Koeien uit de wei, windmolens erin

Het akkoord van Parijs betekent het einde van de ‘fossiele’ economie, op lange termijn. Wat betekenen de afspraken op korte termijn voor Nederland?

Windmolens en koeien in de buurt van Etten-Leur. Foto William Hoogteyling

Wat betekent het voor bedrijven? En voor de consument? Moet het kabinet alle zeilen bijzetten?

1. Het bedrijfsleven

‘Een gouden toekomst’, maar eerst het Energieakkoord naleven.

Zet het klimaatakkoord de economische wereld op zijn kop? Wordt er sinds zaterdagavond koortsachtig vergaderd in de boardrooms van de multinationals over overlevingsplannen? Onze economie draait immers al anderhalve eeuw op fossiele brandstoffen. Niet alleen om energie op te wekken, maar ook als brandstof voor transport, verwarming en als basis voor de petrochemie. We lijden aan zware olieverslaving: van plastic deeltjes in onze douchegel tot verf op onze muren.

‘Parijs’ schetst het perspectief van een toekomst zonder fossiele brandstoffen. Maar het feit dat het aandeel Shell maandag ruim 3 procent verloor had daar weinig mee te maken. Het was eerder de kelderende olieprijs die de energiereus meezoog naar beneden, dan het vooruitzicht dat olie en gas binnen afzienbare tijd zijn uitgerangeerd.

Voor een bedrijf als Shell komt het klimaatakkoord niet als een verrassing. Als het om de uitstoot van koolstofdioxide (CO2 ) gaat, had het bedrijf zelfs ook wel een hardere uitkomst gewild. Topman Ben van Beurden laat niet na te benadrukken dat een reële prijs voor een ton koolstof aan uitstoot het beste instrument is om emissies te beperken. Niet alleen in Nederland, maar ook in Europa en de hele wereld zou een prijs van 40 euro per ton bedrijven dwingen om echt maatregelen te nemen.

Daarom reageerde Shell ook „buitengewoon verheugd” op de passage in het klimaatakkoord „die de noodzakelijke basis introduceert voor het ontwikkelen van een mondiale koolstof-emissiemarkt. De Nederlands-Britse energiereus ziet zich door het akkoord gesterkt om verder te gaan met het ontwikkelen van technologie om CO2 af te vangen en op te slaan onder de grond, CCS (Carbon Capture Storage). Dat is technologie die maar moeizaam van de grond komt omdat hij te duur is, maar die tegen hogere koolstofprijzen rendabel kan worden.

Ook Tata Steel in IJmuiden zegt desgevraagd het roer niet om te gooien vanwege ‘Parijs’. Staalproductie kan nou eenmaal (nog) niet zonder enorme hoeveelheden CO2 uit te stoten. Tata alleen al stoot jaarlijks 6 procent van het Nederlandse totaal uit. Maar de staalproducent is al wel flink op weg om de uitstoot te beperken. Bij de productie van één ton staal komt in IJmuiden 1,7 ton CO2 vrij, dat is bijna de helft minder dan vergelijkbare andere staalfabrikanten uitstoten. Binnenkort begint een proef om de uitstoot met nog eens 20 procent te verminderen. „Wij gaan verder op de ingeslagen weg”, zegt de woordvoerder.

Unilever daarentegen ziet in de uitkomst van Parijs een „ondubbelzinnig signaal aan bedrijfsleven en de financiële wereld”. Topman Paul Polman spreekt van een échte verandering van de economie met investeringen ter waarde van honderden miljarden euro’s in koolstofarme industrie, met bedrijven die voor 100 procent op hernieuwbare energie zullen draaien en een gouden toekomst voor het ontwikkelen van innovaties. „De consequenties gaan veel verder dan de maatregelen die overheden nemen”, reageert Polman. Banken, beurzen, boardrooms en researchcentra, alles gaat op zijn kop. Het is zijn overtuiging dat het bedrijfsleven richting zal geven, meer nog dan de overheid.

Steunen is één, uitvoeren blijkt lastig

Wat dat betreft wordt het interessant wat het kabinet Rutte met de uitkomst van Parijs gaat doen. Het ambitieuze Energieakkoord dat Nederland op het duurzame pad moet brengen, begint nu al te haperen. Steunbetuigingen aan het klimaatakkoord is één, maar afgesproken maatregelen uitvoeren blijkt lastig.

Zo is het, ook voor bovengenoemde ondernemingen, moeilijk om de energiebesparingen uit te voeren die in het Energieakkoord zijn vastgelegd. Hiermee valt in korte tijd de meeste winst te boeken: de schoonste energie is immers de energie die niet wordt gebruikt. Dat geldt voor de industrie maar ook voor de gebouwde omgeving zoals dat in het Energieakkoord deftig heet: woonhuizen, kantoren, openbare gebouwen.

