Van muffe toestand naar een gala in stijl

De sportverkiezingen worden dinsdagavond voor de 64ste keer gehouden. De evolutie van een eretitel.

De Jaap Eden, die is ontworpen door beeldhouwer Jits Bakker. Foto NOC*NSF

Abe Lenstra werd in 1951 gekozen tot eerste Sportman van het Jaar. Dat gebeurde tijdens een kwartiertje radiozendtijd van de AVRO. Lenstra was een keuze van de luisteraars. Arjen Robben trad vorig jaar in zijn voetsporen. Hij werd gekozen door deels een vakjury en deels de Nederlandse A-sporters. Waar Lenstra in een kale studio een wisselbeker en een zilveren sigarettendoos ontving, kreeg Robben 63 jaar later tijdens een rechtstreekse tv-uitzending van een uitbundig Sportgala het Jaap Eden-beeldje uitgereikt.

Waar in de jaren vijftig nauwelijks iemand zich druk maakte over de Sporter van het Jaar – er werd acht jaar geen onderscheid gemaakt tussen man en vrouw – ontspint zich tegenwoordig een kamerbrede discussie over de juistheid van de nominaties. Waarom wel een wereldkampioen uit de kleine sport BMX en niet wielrenner Tom Dumoulin, die zich machtig manifesteerde in de Ronde van Spanje? En waarom in hemelsnaam geen Max Verstappen, de Formule 1-coureur die in zijn debuutjaar zo veel indruk maakte? Het ging er vaak fel aan toe. Ook een bewijs dat het Sportgala statuur heeft gekregen.

De verkiezing had totaal geen uitstraling

Bob Bremer volgt op 76-jarige leeftijd geamuseerd die woordenstrijd. Hoewel niet de initiatiefnemer van de sportverkiezingen – dat idee kwam in 1951 van radiosportjournalist Tom Schreurs – ziet Bremer zich wel als de geestelijke vader van het Sportgala. Hij kreeg in 1968 als chef van AVRO’s Sportpanorama van toenmalig directeur Siebe van der Zee de opdracht de sportverkiezing van de radio over te hevelen naar de televisie. Zijn enthousiasme hield niet over – „omdat de verkiezing totaal geen uitstraling had. Het was een muffe toestand”.

Weigeren was geen optie, dus besloot Bremer er wat moois van te maken. Tegen zijn toenmalige collega Koen Verhoeff zei hij: ‘Als het dan toch moet, wil ik er een uitzending van maken waar de hele sportwereld bij aanwezig is.’ Bremer: „En zo is het begonnen. In een sporthal in Doetinchem met zo’n 1.500 toeschouwers werden wielrenner Jan Janssen de Sportman, zwemster Ada Kok de Sportvrouw en Ajax de Sportploeg. Jaar na jaar hebben we het programma kunnen uitbouwen naar steeds mooiere locaties, waar we de crème de la crème van de sportwereld bijeen hadden.”

De NOS flirtte met 'nietvoetbalsporten'

De kneuterigheid voorbij smeedde Bremer een evenement dat de NOS in 1998 graag wilde overnemen. De zender had net de voetbalrechten aan het toenmalige Sport 7 verloren en flirtte nadrukkelijk met de andere sporten. De enige band van de NOS met voetbal was indertijd nog de uitzending van het jaarlijkse voetbalgala van spelersvakbond VVCS.

Bij het afsluiten van contracten voor de uitzending van nietvoetbalsporten vonden NOS en sportkoepel NOC*NSF elkaar ook in de organisatie van een sportgala. De NOS besloot daarvoor het Voetbalgala in te ruilen. Er werd een deal gesloten: NOS verzorgt de live tv-uitzending, NOC*NSF de aankleding van het gala. Het was een oude wens van de koepel sporters te eren en bij de AVRO was er na het afstoten van Sportpanorama geen logische bedding meer voor de verkiezing.

