Daar wordt de hulp normaal betaald

Veel gemeentebesturen worstelen om de thuiszorg te regelen. Sommige hebben ’t goed voor elkaar.

Foto iStock

TSN is niet alleen een bijna failliete thuiszorgorganisatie, maar ook een symbool van de problemen in de sector. Tegelijk met de decentralisaties bezuinigde het kabinet begin dit jaar 32 procent op de huishoudelijke hulp. Het gevolg: veel gemeenten hebben moeite met het inkopen van deze hulp tegen een fatsoenlijk tarief.

Maar dat geldt niet voor alle gemeenten. Er zijn er ook die het lukt de hulp voor veel mensen toegankelijk te houden én de zorgaanbieders een schappelijk tarief te bieden. Wijk bij Duurstede is zo’n gemeente. Die werd afgelopen juni door de MO-groep, de brancheorganisatie voor welzijn en maatschappelijke dienstverlening, uitgeroepen tot een van de tien ‘Gouden Gemeenten’: plaatsen die sinds de decentralisaties ‘op de goede weg zijn’. In Wijk bij Duurstede is de huishoudelijke hulp redelijk intact gebleven. Bij het opnieuw bekijken van de indicaties is niemand zijn hulp kwijtgeraakt en in het aantal uren is weinig gewijzigd, zegt wethouder Jan Burger. Mensen zijn maximaal een uur gekort en niemand krijgt minder dan drie uur hulp per week. De zes thuiszorgaanbieders krijgen tarieven tussen de 23 en 25 euro per uur. Dat is boven de landelijke norm.

Hoe kan dat? Al in 2007, met de invoering van de vorige Wet maatschappelijke ondersteuning, begon Wijk bij Duurstede met de ‘keukentafelgesprekken’ die nu overal worden gevoerd om te bepalen op hoeveel zorg mensen recht hebben. Daardoor zijn de inwoners er al jaren aan gewend dat er meer van hen wordt gevraagd en dat sommige diensten, zoals ramen zemen, niet meer worden vergoed. Daarnaast bezuinigt wethouder Burger op andere zaken, zoals dagopvang en hulpverlening. Voor professionele schuldhulpverleners komen dan vrijwilligers.

Een andere voorbeeldgemeente is Den Bosch. Die Brabantse gemeente slaagt erin binnen het budget te blijven zonder de zorgaanbieders een poot uit te draaien. Wethouder Paul Kagie vertelt trots over de manier waarop de zorg wordt ingekocht: het aantal uren is gedaald van gemiddeld 2,8 naar 2 uur per week. Om het verlies voor de aanbieders te compenseren heeft de gemeente het uurtarief verhoogd – in 2016 wordt dat 23,20 euro.

Strenger beoordelen

Wat ook helpt is cliënten strenger beoordelen. Sommige mensen die recht hadden op vergoede huishoudelijke hulp hebben dat niet meer, nieuwe cliënten worden minder makkelijk toegelaten. Den Bosch heeft een fonds van 15 miljoen euro ingesteld om eventuele klappen op te vangen, vertelt Kagie. Dat geld werd elders in de begroting bij elkaar gesprokkeld, onder andere bij de subsidie voor drie culturele instellingen.

Ook in Den Bosch hangt het welslagen van de operatie af van de aanwezigheid van vrijwilligers: zonder hen zakt het hele bouwwerk als een kaartenhuis in elkaar. Daar moet het Rijk oog voor hebben, vindt Kagie. „Ik had nooit voor mogelijk gehouden dat zo veel mensen zich zouden aanbieden. Maar er zijn grenzen aan het doen van een beroep op vrijwilligers, ook kwalitatief.”

Maar, zeggen beide wethouders, het gaat nu nog goed maar de grote vergrijzing moet nog komen. In Wijk bij Duurstede zal het aantal 65-plussers de komende tien jaar verdubbelen. En de spaarpotjes van beide gemeenten hebben een bodem. De nieuwe plannen voor de huishoudelijke hulp die staatssecretaris Van Rijn (VWS) twee weken geleden presenteerde (onder meer een verbod op constructies waarbij personeel wordt ontslagen en weer ingehuurd als goedkopere alfahulp)stellen de wethouders niet per se gerust.

„Je moet fundamenteler kijken naar hoe je met elkaar die bodem van een fatsoenlijke huishoudelijke hulp behoudt”, vindt Kagie. Ook Burger verwacht meer dan een beetje geld en een verplichte code. „Het is prima dat er wat extra budget is”, maar er moet volgens hem ook echt een verandering komen. Dat zou de staatssecretaris meer moeten sturen. „Van Rijn moet goede voorbeelden aanwijzen en in de gaten houden dat de verschillen tussen gemeenten niet te groot worden.”