Met de maatregelen die nu in gang zijn gezet wordt in 2020 nog niet de helft van de geplande besparing gehaald. Oud-politicus Ed Nijpels, die toeziet op de uitvoering van het Energieakkoord dat door werkgevers, werknemers, milieuclubs en overheid werd gesloten, overlegt dezer dagen met het kabinet over aanscherping van maatregelen. In het akkoord hebben de partijen zich gecommitteerd aan een „inspanningsverplichting” voor energiebesparing. Dat zou opgeschroefd moeten worden naar een verplichting. Politiek is dat tegen het zere been van coalitiepartner VVD, inhoudelijk is het onontkoombaar om de doelen te bereiken die Nederland zichzelf heeft gesteld.

Het is maar een klein voorbeeld van de vele hordes die landen, bedrijven en politieke partijen moeten nemen om de revolutie die in Parijs begonnen is, te doen slagen.

2. De consument

Voorlopig merkt die weinig van het klimaatakkoord. Misschien moet koe op stal.

Consumenten en burgers zullen in Nederland de komende jaren niet onmiddellijk de gevolgen merken van het klimaatakkoord in Parijs. De speelruimte van Nederland binnen Europa, en ook de invloed op het mondiale klimaat, zijn domweg niet groot genoeg om revolutionaire maatregelen te rechtvaardigen.

„Nu revolutionaire maatregelen nemen zou symboolbeleid zijn”, zegt Pieter Boot van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Dat neemt niet weg dat de politiek genoeg opties heeft voor een bijdrage aan een reductie van broeikasgassen tot uiteindelijk nul. Nederland kan besluiten bestaande woningen en kantoren zuiniger te maken. „Zodat woningen bijvoorbeeld nog sneller gemiddeld energielabel B hebben in plaats van label D”, aldus Boot. En alle kolencentrales sluiten? „Dat zou een groot effect geven. Maar de ellende is dat binnen het Europese systeem zoiets alleen maar zou betekenen dat kolencentrales elders in Europa méér mogen uitstoten.”

Wat Nederland doet, heeft ongeveer 5 procent invloed op Europa als geheel. „Daarom is het vooral belangrijk wat Europa van plan is”, aldus Boot, hoofd van de sector klimaat, lucht en energie van het PBL. „Het is interessant dat in Parijs een getal is genoemd, namelijk dat de jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen in 2030 moet zijn beperkt tot 40 gigaton in plaats van 55 gigaton. Als Europa zegt daarvan een evenredig deel voor z’n rekening te willen nemen, betekent dat ten opzichte van wat we al van plan waren een reductie van 30 procent. Dat is een heleboel!”

De industrie, waaronder de elektriciteitsbedrijven, valt onder het Europese emissiehandelsysteem ETS. Dáár valt grote milieuwinst te halen. „Dat is heel erg nummer één. Ten opzichte van andere sectoren gebeurt daar nog weinig.” In Europa zou om te beginnen het plafond omlaag moeten tot waar de industrie en energiesector broeikasgassen mogen uitstoten. „Als dat gebeurt, dan gaat de prijs voor CO2-rechten omhoog, en zullen kolencentrales vanzelf minder uitstoten.”

Europa kan ook op andere maatregelen nemen. „Dat zal moeten”, zegt Boot. Een extra reductie van 30 procent is te groot om die alleen bij de industrie te halen. Dat betekent zuiniger omgaan met energie in huizen en kantoren (isolatie, wijken verwarmen met warmte uit bijvoorbeeld elektriciteitscentrales) maar óók de normen nog verder aanscherpen voor de uitstoot van auto’s en vrachtauto’s. „Als Europa dat doet, kan Nederland vervolgens bijvoorbeeld het gebruik van elektrische auto’s fiscaal blijven stimuleren.”

Een groot deel van Europa heeft nog een lange weg te gaan bij het reduceren van „overige broeikasgassen” zoals lekkend methaan uit leidingen en op stinkende vuilnisbelten. „Nederland heeft daar al veel aan gedaan, maar veel andere landen minder.” Ook methaan uit de veestapel kan worden teruggebracht. „Je zou kunnen besluiten dat de koeien ergens in de toekomst het hele jaar in een gesloten innovatieve stal moeten staan. Maar ja, daar denkt een ander deel van de milieubeweging weer heel anders over.”

