Rutte moet zijn woorden nu in de Kamer waarmaken

De VVD-bewindslieden Rutte, Van der Steur en Dijkhoff wacht woensdag een lastig debat in de Tweede Kamer over de Teevendeal. Welke vragen liggen er nog open?

Rutte vrijdag op zijn persconferentie wwar hij de Teevendeal verdedigde.

Twee bewindslieden zijn al opgestapt om de ‘Teevendeal’, maar de politieke druk is er allerminst vanaf. Ook niet na het opstappen van Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg, dit weekeinde. De oppositie wil premier Mark Rutte (VVD) woensdag hard aanpakken, in het Tweede Kamerdebat naar aanleiding van de harde conclusies van de commissie-Oosting. Ook minister Ard van der Steur en mogelijk staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Veiligheid en Justitie, beiden VVD) zijn aanwezig. Ondanks het vierhonderd pagina’s tellende commissierapport, heeft de oppositie nog volop vragen. Deze dinsdag beantwoordt de regering een lijst met 250 schriftelijke vragen. Dit zijn de grootste vragen die nog open staan:  

1. Wat was de rol van Rutte?

Na het aftreden van minister Ivo Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, beiden VVD) richt de oppositie haar aandacht nu op premier Rutte. Hij moest op 10 maart tegenover de Tweede Kamer uitleggen dat er op het ministerie tóch een ‘bonnetje’ was opgedoken waaruit blijkt dat drugscrimineel Cees H. na een schikking 4,7 miljoen gulden terugkreeg van Justitie. Eerder hield Opstelten vol dat zo’n betaalbewijs er niet was en dat het bedrag veel lager lag.

Het wordt Rutte vooral aangerekend dat hij in dat debat een belangrijk document aan de Kamer weigerde te geven. Het gaat om gespreksverslag waarin staat dat Teeven zich in april 2014 herinnert dat de schikking een veel hoger bedrag had dan de 2 miljoen gulden die Opstelten op dat moment noemde in de Kamer. Teeven heeft het in dat verslag over 7,1 miljoen.

Rutte vertelde de Kamer dat dit een „persoonlijke notitie” van een ambtenaar betrof, maar uit het rapport blijkt het wel degelijk een verslag te zijn, dat ondertekend is door Teeven.

2. Gaf Cees H. geheime informatie of blufte Rutte hier vrijdag over?

De commissie-Oosting was duidelijk: de deal tussen officier van justitie Fred Teeven en drugscrimineel Cees H. had een „magere opbrengst” voor het Openbaar Ministerie. H. kreeg 4,7 miljoen terug van zijn bevroren rekeningen in Luxemburg en opgelegde gevangenisstraffen werden kwijtgescholden. Justitie kreeg zeven ton.

Maar Rutte suggereerde vrijdag ineens dat justitie méér heeft gekregen van H. „U weet toch niet wat er tegenover stond?” zei hij na kritische vragen van journalisten tijdens zijn wekelijkse persconferentie. Zijn suggestie: H. heeft in het geheim gevoelige criminele inlichtingen aan Teeven gegeven. Rutte: „Mensen als Fred Teeven heb je verschrikkelijk hard nodig in dit land om de klootzakken te pakken die de wetten lichten.”

De commissie heeft zo’n geheime tegenprestatie „niet met zekerheid kunnen vaststellen”, schrijft ze in haar rapport. Teeven beriep zich op zijn ambtsgeheim.

H.’s advocaat Jan-Hein Kuijpers was woedend na de suggestie van Rutte. Hij ontkent dat H. inlichtingen over andere criminelen heeft gegeven. H.’s leven zou gevaar lopen door de „flauwekul” van de premier. Waarom voedt Rutte deze suggestie als hij die niet hard kan maken, zal de oppositie willen weten. 

3. Maakten Van der Steur en Dijkhoff een onjuist persbericht?

Niemand neemt het Kamerleden van regeringpartijen kwalijk als ze overleggen met hun ‘eigen’ bewindslieden. Maar de huidig minister Ard van der Steur en staatssecretaris Klaas Dijkhoff gingen wel erg ver, toen ze op 4 maart van dit jaar nog Tweede Kamerlid waren. Op deze dag, toen Nieuwsuur liet weten dat ze die avond het bedrag van 4,7 miljoen gulden zouden onthullen, werd op het ministerie van Veiligheid en Justitie een verdedigingstactiek bedacht.

Van der Steur en Dijkhoff werkten mee aan het opstellen van een opmerkelijk persbericht. Daarin werd „goed journalistiek speurwerk” van Nieuwsuur – zoals de commissie-Oosting het omschrijft – keihard tegengesproken. In een conceptversie van het persbericht stond nog dat ambtenaren niet wisten „dat een bedrag van 4,7 miljoen gulden aan H. is overgeboekt”. In de definitieve versie is het bedrag geschrapt.

Wat was de rol van Van der Steur en Dijkhoff hierin? Het is een kwestie van vertrouwen, zegt de oppositie. Destijds waren zij als Kamerleden controleur van de regering. Het zou ernstig zijn als je dan zowel de media als jouw eigen Tweede Kamer op een verkeerd been zet door mee te werken aan zo’n persbericht.

4. Was er sprake van een doofpot?

De Teevendeal had helemaal niet zo’n grote kwestie hoeven worden, klinkt het in de oppositie. Als Opstelten maar direct open kaart had gespeeld. Hij had na de eerste uitzending van Nieuwsuur kunnen zeggen dat hij niet precies wist hoeveel geld Cees H. kreeg bij de schikking. Er was dan een debat gekomen over de gebrekkige archivering bij justitie, en daarna was het klaar geweest. Opstelten koos een andere weg.

Hij vertelde de Tweede Kamer eerst dat het maar om ongeveer 2 miljoen gulden ging. Een verslag waarin Teeven zich een hoger bedrag herinnert, verdween in een kluis. Vervolgens liet hij een onderzoek uitvoeren om alsnog een ‘bonnetje’ te vinden. Maar dat moest wel in minder dan twee weken worden uitgevoerd door een vertrouweling, de oud-justitieambtenaar en OM-leidinggevende Henk van Brummen. Een onafhankelijk onderzoek onder leiding van Rekenkamer-lid Kees Vendrik wees Opstelten uit „politieke overwegingen” af. Was het wel zijn intentie om een bonnetje te vinden?

Uit het rapport-Oosting blijkt dat het hier niet om een doofpotaffaire ging. Maar er werd ook weinig moeite gedaan om grondig te zoeken naar een ‘bonnetje’. Volgens oppositiepartijen is er sprake van een algehele defensieve houding van het kabinet en in het bijzonder van Veiligheid en Justitie. Onder het motto: de reputatie van bewindslieden is belangrijker dan de waarheid en transparantie. In dat licht is ook het defensieve persbericht te verklaren. De centrale boodschap van de oppositie zal woensdag dus vooral zijn: premier Rutte, wees transparant.