Roemer: “P.C. Hooftprijs is troostend”

Sinds P.C. Hooftprijs-winnaar Astrid Roemer te horen kreeg van de toekenning van de belangrijkste Nederlandse literatuurprijs is ze “onophoudelijk blij”.

Astrid H. Roemer Screenshot documentaire 'De wereld heeft gezicht verloren'

Astrid Roemer woont weer in de Benelux – in Gent. De afgelopen jaren gold de P.C. Hoofprijswinnaar 2016 als ‘spoorloos’. Documentairemaker Cindy Kerseborn zocht haar tot in Schotland, waar de 69-jarige schrijfster „met kat, rugzak en laptop” naartoe was getrokken. Na ruim tien jaar verscheen Roemer in mei van dit jaar weerin de openbaarheid, op een literaire avond die te harer ere werd georganiseerd.

Lees ook: P.C. Hooftprijs 2016 naar Astrid H. Roemer

Desalniettemin werd Roemer totaal verrast door de toekenning van Nederlands belangrijkste literaire prijs, dinsdagmorgen. „Ik heb in mijn leven aan bijna alles gedacht, maar niet aan de P.C. Hooftprijs”, zegt de laureaat per telefoon. „Sinds ik gistermiddag gebeld werd, ben ik onophoudelijk blij. Zo’n prijs is een acceptatie van wat ik doe en ben. Het is troostend.”

Ellendige levens

De jury verbindt de bekroning van Roemer nadrukkelijk met de positie van de Caraïben in de Nederlandse literatuur: „Politiek engagement en literair experiment gaan bij Roemer hand in hand. Naar het oordeel van de jury leidt dat tot romans die tegelijk scherpe en relevante interventies in het publieke debat zijn én complexe literaire verbeeldingen van de geschiedenis van Suriname [ ...] Het is een geschiedenis die voor velen in Nederland nog tamelijk onbekend is, buiten de steekwoorden ‘slavernij’ en ‘Decembermoorden’, maar die onlosmakelijk met ons land verbonden is, en daarmee ook, middels het unieke oeuvre van Roemer, met onze literatuur.”

Roemer is blij met die motivering: „Dat voelt goed. Er is een hele rij auteurs met wie ik me verwant voel. Schrijvers die tot de zelfde bloedgroep behoren, maar die het zeer moeilijk hadden of hebben, zoals Bea Vianen, Edgar Caïro, Anil Ramdas en Frank Martinus Arion. Zij hebben veel ellendige levens gekend in hun leven. Ik wil deze prijs aan hen opdragen.”

Met Roemer, die het Suriname van na de onafhankelijkheid vastlegde in haar bejubelde trilogie (Gewaagd leven (1996), Lijken op Liefde (1997) en Was Getekend (1999)) vormden zij de generatie die kolonisatie en dekolonisatie aan den lijve ondervonden.

„Als ik er straks niet meer ben, sterft die generatie uit. De volgende generatie weet niet werkelijk wat wij hebben meegemaakt, het geweld dat opdook, hoe wij ons in Nederland en Suriname hebben moeten verhouden tot onze eigen mensen. Eigenlijk hebben we er te weinig over geschreven. Niet alle literatuur die in bijvoorbeeld Bea en Edgar zat, is eruit gekomen.”

Drie manuscripten klaar

Zelf publiceerde Roemer de laatste jaren weinig; ze verhuisde en trok zich terug uit het openbare leven, al vindt ze die aanduiding zelf overdreven. „Ook in Schotland moest de kat naar de dierenarts, sprak ik mensen en kocht ik af en toe een cd-tje. Maar ik wilde niet opgezogen worden in een destructieve beweging. Ik wilde me mentaal en fysiek staande houden, dus ben ik buiten Nederland gaan hokken. Het is een move die mijn schrijverschap als het ware gered heeft. Niet alleen om de boeken die ik er geschreven heb, maar ook om de mogelijkheid om na te denken en te reflecteren over mezelf.”

Inmiddels heeft Roemer drie manuscripten klaar: een omvangrijke autobiografie, een roman en een libretto. „De autobiografie verschijnt het eerst, bij uitgeverij Prometheus – waarschijnlijk rondom de prijsuitreiking in mei.” Roemer krijgt de P.C. Hooftprijs, die 60 duizend euro bedraagt, op 19 mei in het Letterkundig Museum in Den Haag.