3. Het kabinet

Nederland hoeft het milieubeleid voorlopig niet aan te passen

Nederland hoeft naar de letter van het milieuverdrag van Parijs zijn milieubeleid niet aan te passen. Volgens Tweede Kamerleden van VVD, PvdA en SP hoeft het Energieakkoord van minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) daar formeel niet voor op de schop. Maar als het kabinet wil handelen in de geest van dat milieuakkoord, moeten de kolencentrales in Nederland versneld dicht, vinden de meeste partijen. De reacties van zes politieke partijen op een rij.

VVD: vooral bedrijven zijn aan zet

Voor het Nederlandse milieubeleid heeft het akkoord van Parijs volgens VVD’er Remco Dijkstra niet zoveel consequenties. „We hebben het Energieakkoord en daar besteden we jaarlijks 8 miljard euro aan. Daar kunnen we voorlopig mee uit de voeten. Op de top in Parijs is de rol van het bedrijfsleven benadrukt. Dat is nu aan zet. Tot nu toe waren die milieuakkoorden vooral ambtelijke exercities. Dat is nu anders.” Hij noemt het pure winst dat in Parijs zowel de rijke als de arme landen op één lijn zitten. „Want Europa en de VS kunnen het niet alleen. Het Europese energiebeleid is nu leidend voor de rest van de wereld.”

PvdA: de grote winst zit in de urgentie

„Er is deze kabinetsperiode al veel gebeurd”, zegt PvdA’er Jan Vos. „Er gaan vijf kolencentrales dicht. En als het aan de PvdA ligt, gaan de andere vijf over tien jaar dicht. Er is ook enorm veel capaciteit bijgekomen aan duurzame energie, de windmolens op zee en op land. We komen vanuit een achterstandsituatie want vorige kabinetten hadden niet zoveel met duurzame energie. Dat is nu anders. Dat is al tijdens de formatie door Diederik Samsom in het regeerakkoord geschreven. De winst van Parijs zit in de urgentie. Het besef dat we van de fossiele industrie af moeten. Dat pensioenfondsen als APG en PGGM uit de fossiele investeringsfondsen moeten stappen.”

SP: trek hoger beroep Urgenda in

Als Nederland het klimaatakkoord omarmt, moet het hoger beroep van de staat tegen het ‘Urgenda-vonnis’, worden ingetrokken, vindt SP’er Eric Smaling. Urgenda is de organisatie die een rechtszaak tegen de Nederlandse staat won, waardoor het kabinet gedwongen wordt de CO2-uitstoot in 2020 met ten minste 25 procent te beperken. Nu koerst de overheid af op 17 procent. Smaling denkt dat Kamp tot de volgende verkiezingen de boel gaat traineren. „Terwijl je het, met Parijs in het achterhoofd, niet meer kan maken om de kolenindustrie fiscaal voordeel te bieden, zoals nu in het Energieakkoord is overeengekomen.”

D66: kansen voor schone bedrijven

„Alleen al het Urgenda-vonnis noopt tot aanvullend beleid”, zegt Tweede Kamerlid Stientje van Veldhoven (D66). „De afspraken van Parijs gaan in 2020 in. De Europese afspraken gingen uit van een maximale mondiale opwarming van 2 graden. In Parijs is nu afgesproken dat er gestreefd moet worden naar een maximale opwarming van 1,5 graden. Ook dat vergt aanscherping. In Europa, dus ook in Nederland.” Volgens Van Veldhoven biedt Parijs vooral het bedrijfsleven veel kansen. „Alle landen doen mee. Dus er ontstaat een grote markt voor schone producten. Klimaatbeleid wordt daardoor ook veel meer industriebeleid.”

CDA: eerst Energieakkoord evalueren

Het CDA wacht onderzoek van minister Kamp over de voortgang van het Energieakkoord af, voordat er besloten kan worden over intensivering van het energiebeleid. „Kamp heeft evaluatie aangekondigd die eind volgend jaar gereed is”, aldus CDA-Kamerlid Agnes Mulder. „Die evaluatie willen we eerder krijgen, uiterlijk in mei volgend jaar. Zodat we met de uitkomsten rekening kunnen houden bij de begrotingsbesprekingen voor 2017.”

GroenLinks: klimaat belangrijke inzet volgende verkiezingen

Voor GroenLinks is Parijs de opmaat voor intensiever milieubeleid. „Blijven we nieuwbouwwijken aansluiten op gas”, zegt Liesbeth van Tongeren van GroenLinks. „Het is logisch dat de kolencentrales dicht gaan. Maar geldt dat ook voor de pijpleidingen met Rusland? Nederland moet zijn prominente positie op de Europese gasmarkt, de gasrotonde, heroverwegen.” Volgens Van Tongeren moet het energiebeleid inzet van de komende verkiezingen worden. „Dan moet er een regeerakkoord komen waarin de besluitvorming van Parijs is opgenomen.”