Spaanse supermannen redden levens in de Egeïsche Zee

Je bent strandwacht aan de Costa Brava, maar elders in de Middellandse Zee verdrinken er mensen. Wat doe je dan? Naar Lesbos. Want „Frontex, dat is alleen de politie van de zee.”

Spaanse reddingswerkers patrouilleren op de wateren rondom Lesbos om vluchtelingen te helpen die de Egeïsche Zee proberen over te steken Foto Santi Palacios/AP

De terreinwagen van de Spaanse redders rijdt langzaam over de zandweg langs de noordkust van het eiland Lesbos. De koplampen verlichten langs beide kanten van de weg de reddingsvesten die de vluchtelingen hier hebben achtergelaten. Het zijn er zoveel dat ze een ecologisch probleem zijn geworden voor Lesbos, samen met de achtergelaten rubberbootjes.

In het gewone leven werken ze op de stranden rond Barcelona, sinds september zijn de Spaanse redders van Pro Activa/Open Arms een vertrouwd gezicht op Lesbos met hun geel-rode uniformen. En sinds dit najaar beelden van een dramatische reddingsactie de wereld rondgingen, zijn zij ook een beetje beroemd.

„Het zijn echt supermannen hè”, zegt een jonge vrouw van de Nederlandse Stichting Bootvluchteling die samen met andere vrijwilligers langs de kant van de weg de zee-engte met Turkije afspeurt met verrekijkers. De groep heeft een bootje ontdekt: een licht dat aan- en uitfloept, en af en toe verdwijnt achter de golven. Het duurt zeker nog een half uur eer ze de Griekse kust gaan bereiken.

De Spanjaarden stappen zonder een woord in de terreinwagen. We rijden naar het punt waarop het bootje lijkt af te stevenen. Het is een moeilijke locatie: een steil bergpad voert naar een rotsige kust. Beneden aangekomen gaan de zaklampen uit.

„We willen niet dat ze hier aan land komen omdat het gevaarlijk is”, zegt Fiorella Crotti, een jonge Argentijnse vrijwilligster die zoals de anderen in haar normale leven werkt als strandwacht in Barcelona. Ze sist naar andere vrijwilligers die naar beneden komen: doof je lampen. Maar het heeft geen zin: boven op de weg doet iemand een schijnwerper aan.

Na een tijdje is het bootje dicht genoeg genaderd om het geschreeuw van de opvarenden te horen. Wanneer het de kust nadert, springen de Spaanse redders onvervaard het water in. Eentje zwemt een eind de zee in om de achtersteven te grijpen; een ander waadt door de golven om de rubberboot langs voren te trekken.

Autoriteiten nergens te bespeuren

Dan zijn er tientallen anderen aangekomen. Ze zijn hier op Lesbos met honderden: de Noren van A Drop In The Ocean, de Nederlanders van Stichting Bootvluchteling en Live for Lives, de religieuze moslims van aid4refugees.com uit Groot-Brittannië.

Baby’s worden naar boven gedragen, warmtedekens uitgedeeld, vervoer naar het transitkamp een paar kilometer verderop is geregeld. De hele operatie heeft nog geen half uur geduurd. Het zijn vooral Afghanen, een trend die zich stilaan ook bij aankomst in Noord-Europa aftekent.

De vrijwilligers zijn voor de vluchtelingen de eerste kennismaking met Europa. Want bij deze nachtelijke landingen zijn de Griekse of Europese autoriteiten nergens te bespeuren. Ook de grote ngo’s zijn afwezig. Als de vrijwilligers er niet waren, was er niemand geweest.

„Dit was nooit de bedoeling”, zegt Danny Rodriguez, een Uruguayaan. „Toen wij hier aankwamen wilden wij onze diensten aanbieden aan de instellingen ter plaatse. Er was niets. We hebben alles op poten gezet.”

Dat was in september. Zoals de meeste mensen werden ze zich in Barcelona ook pas bewust van de dramatische situatie op Lesbos door de beelden van de aangespoelde Syrische peuter Alan Kurdi, begin september. „Oscar zei toen tegen de ploeg: ‘Dit is wat wij doen, op onze stranden gebeurt het. Hoe is het mogelijk dat er daar mensen dood gaan zonder dat iemand helpt?’”, zegt Laura Lanuza in Barcelona.

