Voor onze familie zorgen we goed. Voor de buren wat minder

Wie hulpbehoevend is, kan minder op de overheid rekenen dan vroeger. Het SCP onderzocht hoe vaak we voor elkaar zorgen. 

Foto ANP 

Het woord ‘participatiesamenleving’ bracht de maatschappij twee jaar geleden in rep en roer. De verzorgingsstaat verdwijnt, zei koning Willem-Alexander in de Troonrede. We moeten weer naar elkaar gaan omzien, vond staatssecretaris Van Rijn (PvdA). 

Intussen bestaat deze zorgzame samenleving allang. Uit een vandaag gepubliceerd SCP-rapport blijkt dat vier miljoen Nederlanders in 2014 mantelzorg hebben verleend – eenderde van de volwassen bevolking. Daarbij deden een miljoen mensen dat jaar vrijwilligerswerk in de zorg.

Het ministerie van VWS gaf het Sociaal en Cultureel Planbureau de opdracht onderzoek te doen naar ‘informele hulp’ (vrijwilligerswerk en mantelzorg, met het accent op het tweede) in aanloop naar de decentralisaties van dit jaar. Het onderzoek, bestaande uit enquêtes onder ruim 7.000 Nederlanders, werd uitgevoerd in het najaar van 2014. Het zegt dus niets over de eventuele extra mantelzorg die mensen zijn gaan verlenen toen de overheid begin dit jaar zwaar bezuinigde op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Sinds die bezuiniging wordt van mensen verwacht dat zij eerder hun eigen netwerk aanspreken in plaats van de overheid. „Er is met opzet voor gekozen om het onderzoek net voor de transities te doen”, zegt SCP-onderzoeker Mirjam de Klerk. „Eind volgend jaar herhalen we het en dan kun je zien of het aanbod aan informele hulp na de decentralisaties is toegenomen.”

Emotionele ondersteuning

Het SCP hanteert in dit onderzoek een brede definitie van mantelzorg: emotionele ondersteuning en het bieden van gezelschap vallen er bijvoorbeeld ook onder. Dat kan verklaren waarom het aantal mantelzorgers hoger uitvalt dan dat in oudere onderzoeken. Maar omdat voor dit onderzoek een nieuwe methode is gebruikt, is het lastig de cijfers te vergelijken met die uit eerdere publicaties.

Het rapport zegt dus niets over een eventuele toe- of afname van mantelzorg, maar het geeft wel een goed beeld van wie die vier miljoen altruïsten eigenlijk zijn en wie zij helpen. Zo geven vrouwen meer mantelzorg dan mannen en kerkgangers meer dan niet-kerkgangers. De actiefste mantelzorgers zijn mensen tussen de 45 en 64. Vier op de vijf mantelzorgers helpen familie, en ruim een op de vijf zorgt voor vrienden of buren. Die cijfers komen overeen met de ideeën over informele hulp die mensen hebben: een ruime meerderheid vindt dat je familie moet helpen, een veel kleiner deel is het ermee eens dat je je buren moet bijstaan.

Moeilijk te voorspellen

Het onderzoek bevat daarnaast goed én slecht nieuws. Om met het goede te beginnen: naast de vier miljoen mensen die in 2014 al mantelzorg verrichtten bestaat een vrij grote groep potentiële mantelzorgers. 35 procent van de mensen die in 2014 geen zorg verleenden zei bereid én in staat te zijn dat in de toekomst wel te doen. Dat gaat om 2,8 miljoen mensen, een flink reservoir.

Deze cijfers moeten wel voorzichtig geïnterpreteerd worden, zegt Mirjam de Klerk. „Het is heel moeilijk te voorspellen wat mensen doen als de nood aan de man is. We weten dat mensen zich voor nabije familie in bochten wringen om te helpen, maar de bereidheid is minder voor hulpbehoevenden die verder van hen afstaan.”

Dan het slechte nieuws: hoewel de meerderheid van de mantelzorgers plezier beleeft aan zijn hulpverlening en daarbij ook weinig problemen ondervindt, voelt bijna eentiende van de mantelzorgers zich zwaar belast. Dit houdt in dat zij zeggen onder druk te staan, een verslechterende gezondheid te hebben of overspannen te zijn. Vooral vrouwen en mensen tussen 35 en 44 vallen in de categorie zwaar belasten.

De oplossing van dit probleem ligt op alle niveaus. Overbelasten moeten eerder om hulp vragen, gemeenten moeten beter in de gaten houden of mensen niet te veel onder druk staan, werkgevers kunnen flexibeler omgaan met de werktijden, en de landelijke overheid zou financiële tegemoetkomingen kunnen regelen. Het zou volgens een aantal geënquêteerden bijvoorbeeld prettig zijn als de ‘mantelzorgboete’ – de korting op de AOW van mensen die bij familieleden inwonen – van tafel gaat. Deze maatregel is uitgesteld tot 1 januari 2018, omdat eerst onderzocht wordt wat de effecten ervan zijn.

Tegen die tijd is ook het vervolgonderzoek van het SCP verschenen, waaruit moet blijken of Nederlanders sinds de decentralisaties nóg meer zijn gaan participeren.

Een kwart vindt helpen ook leuk om te doen