Vonnis schadelijker dan woorden jihadist

We gaan van een open naar een ‘strijdbare’ democratie met partijverboden en andere ongewenste zaken, waarschuwt hoogleraar rechten van de mens Tom Zwart.

Illustratie Hajo

Afgelopen donderdag veroordeelde de rechtbank Den Haag negen verdachten tot hoge straffen voor het oproepen tot en het faciliteren van deelname aan de jihad in Syrië. Het is een stevig vonnis en de rechtbank is zich daarvan bewust. Maar hij legt de verantwoordelijkheid daarvoor bij de wetgever. Die heeft er immers voor gekozen om het strafrecht in te zetten om terrorisme te bestrijden.

Daarmee doet de rechtbank geen recht aan zijn eigen rol. Zo past hij in deze zaak wetgeving met terugwerkende kracht toe en brengt hij een categorie personen onder het bereik van de wet die daarin niet wordt genoemd. Dit soort technieken zijn juridische paardenmiddelen, die maar zelden worden gebruikt en nooit in combinatie.

Bovendien werden de oproepen van de verdachten beschermd door de vrijheid van meningsuiting van artikel 10 (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens). Het lag daarom voor de hand om de antiterrorismewetten wegens strijd met deze bepaling buiten toepassing te laten, maar dat deed de rechtbank niet.

Dat is opmerkelijk, want de rechter is er normaal gesproken als de kippen bij om nationale wetgeving opzij te zetten wegens strijd met de mensenrechten. Daarnaast houdt de rechtbank vol dat het conflict in Syrië nationaal en niet internationaal van aard is. Bij een internationaal conflict zijn gevechtshandelingen van alle partijen toegestaan en is het oproepen om daaraan deel te nemen niet strafbaar. Aangezien de verdachten werden beschermd door de vrijheid van meningsuiting en het conflict in Syrië een internationaal karakter heeft, had veroordeling achterwege moeten blijven.

In het vonnis worden de verdachten weggezet als lid van een criminele terroristische organisatie. Die benadering is contraproductief. Uitsluiting en demonisering leiden tot isolement en een groter geloof in het eigen gelijk. Om radicalisering tegen te gaan moeten jongeren juist opgenomen worden en kansen krijgen in de samenleving, zodat zij bloot worden gesteld aan de opvattingen van andersdenkenden. Door in te zetten op een veroordeling, heeft de rechtbank de stemming in politiek Den Haag goed aangevoeld. De wetgever stapelt de ene stevige maatregel op de andere om in ieder geval de indruk te wekken dat het terrorisme wordt aangepakt.

Die trend is zeer problematisch. Met het vonnis wordt namelijk opnieuw een belangrijke stap gezet naar de invoering van een ‘strijdbare (of weerbare) democratie’. Een democratie is strijdbaar als hij tegen anti-democratische krachten wordt beschermd met behulp van middelen als partijverboden en onderdrukking van bepaalde opvattingen. De discussie wordt versmald tot een aantal goedgekeurde standpunten. Het pad naar de strijdbare democratie is ingezet met de strafzaken tegen Geert Wilders. Die wordt ervan beschuldigd democratische waarden als tolerantie en respect tekort te doen.

Hoe meer de strijdbare democratie wordt omarmd, hoe meer ons open democratiemodel wordt verlaten. Daarin bepalen de burgers zelf welke ideeën ze omarmen dan wel verwerpen. Het publieke debat is zelfreinigend door tegenspraak. In een open democratie moet iedereen zich vertegenwoordigd weten, hoe buitenissig of radicaal de opvattingen ook zijn. Burgers moeten hun wensen en ambities kunnen uiten, die dan door partijen in de politieke arena moeten worden ingebracht.

Vonnis Haags jihadproces

De ervaringen in Duitsland in de jaren zeventig en tachtig lieten zien wat de gevolgen van het strijdbare democratiemodel zijn. Partijen werden verboden en burgers met onconventionele opvattingen uitgesloten van functies bij de overheid. Van burgers werd bovendien verwacht dat zij zich actief voor de verdediging van de democratie zouden inzetten. Dat betekende dat zij protest dienden aan te tekenen of moesten opstappen als tijdens bijeenkomsten of voorstellingen de grondwettelijke orde werd gekritiseerd of bespot.

Dit leidde tot politieke correctheid, onderling wantrouwen, en een alomvattend toezicht door de veiligheidsdiensten. Om zichzelf te rechtvaardigen heeft de strijdbare democratie een vijandbeeld nodig. Daardoor ontstond in Duitsland een spiraal waarin strijdbaarheid en radicalisering op elkaar inwerkten, zoals de ervaringen met de Rote Armee Fraktion aantonen.

Ook al vinden we zo’n strijdbare democratie wellicht ongewenst, we zijn er wel naar op weg. Het is belangrijk dat we als burgers de gelegenheid krijgen ons daarover uit te spreken. Dat kan door discussie in het parlement of een referendum. Zo wordt voorkomen dat wij via de salamimethode afscheid nemen van het open democratiemodel.