Oscar Camps is directeur van Pro Activa, een bedrijf dat reddingswerkers levert voor de Catalaanse stranden, ’s winter voor zwembaden.

Camps ging met eigen geld op verkenning, maar hij ging al snel helpen toen hij zag dat er echt niemand was behalve de Griekse vissers om de vluchtelingen te helpen. Bij zijn terugkeer richtte hij een ngo op, Open Arms, en begon hij een crowdfunding-campagne. Die heeft al meer dan 335.000 euro opgeleverd.

Pro-Activa is nu permanent aanwezig met ploegen van zes personen die elkaar afwisselen. Toen Roger Comas-Figueras eind oktober naar Lesbos trok nam hij twee jetski’s mee die met de schenkingen waren aangekocht. „Die maken een groot verschil”, zegt Comas-Figueras. „Daarvoor hadden onze mensen alleen een zodiac rubberboot die ze van een groep vluchtelingen hadden gerecupereerd.”

De reddingswerkers stoten op Lesbos ook op hun eigen beperkingen. „Wij zijn allemaal professionele redders”, zegt Comas-Figueras, „maar getraind om één, hooguit twee mensen uit het water te halen, geen tientallen tegelijk.”

Die onmacht werd heel duidelijk op die fatale woensdag 28 oktober. Het was een grote vissersboot die toen zonk, met wel 300 opvarenden. Ook de grotere boten zijn een trend. De vluchtelingen denken dat die veiliger zijn dan een rubberbootje en betalen het dubbele.

„Maar dit zijn boten in slechte staat zodat ze juist veel gevaarlijker zijn”, zegt Rodriguez. „En zo’n rubberbootje zinkt langzaam als het lek slaat. Een grote gaat recht naar beneden.”

Het nieuws was die dag dat Frontex 242 opvarenden had gered, en dat de Griekse kustwacht op zoek was naar tientallen anderen. De Spanjaarden herinneren het zich anders. „Toen wij met onze jetski's aankwamen was Frontex al een uur in de buurt. Maar ze hadden maar een handvol mensen aan boord gehaald. Ik heb wel honderd mensen in zee zien dobberen. Ik denk dat er een twintigtal dood was.”

Reanimatietechnieken

Op videobeelden van die dag is te zien hoe de Spanjaarden van hun jetski’s aan boord van de Noorse Frontex-boot klimmen om op het dek reanimatie te doen op de drenkelingen. „Frontex, dat zijn de flikken van de zee. Zij kennen niet eens reanimatietechnieken. Dat heeft gisteren levens gekost”, zei Camps de volgende dag tegen de Spaanse krant El Mundo.

Tijdens een informeel gesprek zegt een man van Frontex dat zij de kritiek van de vrijwilligers goed kennen. „Ze zeggen dat wij niets doen, of dat wij met opzet golven maken met de boot of de helikopter. Dat doet pijn. Ik kan u verzekeren dat onze mensen even overstuur waren die dag. Het doet ons geen plezier om mensen te zien verdrinken.”

Ook Frontex en de kustwacht hebben vaak niet het juiste materiaal voor de situatie. „Soms brengen we de vluchtelingen juist in gevaar als wij dichterbij komen. Maar we kijken altijd. Als we zien dat het goed gaat, komen we niet tussenbeide. Als het fout gaat wel.”

De Spaanse redders zeggen dat zij de kustwacht kunnen bellen zoals elke burger die een noodsituatie meldt. „Soms komen ze, soms niet.” Daar komt mogelijk verbetering in: er is overleg tussen de Spaanse redders, de Noren van A Drop In The Ocean en de Griekse kustwacht. Zij gaan informatie uitwisselen en hun acties coördineren.

De Spaanse redders blijven achter met hun traumatiserende ervaringen. Want aan mensen redden houd je een goed gevoel over: als het fout gaat niet. „Bij thuiskomst in Barcelona moeten we verplicht naar de psycholoog”, zegt Rodriguez. „We praten ook met elkaar wanneer er iets ergs is gebeurd. Maar ja: voor het slapen gaan zie je die film wel passeren. Het is één ding om op het nieuws te horen dat er een hoop mensen zijn verdronken; het is iets heel anders om die mensen in zee te zien dobberen.”