Verkiezing als populariteitspoll

Een gala dus. In stijl, met dresscode black tie en een verkiezing door de sporters zelf. Dat sporters voor een keer in smoking en galajurk aantraden, geeft de status weer. Het Sportgala moet iets uitstralen. Was ook nooit een punt van discussie. In tegenstelling tot het kiesstelsel. De wens van vooral NOC*NSF om de A-sporters te laten kiezen, bleek niet de gelukkigste. De verkiezing draaide soms uit op een populariteitspoll. Daarvan is met name Inge de Bruijn het slachtoffer geworden. Volgens kenners had de zwemster op basis van haar buitengewone prestaties vaker dan één keer (2001) tot Sportvrouw gekozen moeten worden.

Sporters gebruikten de verkiezing ook om af te rekenen met het in hun ogen vermaledijde voetbal. Een kaper van televisiezendtijd en inkomsten; zo keken de olympische sporters tegen voetbal aan. En zo werd in 2002 niet Feyenoord als winnaar van de UEFA Cup de Sportploeg, maar het vrouwenturnteam, dat tweede (!) op de EK was geworden. De voetballers verlieten verongelijkt en met het stoom uit de oren de RAI.

Ter bewaking van de geloofwaardigheid werd besloten de stemprocedure aan te passen. Intussen bereidt een vakjury van oud-coaches, voormalige sporters en journalisten de nominatie voor en bepaalt die groep voor vijftig procent ook de uitslag. De stem van de sporters is gereduceerd tot de andere vijftig procent.

Voor Bob Bremer is dat nog steeds een ergernis. Hij prefereert, net als in zijn tijd, de keus van sportjournalisten vanwege hun brede sportkennis. Maar bij zowel NOS als NOC*NSF is dat geen punt van discussie. „Wij vinden huidige vorm buitengewoon goed”, zegt Maarten Nooter hoofdredacteur van Studio Sport. „Ja, de sporters moeten hun stem behouden. Dat is het unieke aan dit gala.”

Satire niet altijd een succes

Die mening deelt Jeroen Bijl, manager Topsport NOC*NSF en voorzitter van de vakjury. Omdat winnaars het speciaal vinden dat zij mede door collega-sporters worden gekozen. Dat draagt in hun ogen bij aan de waarde van de prijs. Wat niet wegneemt dat Bijl en zijn juryleden een stevige inbreng hebben. Bijl maakt in samenspraak met technisch directeur Maurits Hendriks een lijst van acht tot twaalf kandidaten, die de vakjury moet reduceren tot drie nominaties per categorie. De uitkomst is, na pittige discussies, dat wel, doorgaans het resultaat van goed overleg. Pas als de meningen diametraal verschillen wordt een nominatie per stemming bepaald. Dit jaar gebeurde dat bij de voordrachten voor Sportman van het Jaar.

Pijnpuntje tijdens de afgelopen zestien gala’s was soms de satire van optredende cabaretiers. Die humor werd niet altijd geapprecieerd en in sommige gevallen zelfs ongepast bevonden. Zoals de parodie van Freek de Jonge op Anky van Grunsven, maar vooral een filmpje van NOS waarin kroonprins Willem-Alexander op de hak werd genomen. „Ik kreeg al tijdens de uitzending een telefoontje met ongenoegen van het koningshuis”, zegt NOC*NSF directeur Gerard Dielessen. Het leidde tot frictie tussen de sportkoepel en NOS. Sindsdien is de de uitzending minder satirisch van aard.

Trofee met uitstraling Oscar

De Jaap Eden was nimmer een punt van discussie. Het door kunstenaar Jits Bakker ontworpen bronzen beeld, naar gelijkenis van de mythische schaatser en wielrenner (1873-1925), is een begrip geworden. Met dank aan Bob Bremer, die vond dat de vaas van Leerdams glas als trofee niet meer voldeed en er iets met de uitstraling van een Oscar voor in de plaats moest komen. Na wat brainstormen met collega’s werd gekozen voor een beeltenis van Jaap Eden.

Pieter Leffelaar, directeur van het Singer Museum in Laren, bracht hem in contact met beeldhouwer Bakker. Na een zoektocht naar nazaten bleek Edens zoon op één kilometer afstand van Bremer te wonen. Hij stemde toe in het plan, waarna Bakker binnen drie weken de huidige Jaap Eden ontwierp. Het eerste beeldje werd in 1972 uitgereikt aan schaatser Ard Schenk en turnster Ans van Gerwen.