Bijna gehele oppositie steunt motie afkeuring tegen Rutte

ChristenUnie-leider Segers zei dat het kabinet weliswaar “diep door het stof is gegaan” in het debat over de commissie-Oosting, maar dat “de twijfel is gebleven”.

ChristenUnie-fractieleider Segers tijdens het indienen van de motie van afkeuring tegen Rutte. Foto ANP / Valerie Kuypers

Bijna de voltallige oppositie in de Tweede Kamer heeft woensdagavond in het Kamerdebat over het rapport van de commissie-Oosting een door de ChristenUnie ingediende motie van afkeuring tegen premier Rutte gesteund. Een Kamermeerderheid kreeg de motie echter niet, waardoor premier Rutte en zijn kabinet het debat op het nippertje overleefden. Maar de brede steun van de motie kan als een forse dreun voor Rutte worden uitgelegd.

Naast ChristenUnie en CDA hadden de PVV, de SP, D66, GroenLinks en de Partij voor de Dieren de motie ondertekend. De SGP heeft de motie niet ondertekend, maar steunt hem wel.

ChristenUnie-leider Segers zei dat het kabinet weliswaar “diep door het stof is gegaan” in het debat, maar dat “de twijfel is gebleven” en dat de motie, die formeel uitspreekt dat het gevoerde beleid van de premier wordt afgekeurd, daarom noodzakelijk was.

Een motie van afkeuring gaat minder ver dan een motie van wantrouwen, die inhoudt dat ook het vertrouwen in een bewindspersoon of het kabinet wordt opzegd. Zo ver wilden de oppositiepartijen woensdagavond niet gaan, maar de Kamer was zeer kritisch over hoe het kabinet inzake de omstreden ‘Teevendeal’ heeft geopereerd. CDA-leider Buma zei in een toelichting op zijn steun voor de motie:

“Vandaag moet de Kamer een grens trekken: zo willen we niet dat dit land wordt geregeerd, zo gaan we niet met de rechtsstaat om.”

Premier diep door het stof

Rutte ging eerder woensdagavond diep door het stof voor zijn afwikkeling van de Teevendeal. De premier zei dat hij te weinig regie heeft gevoerd rond de zaak en dat hij vrijdag op een persconferentie ten onrechte de indruk wekte dat hij niet achter de conclusies van Oosting stond. Rutte begon zijn beantwoording woensdagavond door te zeggen hij nu dertien jaar in de politiek zit en dat dit “veruit het zwaarste politieke debat uit mijn politieke loopbaan” is.