Bemoeizuchtige Kamerleden

Het gemeentebestuur van Vianen werd dit jaar bijna op de vingers getikt door minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA), omdat het college van B en W had toegelaten dat een gemeenteraadslid deelnam aan zijn vergaderingen. Zoiets doet „principieel afbreuk aan het dualistisch stelsel”, antwoordde de minister op boze vragen van Kamerleden van D66 en PvdA. Vianen ontkwam aan het standje van de minister (en de commissaris van de koning in Utrecht) door te besluiten dat het raadslid, een fractieleider, niet meer bij collegevergaderingen mocht komen.

Vergelijk dat met de verregaande bemoeienis van twee leden van de VVD, die begin maart van dit jaar nog in het parlement zaten en inmiddels respectievelijk minister en staatssecretaris zijn op het ministerie van Veiligheid en Justitie. Van der Steur en Dijkhoff.

Zij waren op 4 maart aanwezig op het departement en dienden de minister van toen, Opstelten, de man die zij hoorden te controleren, rechtstreeks van advies. Kennelijk nog van een slecht advies ook, gelet op de inhoud van een persbericht dat die avond werd verspreid. De eerste zin daarin luidde: „De bewering van Nieuwsuur dat de minister de Tweede Kamer verkeerd heeft geïnformeerd over de schikking met Cees H. is onjuist.” Inmiddels staat vast: als er iets onjuist was, dan is het wel deze zin.

Nederland kent een duaal bestel, waardoor het bewindslieden, behalve ten tijde van kabinetsformaties, verboden is lid te zijn van Tweede of Eerste Kamer. Afstand van het parlement tot het kabinet wordt nodig geacht, om het zo zijn primaire taak, het controleren van de regering, optimaal te kunnen laten uitoefenen.

In de praktijk is het dualisme in Nederland meestal ver te zoeken, maar juist onder het huidige kabinet beleefde het een opleving, noodgedwongen. Omdat Rutte II in de Eerste Kamer niet over een meerderheid beschikt, is het kabinet genoodzaakt tot soms verregaand, duaal overleg met fracties in de Tweede Kamer die niet tot de coalitie behoren. Dat is uit democratisch oogpunt winst, omdat de kiezers de Tweede Kamer kiezen en niet de regering.

„Het is echt normaal”, zei premier Rutte vrijdag op zijn persconferentie, „echt, het kan niet anders, dat Kamerleden contact hebben met hun bewindslieden.” Op dat ‘hun’ valt af te dingen, wel zal het zo zijn dat regeren ingewikkelder wordt als het kabinet zich niet vooraf van een parlementaire meerderheid mag verzekeren. Maar dat rechtvaardigt niet de intensieve interventies van Van der Steur en Dijkhoff bij antwoorden die toenmalig minister Opstelten aan de Kamer, en dus ook aan hen, nog moest geven. Misschien kan minister Plaskerk dat zijn collega’s eens uitleggen.