Klokkenluider Bos kan fluiten naar tipgeld

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: tipgeld en afval.

De fiscus mag zelf bepalen hoeveel geld zij over heeft voor tipgevers die klikken over zwartspaarders of ander fiscaal misbruik. Als er al interne richtlijnen bestaan over het toekennen van tipgeld, kunnen burgers daar niet automatisch aanspraak op maken. Dat oordeelde de rechtbank Noord-Holland vorige maand in een zaak die was aangespannen door klokkenluider Ad Bos. Hij zwengelde in 2001 grootschalige bouwfraude aan. Het leverde de fiscus daarna miljoenen op aan aanslagen, boetes en naheffingen.

Bos kreeg daar indertijd geen vergoeding voor. Want misstanden melden is een burgerplicht, daar moet geen tipgeld tegenover staan, was de redenering. In 2009 kreeg hij van de staat 1,7 miljoen euro. Geen tipgeld, maar een bedrag om zijn leven weer op de rails te krijgen.

Maar toen de fiscus in datzelfde jaar de jacht op illegale Luxemburgse spaartegoeden opende, liet toenmalig staatssecretaris De Jager in de Tweede Kamer weten dat er wel degelijk tipgeversbeleid bestaat. Zo was het ministerie ook aan informatie over die spaartegoeden gekomen.

De Jager wilde er geen ruchtbaarheid aan geven ; dat zou alleen maar tot een „hausse aan fiscale premiejagers” leiden. Maar die Luxemburgse affaire bracht twee richtlijnen, uit 1985 en 1994, aan het licht over het tipgeldbeleid van de fiscus. Bos eiste gelijke behandeling. Als die Luxemburgse informant tipgeld kreeg, dan hij ook.

Volgens de rechter heeft de fiscus fors verdiend aan Bos’ tips, maar is er geen publiekrechtelijke grondslag voor toekenning van tipgeld waar Bos een beroep op kan doen. „De resolutie [richtlijn, red.] is slechts een interne richtlijn voor het omgaan met een buitenwettelijk verzoek om tipgeld.” De fiscus heeft Bos volgens de rechter daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.