Atoomagentschap schrapt Iran van zwarte lijst

IAEA concludeert dat Iran na 2009 militaire nucleaire ambities liet varen, en maakt daarmee de weg vrij voor uitvoering van nucleair akkoord.

Toenmalig president Mahmoud Ahmadinejad tijdens een bezoek aan de uraniumverrijkingscentrale Natanz in 2008. Foto HO / AFP

Twaalf jaar prijkte Iran, met Noord-Korea en Syrië, op een lijst van landen die door het Internationale Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) extra in de gaten werden gehouden omdat ze stiekem zouden werken aan een kernbom – oftewel aan „activiteiten met militaire dimensies”.

Dinsdag werd Iran formeel van de lijst geschrapt. Dat gebeurde toen de bestuursraad van het IAEA, bestaande uit ambassadeurs van 35 lidstaten, een speciaal rapport over Irans vroegere nucleaire activiteiten goedkeurde. Het gebeurde bij acclamatie: gestemd werd er niet. In het IAEA-rapport staat dat Iran waarschijnlijk tot 2003 bezig is geweest met „gecoördineerde pogingen” een kernbom te maken, maar daarna niet of nauwelijks meer.

Heimelijke plannen

Die pogingen gingen volgens directeur-generaal Yukiya Amano van het IAEA „niet verder dan haalbaarheidsstudies en wetenschappelijk onderzoek en de aanschaf van bepaalde technische benodigdheden en capaciteiten”. Na 2009, toen Obama intussen president van de VS was geworden, zou Iran volgens het rapport alle heimelijke plannen voor een kernbom hebben gestaakt.

Door de goedkeuring van dit rapport kan de uitvoering van het baanbrekende nucleaire akkoord tussen Iran en zes wereldmachten afgelopen zomer eindelijk beginnen. Volgens dit akkoord moet Iran transparant zijn over zijn nucleaire programma in ruil voor geleidelijke opheffing van westerse sancties. Hoewel de uitvoering formeel in januari begint, zijn technische voorbereidingen al maanden bezig. Volgens het akkoord mag uitvoering alleen beginnen als „onopgeloste kwesties” tussen het IAEA en Iran, over vroegere Iraanse nucleaire activiteit, uit de weg zijn geruimd.

De inhoud van het IAEA-rapport moest dus positief zijn over Iran: anders zou het akkoord, waarvan het IAEA de waakhond is, op losse schroeven zijn gezet. De zes landen die het akkoord in juli met Iran uitonderhandelden (de VS, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, China, Rusland en Duitsland), hebben naar aanleiding van dit rapport dan ook zelf de resolutie geschreven waar de bestuursraad gisteren ‘ja’ tegen moest zeggen. „We kijken liever vooruit, naar de toekomst, dan dat we in het verleden willen blijven hangen”, zei een diplomaat.

Kernbom

Het rapport lijkt op het eerste gezicht te bevestigen wat sommigen al lang zeggen: dat het ‘bewijs’ dat Iran destijds werkte aan een kernbom, dubieus was. Amerikaanse en Israëlische veiligheidsdiensten zouden het hebben aangedikt, om een harde politieke lijn tegen ‘de as van het kwaad’ te rechtvaardigen. Oud-IAEA-chef Mohammed ElBaradei had een slechte relatie met de regering-Bush: het IAEA wantrouwde het (oncontroleerbare) bewijsmateriaal waar de VS mee kwamen.

Maar het rapport bevat ook munitie voor diegenen die wél geloven dat Iran destijds een kernbom maakte. Er staat dat Iran veel vragen van het IAEA over vroegere nucleaire activiteiten heeft beantwoord – maar niet allemaal. Zo zijn inspecteurs er niet van overtuigd dat in het ondergrondse militaire complex Parchin geen verdachte nucleaire zaken plaatsvonden. De Amerikaanse ambassadeur verzekerde gisteren echter dat IAEA-inspecteurs meer volmachten hebben dan vroeger, en dat het agentschap op onderzoek uit kan „zodra mogelijke zorgen rijzen”.