Alles gereed – behalve die cruciale wet

De aanleg van vijf windparken voor de kust moet snel en goedkoop. Netbeheerder Tennet krijgt in deze complexe opdracht de hoofdrol. Maar de Eerste Kamer moet eerst een wet aannemen die dat regelt – en waarover nu nog verdeeldheid heerst.

Klimaatakkoord, Energieakkoord: de boodschap dat de energievoorziening ingrijpend moet veranderen, is moeilijk te missen. Ook in Nederland, dat in vergelijking met andere Europese landen slecht presteert in duurzame energie. Alleen Malta en Luxemburg doen het nog slechter.

‘Wind op zee’ moet daar verandering in brengen. De voorbereidingen voor de aanleg van massale windparken voor de kust zijn zo goed als rond. Alleen de politiek hapert nog. De eerste ‘tender’ is daarom een paar weken uitgesteld. De overheid heeft zijn eigen deadline van 1 december gemist. Wie wil meedingen naar de vergunning voor de aanleg en de exploitatie van het eerste windpark – en de daarbij behorende subsidie – kan zich pas medio januari melden.

Eerst moet de nieuwe Gas- en Elektriciteitswet, de wet Stroom, nog door de Eerste Kamer geloodst worden. Die wet wijst Tennet aan als netbeheerder op zee. Voor dit staatsbedrijf is een hoofdrol weggelegd: de toekomstige exploitanten van de windparken op zee hoeven niet te zorgen voor de verbindingen naar het land, ze hoeven de stroom die hun turbines opwekken alleen maar af te leveren bij Tennets transformatorplatforms, de stopcontacten op zee. Tennet zorgt voor het transport naar het hoogspanningsnet op het vasteland, is de bedoeling.

Maar in diezelfde wet Stroom is ook de splitsing van elektriciteitsbedrijven vastgelegd. Daartegen verzetten de laatste twee niet-gesplitste bedrijven Eneco en Delta zich met hand en tand. Voor die definitieve splitsing lijkt in de Eerste Kamer geen meerderheid te vinden. Het wetsvoorstel wordt 21 en 22 december plenair behandeld.

Minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) heeft de zaak op scherp gezet: als de Eerste Kamer niet instemt met de splitsing gaat de hele wet niet door. Wie de wet Stroom laat struikelen over de splitsing van de elektriciteitsbedrijven, torpedeert de doelstellingen uit het Energieakkoord: 14 procent duurzaam opgewekte energie in 2020 en 16 procent in 2023.

Politici zoeken nog naar een uitweg. Intussen zijn de voorbereidingen voor de aanleg van de windparken in het windgebied Borssele, voor de kust van Zeeland, in volle gang. De bodemonderzoekers van Deep Survey zijn zelfs al klaar met hun werk. Drie maanden lang hebben de onderzoeksschepen Volans en Storm de bodem van de Westerschelde afgespeurd naar mogelijke obstakels op het tracé tussen de toekomstige windparken en de kust. Op de bodem, maar ook in de ondergrond, omdat de kabels een paar meter diep komen te liggen.

De monding van de Westerschelde is op het eerste gezicht niet de ideale plaats voor dikke stroomkabels. Er liggen al tientallen kabels en wrakken in een onderwaterlandschap met zeeduinen en stroomgaten. Én er liggen de nodige explosieven. Die zijn volgens Gert-Jan Siepel van Deep een erfenis uit de Tweede Wereldoorlog; Britse oorlogsvliegers op de weg terug uit Duitsland hadden de gewoonte hun ongebruikte bommen boven zee af te werpen. „Ze bespaarden daarmee brandstof zodat ze nog net de thuisbasis konden bereiken”.

