeringen betalen zich steeds minder terug, blijkt uit een nieuw rapport van Deloitte.

Sinds 2010 maakt het accountantskantoor jaarlijks een prognose van de winstgevendheid van investeringen die twaalf van ‘s werelds grootste farmaceuten doen in onderzoek en ontwikkeling. Daarbij wordt alleen gekeken naar middelen die naar verwachting binnen één tot vier jaar op de markt komen. Wat blijkt? Het rendement dat bedrijven als AstraZeneca, Novartis en Amgen op deze nieuwe medicijnen verwachten te behalen, is in vijf jaar tijd gehalveerd.

Waar de grote spelers - op een enkeling na - hun ontwikkelingskosten de afgelopen jaren bijna allemaal zagen stijgen, lopen de verwachte maximale opbrengsten (de zogenoemde forecast peak sales) juist terug. Kostte het ontwikkelen van een nieuw middel hen in 2010 jaarlijks gemiddeld 1,2 miljard dollar, nu is dat 1,6 miljard. De verwachte jaarlijkse opbrengsten zijn tegelijkertijd teruggelopen van 816 naar hooguit 416 miljoen dollar gemiddeld.

“De investeringen die deze twaalf bedrijven doen, zullen naar verwachting wel winstgevend zijn. Maar het duurt waarschijnlijk langer voordat die nieuwe middelen zichzelf hebben terugverdiend”, schrijft Colin Terry, hoofd van Deloittes Life Science-tak in Londen, per e-mail.

De oorzaak ligt deels bij de overgang van one size fits all middelen voor grote patiëntengroepen naar niche behandelingen voor een bepaald type patiënt. Daar komt bij de groeiende (goedkope) concurrentie en de pogingen van verzekeraars en overheden om de almaar oplopende zorgkosten in te dammen. Ook in de Verenigde Staten, waar prijsbepalingen van medicijnen nog ‘vrij’ zijn, neemt de druk toe om deze aan banden te leggen.

Onlangs nog noemde Hillary Clinton het besluit van Turing Pharmaceuticals om de prijs van een medicijn vijftig keer zo duur te maken “schandalig”.

De problemen van Big Pharma hebben ook te maken met hun schaal, stelt Deloitte. Dit jaar werden voor het eerst ook vier ‘middelgrote’ farmaceuten (welke dat zijn, is niet bekend) in het onderzoek opgenomen. Niet alleen blijken hun ontwikkelingskosten (flink) lager, ook hun verwachte opbrengst is vele malen groter. “Hoe groter het bedrijf is, hoe minder efficiënt ze zijn”, zei Terry eerder tegen de Financial Times.

Waar kleinere partijen zich eerder specialiseren in één of enkele behandelingen, ontwikkelt een bedrijf als GSK middelen tegen onder meer astma, HIV, maar ook kankervarianten. Dat leidt volgens Deloitte tot een complexe organisatie met een veelheid aan belangen. De oplossing zit volgens de auteurs dan ook niet zozeer in grote fusies of overnames (zoals nu veel gebeurt), maar eerder in kleinschalige technologie-specifieke aankopen en samenwerkingsverbanden.

“Companies with more focus do better.”