‘Mooi blad’, maar de lezer heeft er geen tijd voor

Vrij Nederland wordt een maandblad. De hele opiniepers heeft het lastig.

De allereerste verzetskrant Vrij Nederland, uit september 1940. Foto’s vn.nl

De verzetskrant werd een wekelijks dagblad. De krant werd een wekelijks tijdschrift. En nu wordt het weekblad een maandblad. Groot nieuws gisteren van Vrij Nederland. Over Vrij Nederland. Het opinietijdschrift verschijnt vanaf volgend jaar met een maandelijkse frequentie. Alleen zo denkt VN het hoofd boven water te kunnen houden en geen concessies te hoeven doen aan de journalistieke kwaliteit. Het is de grootste verandering bij VN sinds de jaren 90.

„Vrij Nederland gaat vernieuwen om zijn journalistieke ambities ook in de toekomst waar te kunnen maken”, aldus hoofdredacteur Frits van Exter. Ook de man die de diepgravende journalistiek terugbracht in het maandblad, heeft de negatieve trend niet kunnen doorbreken. „‘Mooi blad’, zeggen lezers, ‘maar ik kom er niet aan toe. En als ik dan eindelijk tijd heb, ligt er weer een nieuwe editie’.”

Van Exter heeft maandag zijn redactie verteld over de plannen. „Rond de viering van ons 75-jarig bestaan, op 12 september, moesten we vaststellen dat de inkomsten uit abonnementen en losse verkoop meer tegenvielen dan verwacht. Als we zo zouden doorgaan, zouden we 2015 afsluiten met verlies.”

Verhuizing was veeg teken

VN draaide de afgelopen jaren volgens de hoofdredacteur min of meer quitte. Binnen een commerciëlere uitgeverij zou het blad misschien al lang fors zijn gereorganiseerd, maar Weekbladpers Media is een bedrijf met ideële aandeelhouders (en met Voetbal International tot nog niet zo lang geleden een belangrijke melkkoe). De VN-redactie moest in februari al wel verhuizen: van de (dure) Raamgracht in hartje Amsterdam naar de (goedkopere) Wibautstraat. Een „acute verbanning uit de grachtengordel”, stelde Van Exter destijds.

„Vijfenzeventig jaar is het doel van VN geweest: het maken van goede journalistiek”, zegt Van Exter. „Een weekblad is niet een doel op zich. Als de conclusie luidt dat je zoveel moet snijden in de kosten van het weekblad dat het niveau afbrokkelt, dan doe je er wijs aan hetzelfde doel na te streven met andere middelen.”

Als maandblad wil VN de site een grotere rol geven in de duiding van het dagelijkse nieuws. En het gaat met andere media (omroepen), onderwijsinstellingen en organisaties samenwerken aan een platform voor onderzoeksjournalistiek.

Dat allemaal zonder Frits van Exter. Hij meldde gisteren aan zijn redactie dat hij vertrekt. „Ik geloof in het nieuwe idee, maar de invoering gaat pijn doen. Het is geloofwaardiger als iemand anders het gaat doen.” De reorganisatie kost mogelijk de helft van de 20 voltijdbanen op de redactie (schrijvers, webredacteuren, eindredacteuren en vormgevers).

Van Exter was ruim zeven jaar de baas bij VN. Ervoor was hij elf jaar hoofdredacteur van dagblad Trouw. Bij VN heeft hij de diepgravende journalistiek teruggebracht in het blad. De kwaliteit van de stukken is verhoogd, vindt hij zelf. Sinds 2006 won VN zes van de in totaal 69 Tegels, de belangrijkste journalistieke vakprijs.

Aan Van Exters voorganger Emile Fallaux vroeg de Volkskrant eens of VN „de primeur schuwt”, toen Fallaux vertelde dat hij eens een koninklijk nieuwtje had laten lopen. Ondenkbaar voor de lezers – en redacteuren – van het ‘oude’ Vrij Nederland. In de jaren zestig en zeventig was de verzetskrant van medeoprichter en eerste hoofdredacteur Henk van Randwijk het lijfblad geworden van progressief Nederland. De barometer van de culturele revolutie in het land, onder leiding van hoofdredacteur Mathieu Smedts en na hem Rinus Ferdinandusse. Een van de bekendste redacteuren destijds was Bibeb, geroemd om haar honderden lange interviews met politici, kunstenaars en andere bekende personen.

Vanaf de jaren zeventig was VN ook een podium voor verhalende journalisten als Gerard van Westerloo, die spraakmakende reportages schreef over ‘gewone’ mensen. Hij maakte reportages als ‘De vlucht in de stacaravan’, ‘De bestuurders van lijn 16’, ‘De pont van kwart over zeven’. Joop van Tijn en Max van Weezel interviewden politici van alle partijen – kritisch, scherp. Het maakte het blad een belangrijke factor in de Haagse politiek.

Maar na het plotselinge overlijden van hoofdredacteur Van Tijn in 1997 werd VN zoekende. Meer nieuws, minder nieuws? Meer cultuur en boeken of juist minder? Meer opinie of meer feiten? Onder Van Tijn was VN al meer magazine dan krant geworden, en die trend zette door onder zijn opvolgers. Maar van twee concurrenten kon het opinieblad het uiteindelijk niet winnen: de krant, met name de vele bijlagen in het weekend, en de alles-is-gratis-cultuur van internet.

Bijna alle opiniebladen dalen

In de Stand van de nieuwsmedia, een overzicht van de journalistiek in Nederland, stelde het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek vorige week: „Wie koopt nog een opinieblad als opinies overal vrij rondzwerven: in talkshows, op internet, via sociale media als Facebook en Twitter en in de weekendbijlagen van kranten.”

In 2014 daalde de gezamenlijke oplage van de opiniebladen voor het eerst onder 150.000. Vrij Nederland verkocht circa 32.000 bladen per week, De Groene Amsterdammer 19.000, Elsevier 83.000. HP/De Tijd (ook al een maandblad) heeft een oplage 21.000. „Je ziet dat alle weekbladen over de hele linie het moeilijk hebben”, zegt Van Exter. „Van de opinieweekbladen en de televisiegidsen tot de meeste vrouwenbladen.”

Digitaal weet VN het papieren verlies nog nauwelijks te compenseren. Het blad heeft lang een aarzelend beleid gevoerd online, maar dat geldt voor veel meer papieren media. Niet te veel artikelen gratis weggeven op de website, maar tegelijkertijd wel lezers willen trekken.

In augustus vernieuwde VN (alweer) zijn website. Korte blogs zijn gratis voor iedereen, langere stukken alleen voor abonnees. Of zijn los te koop via Blendle. De ‘iTunes voor de journalistiek’ levert nog niet veel op, hoor je regelmatig van uitgevers. Zo niet Van Exter: „De verkoop van online artikelen via Blendle levert zeker wat op, maar het is nog niet voldoende om erop te kunnen vertrouwen dat het snel de daling van papier zal compenseren.”

Van Exter wil de overstap naar een maandblad absoluut niet vergelijken met die van HP/De Tijd enkele jaren geleden. „De omstandigheden zijn dramatisch verschillend. Wij hebben al een publiek online. Zeker op sociale media en dat is belangrijk om nieuwe groepen lezers te laten kennismaken met onze titel. Vrij Nederland gaat niet louter een maandblad maken en de website er een beetje bij doen.”