Hoe gaat Rutte de ‘Teevendeal’ verdedigen? Ongeveer zo

Premier Rutte moet zich in de Kamer verantwoorden over de chaos rond de ‘Teevendeal’. Veel zal afhangen van zijn houding.  

Premier Rutte staat de pers te woord, vorige maand na de ministerraad. Foto ANP / Bart Maat

Je kunt het een kleine trend noemen: sinds Ruttes tweede kabinet begon in 2012, kozen drie bewindspersonen er voor niet in de Tweede Kamer verantwoording af te leggen in een moeilijk te verdedigen situatie.

PvdA’er Co Verdaas, staatssecretaris van Landbouw, koos er eind 2012 voor om geen verantwoording meer af te leggen rond zijn declaratiegedrag. Ivo Opstelten (VVD) trad in maart dit jaar terug, toen het bonnetje van de ‘Teevendeal’ toch was gevonden terwijl hij steeds zei dat het zoek was. Daags erna verdedigde premier Rutte hem in de Tweede Kamer.

Staatssecretaris Teeven, die zelf niets hoefde te verdedigen in de Kamer, trad met Opstelten af. Het recentste geval was staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur, PvdA). Zij besloot de Kamer niet meer te woord te staan over het kritische Fyra-rapport. 

Premier Rutte gaat deze trend doorbreken. Deze week debatteert de Kamer met Rutte en minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) over bevindingen van de commissie-Oosting, die de schikking met Cees H. onderzocht. De oppositie zou vanmiddag voorstellen om het voor woensdag geplande debat een dag uit te stellen, ze willen meer voorbereidingstijd. Alles wijst erop dat Rutte twee dingen anders gaat doen dan de bewindspersonen die hij onderweg heeft verloren. Hij zal verantwoording afleggen. En hij zal aanblijven.

Geen definitieve duidelijkheid

Eén lijn in zijn strategie betreft de inhoud van de schikking: deugde de deal van Teeven destijds? De staat kreeg 750.000 gulden van H., die zelf 4,7 miljoen gestort kreeg van rekeningen waarop beslag was gelegd. De commissie-Oosting vindt de schikking niet in proportie. Rutte zei vorige week dat hij die conclusie zelf niet kon trekken omdat hij „niets van de tegenprestatie” weet. Dit tot irritatie van H.’s advocaat én de oppositie.

Pagina 58 van het rapport biedt Rutte een uitweg. Daar staat dat toenmalig hoofdofficier van justitie Vrakking vertelt hoe H. aan Teeven in 1995 „inderdaad inlichtingen heeft gegeven, die Teeven bereidwillig maakten iets voor H. terug te doen”. Die inlichtingen waren relevant voor één of meer ándere grote strafzaken, zei Vrakking erbij.

Ook premier Rutte kan hier nooit definitieve duidelijkheid over geven, al was het maar omdat hij niet precies weet hoe de zaken destijds zijn gelopen. Dat weet ook de commissie-Oosting niet. Frustrerend voor het parlement, maar weinig aan te doen. 

Ja, er liep van alles mis

Thema twee begint vanaf 11 maart 2014, het moment dat de deal in het nieuws kwam. De vraag staat centraal hoe het kabinet met de kwestie is omgegaan en of Rutte de Tweede Kamer goed heeft geïnformeerd.

Hoe zit het met dat gespreksverslag tussen Teeven en Gerard Roes, de ambtenaar van Justitie aan wie Teeven zijn herinneringen had verteld? Waarom kreeg de Kamer dat niet gewoon toen ze erom vroeg, in maart? Omdat het op dat moment Rutte werkelijk een „persoonlijke aantekening” leek, zoals het departement hem dat had verteld. „Het was geen kwestie dat we dat geheim wilden houden ofzo”, zei Rutte vorige week.

De momenten dat het wie dan ook van de oppositie afgelopen jaar lukte om Rutte verbaal klem te zetten, zijn op één hand te tellen. Bij zo’n complex onderwerp als dit zal dat hen nog lastiger vallen. De truc is voor Rutte verder om niet te veel te bagatelliseren en te vermijden een lange neus richting oppositie te trekken. Zo van, u kunt klagen wat u wilt, maar wij hebben de macht van het getal hier, met onze nipte meerderheid. Als iemand zoiets kan, is het de premier.