‘Schaf systeem met dreigingsniveaus terreur af’

Het systeem van dreigingsniveaus waarmee de bevolking elk kwartaal wordt geïnformeerd over de kans op een aanslag, kan beter worden afgeschaft. Het huidige dreigingsniveau (substantieel) dat al sinds maart 2013 geldt, wordt op te veel uiteenlopende situaties toegepast. Daardoor dreigt het systeem nietszeggend te worden.

Dat concludeert terrorismedeskundige Edwin Bakker in een onderzoek dat hij uitvoerde voor antiterreurdienst NCTV. Deze bestaat tien jaar. Bakker, directeur van het Centre for Terrorism and Counterterrorism van de Leidse Universiteit, keek naar de dreigingsniveaus en dreigingsanalyses die sinds 2005 elk kwartaal verschijnen. De NCTV viert deze woensdag zijn verjaardag met een congres in Rotterdam. Daar worden de bevindingen van Bakker toegelicht.

„Er is nu een groot verschil”, zegt Bakker in een gesprek met NRC, „met maart 2013 – toen mensen begonnen uit te reizen naar Syrië en Irak en misschien een aanslag wilden plegen. Nu zijn er daadwerkelijk mensen teruggekomen van het slagveld, die in Parijs ook nog eens daadwerkelijk aanslagen plegen. De verschillen tussen toen en nu kun je niet goed afdekken met één term. Je ziet dat politici zich dat realiseren, en rare tussenvormen gaan verzinnen als substantieel-plus.”

Het systeem bestaat uit vier dreigingsniveaus: minimaal, beperkt, substantieel en kritiek. De afgelopen tien jaar zijn daar maar twee van gebruikt. Dat onderstreept het beperkte nut van de vier termen, zegt Bakker.

Hij ziet twee alternatieven, waarbij hij een voorkeur heeft voor het helemaal schrappen van de vier termen. „Je suggereert met die vier niveaus dat je objectief kunt kwantificeren waarom je van het ene naar het andere niveau gaat”, zegt Bakker. „Dat kun je niet hard maken.”

Mocht de NCTV de dreigingsniveaus toch willen handhaven, dan is een alternatief om er een vijfde niveau aan toe te voegen, en daarmee de etiketten meer inhoud te geven. „Zo werkt het Verenigd Koninkrijk met de term ernstig. Die zou je als tussenfase tussen substantieel en kritiek kunnen gebruiken.”