Eind oktober trok Siepel met zijn schepen de laatste rechte banen te midden van de grote containerschepen op de route naar Antwerpen. Met sonarapparatuur en metaaldetectors is de bodem systematisch afgetast en zijn monsters genomen om de samenstelling van de bodem te bepalen. Soms werd een duiker naar beneden gestuurd om te zien of een obstakel een anker of een explosief is. Een scheepswrak dat net onder de kust ligt, is gemakkelijk te onderscheiden op de monitor in de stuurhut. Op een paar meter diepte ligt het schip duidelijk zichtbaar op zijn kant, de schoorsteen is afgebroken.

Het is informatie die bepaalt waar de kabels precies komen te liggen. „Grote obstakels vermijden we straks zoveel mogelijk, daar gaan we gewoon omheen”, zegt Siepel. Liever een paar meter verder naar links of naar rechts dan explosieven opruimen of een wrak bergen. Dat kost alleen maar tijd en geld. En dat is waar het bij de aanleg van de windparken op zee vooral om gaat: die moet op tijd af zijn, zodat Nederland aan zijn duurzaamheidsverplichtingen voldoet, en de aanleg moet 40 procent goedkoper dan een windpark in 2010 kostte.

Voor de hele onderneming is in totaal 12 miljard euro subsidie beschikbaar. Niet alleen voor de windparken voor de Zeeuwse kust, maar ook voor de parken die later voor de kust van Zuid- en Noord-Holland zijn gepland.

In 2023 moeten ze allemaal draaien en de windcapaciteit op zee hebben verhoogd van 1000 MW naar 4.500 MW. Dan zouden meer dan 4 miljoen huishoudens moeten kunnen draaien op duurzame stroom van zee.

Om geen tijd te verliezen gaat Tennet voor al die parken één soort ‘stopcontact op zee’ neerzetten. Het worden er in totaal vijf. Op het hoofdkantoor van Tennet in Arnhem laat Marco Kuijpers, leider van het offshoreteam, een animatie zien van dit toekomstige transformatorstation. Het wordt volgestopt met de nieuwste techniek, maar mag tegelijkertijd geen cent te veel kosten. Zo krijgen de stations geen helikopterdek. Als onderhoud nodig is, moet er een bootje heen of wordt een mannetje uit de lucht neergelaten aan een touw.

Tennet heeft in Duitsland, waar de Nederlandse netbeheerder deels verantwoordelijk is voor het hoogspanningsnet, nuttige ervaring opgedaan. Bij de aanleg van de eerste verbindingen in de Duitse Noordzee ontstond vertraging doordat de bouwers van de stopcontacten op zich lieten wachten. Iedere bouwer wilde een eigen ontwerp voor de tussenstations, die dus allemaal hun eigen kinderziektes moesten doormaken.

Dat gaat in Nederland anders: Tennet zorgt ervoor dat de windparken alleen maar hoeven in te pluggen. De kaarten van de zeebodem zijn klaar. De techniek – het ‘kloppend hart’ – van de transformatorstations is aanbesteed aan CG Power Systems en een joint venture van GE en Alstom.

Er ligt een strak schema om ervoor te zorgen dat de eerste stroom uiterlijk 31 augustus 2019 aan land gebracht kan worden. De netbeheerder kan het zich niet veroorloven om stil te zitten, want alle stappen moeten in de tijd precies passen.

„Lukt het Tennet om vóór die datum een goed functionerende aansluiting te realiseren?”, verwoordt energiejurist Roland de Vlam van advocatenkantoor Loyens & Loeff de zorg van bedrijven die zich voorbereiden op een bod.

Orders binnenhalen is één, risico’s afdekken en aansprakelijkheid regelen is minstens even belangrijk. Als de eigenaar van het windpark straks zijn stroom niet kwijt kan doordat Tennet vertraging heeft opgelopen, moet hij de kosten ergens kunnen verhalen.

Met de aanname van wet Stroom moet de eerste fase worden afgerond. In januari zou dan de verlate aanbesteding van de windparken volgen. In de zomer van 2019 komt de eerste duurzame stroom aan wal, als alles goed gaat.